<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>We Play Culture</title>
	<atom:link href="http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://weplayculture.nl/home</link>
	<description>Just another WordPress site</description>
	<lastBuildDate>Wed, 13 Mar 2013 11:30:25 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.5.1</generator>
		<item>
		<title>Filmbeleving in de Bioscoop door Jorine Witte</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=463</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=463#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 13 Mar 2013 07:55:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=463</guid>
		<description><![CDATA[In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag wordt de reeks gesloten door Jorine Witte, winnares van de Juryprijs, We Play Culture 2012. Filmbeleving in de Bioscoop In hoeverre is de filmbeleving in de bioscoop uniek binnen het hedendaagse landschap van filmconsumptie? Door Jorine Witte Inleiding De [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag wordt de reeks gesloten door <strong>Jorine Witte</strong>, winnares van de Juryprijs, We Play Culture 2012.</p>
<p style="text-align: justify;"><b><span style="font-size: medium;">Filmbeleving in de Bioscoop</span><br />
</b><br />
<em> In hoeverre is de filmbeleving in de bioscoop uniek binnen het hedendaagse landschap van filmconsumptie?<b> </b></em></p>
<p style="text-align: justify;"><em>Door Jorine Witte</em></p>
<p style="text-align: justify;"><b>Inleiding<br />
</b>De bioscoop anno 2013 is allang niet meer de voornaamste plek waar men films kijkt. Er zijn nog nooit zoveel mogelijkheden geweest om film te consumeren als nu. Hoe kan het eigenlijk dat de bioscoop nog steeds bestaat? En wat maakt dat het aantal bioscoopbezoekers in Nederland in een stijgende lijn zit in plaats van een dalende?<a title="" href="#_ftn1">[1]</a> In hoeverre is dit te wijten aan technische hoogstandjes (3D, High Frame Rate, surround geluid) of aan het feit dat de nieuwste films nog steeds als eerste te zien zijn in de bioscoop en pas daarna op DVD verschijnen? Verondersteld kan worden dat de filmbeleving in de bioscoop zich onderscheidt ten opzichte van talloze andere filmbelevingen. Want hoewel een film van scherm tot scherm exact hetzelfde blijft, zoals bij klonen, kan een film op een laptop in de trein heel anders overkomen dan dezelfde film thuis op de bank.<i> </i>In dit artikel wordt onderzocht wat het exceptionele is van de filmbeleving in de bioscoop in relatie tot de filmbeleving in andere settings.</p>
<p style="text-align: justify;">Naar mijn mening wordt er binnen de filmtheorie te veel met een nostalgische ‘vroeger was alles beter’-blik gekeken naar de recente ontwikkelingen in de filmindustrie. Bijvoorbeeld in het boek <i>Screen Dynamics -</i><i> Mapping the Borders of Cinema</i> uit 2012<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>, waarin de bioscoop wordt benaderd als de enige echte, ultieme, en bovenal de beste plek voor filmvertoning. Raymond Bellour begint zijn artikel “The Cinema Spectator: A Special Memory” met de volgende hypothese:</p>
<p style="text-align: justify;"><i> &#8221;The lived, more or less collective experience of a film projected in a cinema, in the dark, according to an unalterably precise screening procedure, remains the condition for a special memory experience, one from which every other viewing situation more or less departs.&#8221;<a title="" href="#_ftn3">[3]</a> </i><i></i></p>
<p>Het is een gegeven dat een film tegenwoordig op veel manieren bekeken kan worden en het is een logische gedachten dat filmvertoningen in meerdere of mindere mate op elkaar lijken. De hedendaagse filmconsumptiemogelijkheden zijn in mijn ogen echter geen vormen van <i>displaced places of film</i> en ik zie film op televisie niet als schaduw of echo van ‘het echte werk’ zoals Bellour verderop in het artikel schrijft.<a title="" href="#_ftn4">[4]</a> Een film is door alle mogelijkheden waarop deze bekeken kan worden juist levendiger dan ooit en daarom is het van groot belang te onderzoeken wat de filmbeleving is en welke factoren hierop van invloed zijn. Dit artikel doet daartoe een poging en geeft inzicht in de positionering van filmvertoners binnen het huidige medialandschap.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>Het filmbelevingsmodel<br />
</b>De reikwijdte van het begrip ‘filmbeleving’ is groot. Om structuur te brengen in het web van de vele theorieën waar het aan raakt, heb ik vergelijkingen gemaakt op basis van de drie basiselementen waar elke cinemasetting uit bestaat: de film, het medium en het publiek.  De term ‘cinemasetting’ is afgeleid van ‘dispositif’;  een term geïntroduceerd in de jaren ’70 door Jean-Louis Baudry. Vinzenz Hediger beschrijft in het eerder genoemde <i>Screen Dynamics</i> de dispositif als volgt:</p>
<p style="text-align: justify;"> &#8221;<i>The definition of cinema is really a delimitation of cinema: A definition of cinema in terms of the space where the screening and the experience of the film take place</i>.”<a title="" href="#_ftn5">[5]</a></p>
<p style="text-align: justify;">In het boek <i>Cinema of Attraction Reloaded</i> staat de term ‘dispositif’ synoniem voor de inrichting van de vertoningsituatie<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> en in <i>Cinema Beyond Film &#8211; Media Epistemology in the Modern Era</i>, wordt het als volgt omschreven: “<i>It includes everything that is laid out in front of the spectator, together with all the elements that allow the representation to be viewed and heard</i>.”<a title="" href="#_ftn7">[7]</a> Volgens dit boek beslaat de dispositif het hele gebied van relaties tussen <i>the spectator</i>, <i>the machinery</i> en <i>the representation.</i><a title="" href="#_ftn8">[8]</a> Door deze termen te specificeren en te herformuleren kom ik tot het volgende: De cinemasetting is de samenhang tussen de film, het medium en de toeschouwer(s). Aan de hand van deze basiselementen heb ik de filmervaring onderverdeeld in drie deelgebieden: de kijkervaring, de mediumervaring en de gedeelde ervaring. Deze benadering wordt geïllustreerd door het filmbelevingsmodel waarmee verschillende cinemasettings met elkaar kunnen worden vergeleken. In de volgende paragrafen zullen de filmbelevingsfactoren per deelgebied worden ingezet in de vergelijking hoe een film wordt beleefd, om zo te achterhalen in hoeverre de filmbeleving in de bioscoop bijzonder is en welke factoren dit bepalen. Uiteraard zijn de kijk-, medium en gedeelde ervaring geen strikt afgebakende categorieën, maar velden die in elkaar overlopen. Het filmbelevingsmodel is geen statisch overzicht, maar een vertrekpunt voor discussie en een handvat voor de structurering van dit dynamische en uitgestrekte onderzoeksonderwerp.<b></b></p>
<p style="text-align: justify;"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Filmbelevingsmodel.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-465" alt="Filmbelevingsmodel" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Filmbelevingsmodel.jpg" width="456" height="644" /></a></p>
<p style="text-align: justify;"><b>De kijkervaring in de bioscoop<br />
</b>De kijkervaring van een film wordt bepaald door de relatie tussen de film en de toeschouwer. Theorieën van Christian Metz<a title="" href="#_ftn9">[9]</a> en Laura Mulvey<a title="" href="#_ftn10">[10]</a> hebben een grote bijdrage geleverd aan dit deelgebied van de filmervaring, waarin de werking van een film op het publiek en het kijkplezier centraal staan. Metz maakt een vergelijking tussen film, droom en dagdroom en onderzoekt wat er gebeurt wanneer je als kijker helemaal opgaat in een film. Dit noemt hij de <i>filmic state; </i>de droomachtige en slaperige verwarring waarin realiteit en fictie zich mengen. Het filmverhaal wordt daadwerkelijk met eigen ogen gezien en het wordt voor waar aangenomen, terwijl alles wel degelijk fictief is.<a title="" href="#_ftn11">[11]</a> De <i>filmic state</i> is volgens Metz een vorm van isolatie, eenzaamheid en afzonderlijke obsessie, waarbij hij de toeschouwer omschrijft als een passieve voyeur. Passiviteit is volgens Metz iets dat onlosmakelijk verbonden is met de <i>filmic state</i>. Een film genereert een bepaalde concentratie, waardoor hij of zij geïsoleerd raakt en alles om zich heen vergeet. Maar waarom gaan mensen dan gezellig samen een film kijken? Dit wordt uitgediept in de paragraaf over de gedeelde ervaring. Voor Metz was het destijds, in de jaren ’70, vanzelfsprekend dat film bekeken werd in de bioscoop. Maar hoe zit het met de <i>filmic state</i> op het moment dat de inrichting van de cinemasetting bestaat uit een rijdende treincoupé op klaarlichte dag? De inrichting van de bioscoopzaal zorgt voor zo min mogelijk afleiding; er zijn geen ramen, het licht gaat uit, de deuren zijn onopvallend, enz. Bovendien gelden in de bioscoopzaal andere gedragsregels en conventies dan in andere cinemasettings zoals een huiskamer. Het ondernemen van actie in de bioscoopzaal (bijv. opstaan en de zaal verlaten, smsen, kletsen) stoort immers het medepubliek.<a title="" href="#_ftn12">[12]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Vanaf de jaren ’70 heeft Laura Mulvey onderzoek gedaan naar het kijkplezier van film. In <i>Death: 24x a second. Stillness and the Moving Image,</i> onderzoekt Mulvey welk effect de digitalisering heeft op de <i>storyflow </i>en het kijkplezier. Een belangrijk gegeven is dat de relatie tussen film en de toeschouwer(s) in het hedendaagse digitale tijdperk aanzienlijk is veranderd vergeleken met de tijd dat een film nog synoniem stond voor celluloid. Met de komst van televisie, VHS, DVD, YouTube, enz. beschikt de kijker over een keuzemenu bestaande uit pauze-/play-/volumeknop, fullscreenmodus, afspeelkwaliteit/-snelheid, enz. De meeslependheid van film komt volgens Mulvey voort uit de illusie van beweging. Zij stelt dat naarmate de toeschouwer controle heeft over de <i>storyflow </i>en een film gepauzeerd wordt, de illusie van beweging doorbroken wordt en de meeslependheid en halfslaap plaats maken voor oplettendheid. De simpele constatering dat de bioscoop tegenwoordig de enige cinemasetting is waarin de toeschouwer geen keuzemenu tot zijn beschikking heeft, maakt een verschil met alle nieuwe media die in dienst staan van controle over de film en het bijbehorende gebruiksgemak; allerlei mogelijkheden die in de bioscoop niet voorhanden zijn.</p>
<p style="text-align: justify;">Deze constatering betekent dat de kijkervaring en de droomachtige halfslaap en het absorberende effect van de <i>filmic state</i> in de bioscoop het sterkst is. Dit maakt dat film in deze cinemasetting de meest meeslepende kijkervaring levert in vergelijking met dezelfde film in een andere setting. De inrichting en de conventies van een bioscoop zorgen ervoor dat de toeschouwers een passieve houding aannemen en in zekere zin ondergeschikt worden aan wat ze te zien krijgen.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>De mediumervaring in de bioscoop<br />
</b>De mediumervaring wordt bepaald door de relatie tussen het medium en de film en wat het publiek hiervan merkt. Er is onderscheid te maken tussen media die ingezet worden in het productieproces (het gebruik van lenzen, camera’s en opnametechnieken) en media die ingezet worden in het distributie- en vertoningsproces (de drager waar de film op staat, de projectietechniek). De media uit het productieproces die uiteindelijk in de vertoonde film te herkennen zijn, noem ik het <i>film</i>intrinsieke van de mediumervaring. De media uit het distributieproces beslaan de <i>media</i>-intrinsieke aspecten van de mediumervaring.</p>
<p>Zoals gezegd is de bioscoop vandaag de dag nog steeds bijzonder omdat, in tegenstelling tot alle andere cinemasettings, de media-intrinsieke aspecten van de mediumervaring zo transparant en onopvallend mogelijk gehouden worden. Tegelijkertijd is de bioscoop technisch superieur als het gaat om beeld- en geluidskwaliteit. Deze ogenschijnlijke contradictie – wat heeft men aan superieure techniek wanneer men er niks van merkt? &#8211; maakt dat de film-intrinsieke aspecten van de mediumervaring in de bioscoop beter te zien zijn.<a title="" href="#_ftn13">[13]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Een belangrijk punt is de invloed van nieuwe media op de mediumervaring. Een nieuwe film wordt tegenwoordig nog steeds als eerste uitgebracht in de bioscoop en pas daarna op DVD en televisie. De bioscoop staat dus, afgezien van eventuele illegale downloads, vooraan in de levenscyclus van een film. Daarbij geldt dat vernieuwing voor zowel filmmakers als filmvertoners voor een groot deel ligt in de inzet van nieuwe technieken. Denk aan James Bond in IMAX,  het <i>3D-effect</i> van Avatar en de <i>High Frame Rate</i> van The Hobbit. De bioscoop is de eerste en vaak de enige plek waar het publiek in aanraking komt met deze filmtechnieken. Een aantal auteurs stelt dat bestaande (perceptueel-cognitieve) routines niet kunnen worden toegepast bij het zien van dergelijke nieuwe media, omdat er nog geen voor de hand liggende benaderingswijzen voor bestaan of zijn ontwikkeld. Een dergelijke ervaring kan een sterk gevoel van verwondering en ongeloof veroorzaken.<a title="" href="#_ftn14">[14]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Wat hiermee samenhangt is de omvang van het filmscherm. In “The Close-Up: Scale and Detail in the Cinema” <a title="" href="#_ftn15">[15]</a> spreekt Mary Ann Doane van een schermcultuur in plaats van een beeldcultuur. Hoe groter het filmdoek, hoe indrukwekkender de film overkomt. De afmetingen van het scherm bepalen volgens Doane de <i>cinematic scale</i> en de verhoudingen tussen de toeschouwer en dat wat hij of zij ziet. Het grote bioscoopscherm genereert een <i>larger than life</i> effect; de afmetingen van datgene wat vertoond wordt op het scherm, zijn gigantisch in verhouding tot de toeschouwers in de zaal. Dit heeft een ander effect dan kleinere schermen van smartphones, tablets of laptops. Deze zijn namelijk handzaam en maken film tot persoonlijk bezit en onderdeel van het privé domein. Door de toename van zowel de afmetingen als het aantal schermen, spreekt Doane van een <i>contemporary schizophrenia of scale. </i>De bioscoopsetting bevindt zich aan het uiteinde van het spectrum: de bioscoop biedt ruimte aan een publieke en massale beleving van film terwijl de smartphone het andere uiterste illustreert; de individuele ervaring van privé bezit.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>De gedeelde ervaring in de bioscoop<br />
</b>De gedeelde ervaring wordt bepaald door de relatie tussen de toeschouwers onderling in relatie tot het medium en de film. Het gaat om de sociale dimensie van de filmbeleving, de gedeelde ervaring van bioscoopbezoek en de collectieve dimensie van <i>the filmic state</i>.<a title="" href="#_ftn16">[16]</a> De mate waarin het medepubliek wordt opgemerkt en hoe dit gewaardeerd wordt is daarbij van groot belang. Bepalende elementen zijn; de hoeveelheid publiek in verhouding tot de omvang van de cinemasetting. De samenstelling van het publiek: kijk je alleen, of zijn er vrienden of onbekenden bij? Daarbij is de hoeveelheid interactie van belang en het soort interactie. In het interactiemodel is een indeling voor soorten interactie gemaakt die kunnen bestaan in het publiek. Interactie tussen de toeschouwer zelf en anderen wordt actieve interactie genoemd. Interactie tussen anderen in het publiek zonder dat de toeschouwer hieraan meedoet wordt passieve interactie genoemd.</p>
<p style="text-align: center;" align="center"><strong>Interactiemodel</strong>: Schematische weergave van soorten actieve interactie<b> </b></p>
<p style="text-align: justify;" align="center"><b> <a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Interactiemodel.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-464" alt="Interactiemodel" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Interactiemodel.jpg" width="298" height="217" /></a></b></p>
<p style="text-align: justify;">Linda Singer is één van de weinige academici die het filmpubliek tijdens het kijken van film centraal stelt.<a title="" href="#_ftn17">[17]</a> Door vast te stellen dat men film beleeft in de aanwezigheid van en met anderen, raakt zij een essentieel punt. Singer beschrijft de ruimte van filmconsumptie als <i>social space</i>, waarin een <i>contagion effect</i> binnen een publiek bestaat. Het <i>contagion effect</i> verwijst naar de manier waarop een virus zich verspreid. Het is een vorm van besmetting of aanstekelijkheid tussen het lijfelijk aanwezige publiek.<a title="" href="#_ftn18">[18]</a> Visueel verlangen en kijkplezier is volgens Singer geen afzonderlijke obsessie, maar juist een gezamenlijke activiteit waarbij men aansluiting en bevestiging vindt bij anderen. Aan de hand van een studie van Francesco Casetti<a title="" href="#_ftn19">[19]</a> kan hierop een aanvulling worden gemaakt. Hij stelt dat de gedeelde filmervaring wordt bepaald door de kenmerken van een ritueel. Het publiek komt fysiek en mentaal samen en beleeft volgens gedeelde conventies iets unieks. De gedeelde ervaring ontstaat volgens Casetti uit gelijkgestemd gedrag, overeenkomstige kennis en gedeeld geloof. Hieruit ontstaat een bijzonder aspect van de filmbeleving in de bioscoop: de collectieve interactie. Dit ontstaat wanneer een individuele reactie wordt opgenomen in de collectieve reactie van het publiek en de individuele reactie wordt uitvergroot door de massa. De individuele reactie wordt teruggekaatst door de massa als een soort echo. Zowel Singer als Casetti hebben het over lijfelijk aanwezig medepubliek en niet over het delen van ervaring via <i>social media</i>. De gedeelde ervaring in de bioscoop is tijd en plaats gebonden; aspecten die voor het delen van ervaringen op Facebook, Twitter en WhatsApp juist irrelevant zijn.</p>
<p style="text-align: justify;">Singer en Casetti gaan echter voorbij aan aspecten van de gedeelde ervaring die juist storend kunnen zijn.<a title="" href="#_ftn20">[20]</a> Wat gebeurt er wanneer conventies niet worden nageleefd? De kans is groot dat een toeschouwer zich zal storen aan krakende etenswaren of aan buren die praten. Deze passieve niet-filmgerelateerde interactie heeft vermoedelijk een negatief effect op de filmbeleving en dit is minstens zo belangrijk als de positieve aspecten van de gedeelde ervaring. Het vergt sociale aanpassing van de toeschouwer om tegemoet te komen aan de conventies van een cinemasetting.</p>
<p style="text-align: justify;">Per cinemasetting zullen de conventies, de inrichting, de interactievormen en de samenstelling van het publiek verschillen. Het unieke van de bioscoop schuilt in grote capaciteit, de variabiliteit in bezettingsgraad en in het feit dat de samenstelling van het publiek divers is. In tegenstelling tot alle andere media bekijkt men in de bioscoop de film samen met een massa publiek, waarbij reacties van individuele bioscoopbezoekers kunnen samenkomen in een collectieve interactie. Hierdoor kan een saamhorigheidsgevoel tussen onbekenden ontstaan zoals dat in geen andere cinemasetting bestaat. De gedeelde ervaring is het belangrijkste punt waarop de bioscoop zich onderscheidt ten opzichte van andere cinemasettings.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>Conclusie<br />
</b>Samenvattend kan worden vastgesteld dat de bioscoopzaal een soort vacuüm is. Het is een openbare ruimte waarin zo min mogelijk connectie bestaat met de buitenwereld. Door het gebrek aan keuzemenu’s en de passieve houding van de toeschouwers lijkt de bioscoop een tegenhanger van alle multimedia- en crossmedia-ontwikkelingen. Vanwege de technische superioriteit, de transparante mediumervaring, de inrichting en de conventies is de bioscoop geen ruimte voor multitasken en heeft de toeschouwer alle aandacht voor de film. Aan de ene kant kan de toeschouwer in de bioscoop gezien worden als een passieve voyeur met visueel verlangen als afzonderlijke obsessie. Aan de andere kant is de toeschouwer actief lid van een publiek waarbij de filmbeleving wordt gedeeld met een groot, onbekend en lijfelijk aanwezig publiek. De vormen van interactie en het saamhorigheidsgevoel die hieruit kan ontstaan, maakt de filmbeleving in de bioscoop uniek. De unieke kwaliteiten zouden per filmvertoner onderzocht, verbeterd en geëtaleerd kunnen worden, zodat ook de toekomstige generatie filmliefhebbers de filmbeleving in de bioscoop blijft meemaken. Tot slot enkele tips om de pijlers waar de filmbeleving in de bioscoop op steunt te optimaliseren.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>De bezoeker gaat helemaal op in de film en wordt niet afgeleid<br />
</b>Concentratie is van groot belang voor het opgaan in een film. Uiteraard ligt de mate van meeslependheid grotendeels aan de film zelf en wat de toeschouwer ervan vindt, maar tegelijkertijd kan de bioscoop dit beïnvloeden door bijvoorbeeld de storende factoren zo beperkt mogelijk te houden. Dit kan door onderzoek te doen naar wat de invloed is van een pauze op het wegdroomeffect of na te gaan wat de beste inrichting is van de bioscoopzaal ter bevordering van de <i>filmic state</i>. Een groot aantal mogelijk storende factoren komt vanuit het publiek zelf. Daarom is het van belang dat de bioscoop oog heeft voor de heersende conventies en de mate waarin ze worden nageleefd. Hoe zit het bijvoorbeeld met geluidsoverlast van knisperende popcorn en/of rinkelend glaswerk? Wat is het laatkomersbeleid? De bioscoop bevordert de filmbeleving door het publiek te wijzen op de heersende gedragregels, zoals het uitzetten van telefoons.<a title="" href="#_ftn21">[21]</a> Pathé Haarlem wijst haar publiek op deze conventies en heeft als bijkomend voordeel dat de filmzalen zich onder de grond bevinden, waardoor telefoons geen bereik hebben. Een nadeel hiervan kan zijn dat het meldpunt voor overlast, wederom een uitvinding van bioscoopketen Pathé, misschien minder goed te bereiken is.<a title="" href="#_ftn22">[22]</a> Er bestaan een aantal initiatieven die spelen met de conventies, zoals met je hond naar de bioscoop op dierendag, een première met een verkleedwedstrijd in het thema van de film of ‘Cinemum’: met je baby naar de bioscoop.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>De bezoeker is onder de indruk van de technische aspecten van de vertoning</b><br />
De filmbeleving in de bioscoop onderscheidt zich door de technische hoogwaardigheid. Het grote scherm, de superieure beeld- en geluidkwaliteit, het 3D-effect, enzovoorts zijn unieke aspecten die benadrukt moeten worden, bijvoorbeeld door informatie over investeringen en vernieuwingen te etaleren. Een voorbeeld hiervan is het filmprogramma ‘Scherp Scherper Scherpst? Van celluloid naar 4K’ van Filmhuis Den Haag, waarin oude films met behulp van de nieuwste projectietechniek worden vertoond.<a title="" href="#_ftn23">[23]</a> De trailer voor het festival is op zichzelf al een nuttige uitleg over de technische kwaliteit van de nieuwste investering die het filmhuis deed.</p>
<p style="text-align: justify;">Ten behoeve van de positie van de bioscoop in het landschap van filmconsumptie, moet het een vanzelfsprekendheid zijn dat de bioscoop ten opzichte van andere cinemasettings de meest overweldigende mediumervaring levert en het toonbeeld is van de nieuwste technieken. Dit is één van de belangrijkste wapens in de strijd tegen illegaal downloaden. Het in rekening brengen van extra toeslagen voor 3D of IMAX is in mijn ogen niet handig voor het verstevigen van het imago van de bioscoop als koploper in technische kwaliteit. Of er daadwerkelijke extra kosten worden doorberekend aan de klant of wanneer de nieuwe technieken worden aangegrepen voor winstbejag op de korte termijn, maakt niet uit; het geeft hoe dan ook het verkeerde signaal aan mij als klant. Daarnaast is het van minstens zo groot belang dat de bioscoop de plek blijft waar de nieuwste films worden vertoond. De bioscoop dient haar positie ten opzichte van filmreleases op bijvoorbeeld TV, DVD, VOD, te behouden, te versterken en uit te breiden. Met de nieuwste films en de nieuwste technieken heeft de bioscoop een gouden combinatie.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>De bezoeker maakt deel uit van collectieve interactie en een spontaan saamhorigheidsgevoel</b><br />
Er zijn velen die belang hebben bij volle zalen, maar los van het efficiënt benutten van het bioscoopgebouw en de economische aspecten ervan, heeft een volle zaal een gunstiger effect op de filmbeleving dan een lege zaal. De ideale situatie voor een gedeelde ervaring bestaat er uit dat men zich thuis voelt binnen een groot en divers publiek van onbekenden waarin veel interactie is. In dit geval is een volle zaal meer waard dan het totaal van de recette. Het zou interessant kunnen zijn om te onderzoeken wat de optimale bezettingsgraad is van een bioscoopzaal. Een volle zaal zorgt immers ook voor een grotere kans op overlast. Iets wat de gedeelde ervaring zou kunnen bevorderen is wanneer de bezoeker bewust wordt gemaakt van het feit dat hij of zij een bijzondere film en beleving tegemoet gaat en onderdeel uitmaakt van een groter geheel. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een welkomstwoord of door middel van een introfilmpje van de regisseur of de hoofdrolspeler. Zeker voor de reguliere vertoningen in de bioscoop is dit allicht een manier om een graantje mee te pikken van de kracht van filmvertoning op festivals, die van nature een exceptionele lading lijken te hebben. Het is het onderzoeken waard in hoeverre de Q&amp;A’s op festivals bijdragen aan de filmbeleving en hoe dit doorgezet kan worden binnen de gehele vertoningsindustrie.</p>
<p style="text-align: justify;">Een ander aspect dat kan bijdragen aan de gedeelde ervaring, is het inlassen van een pauze in combinatie met een gezellige café-sfeer. Dit nodigt uit tot voor- en nabespreken van de filmbeleving waardoor de gedeelde ervaring wordt verlengd. Dit creëert sociaal kapitaal en heeft een positief of versterkend effect op de totaal beleving.<a title="" href="#_ftn24">[24]</a> Uiteraard heeft dit ook een nadelig effect op het wegdroomeffect. De gedeelde ervaring en de kijkervaring lijken in die zin haaks op elkaar te staan.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>Tot slot<br />
</b>De brancheverenigingen voor filmvertoners zouden kunnen bijdragen aan het bevorderen van de pijlers waar de filmbeleving in de bioscoop op is gestoeld. Wat betreft het etaleren van de genoemde aspecten zouden deze partijen een duit in het PR-zakje kunnen doen. Pas wanneer je weet waar je eigen kracht ligt, kan je een oprechte strijd voeren tegen bijvoorbeeld het illegaal downloaden. In welke opzichten wordt de beleving in de bioscoop vernieuwt door het vertonen van concerten, opera’s, televisieseries en voetbalwedstrijden? En wat is het effect van een Second Screen App in de bioscoop?<a title="" href="#_ftn25">[25]</a> Weegt het vernieuwen van conventies zwaarder dan het bewaken van het wegdroomeffect? Dit artikel geeft geen hapklare antwoorden, maar fungeert als hulpmiddel in de keuzes waar de bioscoop voor staat. De filmbeleving in de bioscoop is en blijft een rekbaar begrip, waar, net als bij een goede film, eindeloos over gediscussieerd dient te worden.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>Bibliografie</b></p>
<p style="text-align: justify;">Albera, Francois,  en Maria Tortajada, samenst., <i>Cinema Beyond Film. </i><i>Media Epistemology in the Modern Era.</i> Amsterdam University Press, 2010</p>
<p>Bolter, Jay David en Richard Grusin. <i>Remediation. Understanding New Media.</i> The MIT Press, 2000</p>
<p>“Bioscoop bezoek stabiel in 2012” 10-1-2013 http://www.nvbinfocentrum.nl/</p>
<p>Casetti, Fancesco. “The Filmic Experience” Yale, 2007. <a href="http://www.franscescocasetti.net">http://www.franscescocasetti.net</a></p>
<p>Doane, Mary Ann. “The Close-Up: Scale and Detail in the Cinema” In: <i>Differences</i>; vol. 14 (2003)</p>
<p>“Gebruik second screen bij bioscoopfilm app” 8-3-2013 http://www.marketingonline.nl/nieuws/bericht/gebruik-gsm-in-bioscoop-bij-nieuwe-nederlandse-film-app/</p>
<p style="text-align: justify;">Green, Andy. “The most annoying concert behaviors” Rolling Stone Magazine, 13 januari 2013. <a href="http://www.rollingstone.com/music/news/the-10-most-annoying-concert-behaviors-20130114">http://www.rollingstone.com/music/news/the-10-most-annoying-concert-behaviors-20130114</a></p>
<p>Gunning, Tom. “Foreword” In: Early Cinema in Russia and its Cultural Reception. Yuri Tsivian, vert. A. Bodger, samenst. R. Taylor. Routledge, 1994.</p>
<p>Koch, Gertrud, Volker Pantenburg, Simon Rothöhler, samenst. <i>Screen Dynamics. Mapping the Borders of Cinema</i>, SYNEMA- Gesellschaft für Film und Medien 2012.</p>
<p>Metz, Christian en Alfred Guzzetti. “The Fiction Film and Its Spectator: A Metapsychological Study” <i>New Literary History</i>, vol. 8, No.1, 1976</p>
<p>Mulvey, Laura. <i>Death: 24x a second. Stillness and the Moving Image</i>. Londen: Reaktion Books, 2006</p>
<p>Mulvey, Laura. “Visual Pleasure and Narrative Cinema.” <i>Screen</i>. (1975): 6-18</p>
<p>Oever, Annie van den. <i>Ostrannenie: on &#8220;strangeness&#8221; and the moving image : the history, reception, and relevance of a concept.</i> Amsterdam University Press, 2010</p>
<p style="text-align: justify;">Singer, Linda. “Eye/Mind/Screen: Toward a phenomenology of Cinematic Scopophilia” <i>Quarterly</i> <i>Review of Film &amp; Video.</i> vol. 12 no. 3, 1990. 51-67</p>
<p style="text-align: justify;">Strauven, Wanda, samenst., <i>Cinema of Attraction Reloaded.</i> Amsterdam University Press, 2006.</p>
<div></div>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[1]</a> “Bioscoop bezoek stabiel in 2012” 10-1-2013 en zie ook Jaarverslag 2011 Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten en de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs. http://www.nvbinfocentrum.nl/</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[2]</a> Screen Dynamics. Mapping the Borders of Cinema. Gertrud Koch, Volker Pantenburg, Simon Rothöhler, samenst., SYNEMA- Gesellschaft für Film und Medien 2012.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[3]</a> Bellour, Raymond. “The Cinema Spectator: A Special Memory” In: Screen Dynamics. Mapping the Borders of Cinema. Gertrud Koch, Volker Pantenburg, Simon Rothöhler, samenst.,SYNEMA- Gesellschaft für Film und Medien 2012, 9.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[4]</a> Bellour, Raymond. “The Cinema Spectator: A Special Memory” In: Screen Dynamics. Mapping the Borders of Cinema. Gertrud Koch, Volker Pantenburg, Simon Rothöhler, samenst.,SYNEMA- Gesellschaft für Film und Medien 2012, 17.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[5]</a> Hediger, Vinzenz. “Lost in Space and Found in a Fold. Cinema and the Irony of Media” In: Screen Dynamics. Mapping the Borders of Cinema. Gertrud Koch, Volker Pantenburg, Simon Rothöhler, samenst.,SYNEMA- Gesellschaft für Film und Medien 2012, 64-65.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[6]</a> Kessler, Frank. “The Cinema of Attractions as <i>Dispositif</i>” In: Cinema of Attraction Reloaded. Wanda Strauven. Amsterdam University Press, 2006. 59</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[7]</a> Albera, Francois,  en Maria Tortajada, “Introduction to an Epistemology of Viewing and Listening Dispositives” In: Cinema Beyond Film. Media Epistemology in the Modern Era. Francois Albera en Maria Tortajada, samenst., Amsterdam University Press, 2010. 11<br />
8 Albera, Francois,  en Maria Tortajada, samenst., <i>Cinema Beyond Film. Media Epistemology in the Modern Era.</i> Amsterdam University Press, 2010.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[11]</a> Cristian Metz noemt dit <i>perceptual transference</i>; de toeschouwer is ondergeschikt aan de droomachtige en slaperige verwarring van film en realiteit. Dit hangt samen met <i>paradoxical hallucination: </i>de toeschouwer verwart verschillende realiteitniveaus, waarvan het niveau van het filmverhaal inderdaad fictief is, maar tegelijk wel echt gezien is en deels voor waar wordt aangenomen.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[12]</a> De bioscoop keten Pathé wijst het publiek expliciet op deze conventies voorafgaand aan de film en heeft zelfs een alarmnummer waar overlast gemeld kan worden tijdens de voorstelling.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[13]</a> Een zeer interessant boek dat diep in gaat op filmintrinsieke aspecten van de mediumervaring is: Bolter, Jay David en Richard Grusin. <i>Remediation. Understanding New Media.</i> The MIT Press, 2000</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[14]</a> Belangrijke werken over dit aspect van de filmbeleving zijn o.a.: Oever, Annie van den. <i>Ostrannenie: on &#8220;strangeness&#8221; and the moving image : the history, reception, and relevance of a concept.</i> Amsterdam University Press, 2010<br />
en Gunning, Tom. “Foreword” In: Early Cinema in Russia and its Cultural Reception. Yuri Tsivian, vert. A. Bodger, samenst. R. Taylor. Routledge, 1994.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[15]</a> Doane, Mary Ann. “The Close-Up: Scale and Detail in the Cinema” In: <i>Differences</i>; vol. 14 (2003)</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[16]</a> In de paragraaf over de kijkervaring wordt de <i>filmic state</i> aan de hand van Christian Metz beschreven als een afgezonderde passieve houding. Dit behoeft nuancering en aanvulling.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[17]</a> Singer, Linda. “Eye/Mind/Screen: Toward a phenomenology of Cinematic Scopophilia” <i>Quarterly</i> <i>Review of Film &amp; Video.</i> vol. 12 no. 3, 1990. 51-67</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[18]</a> Hetzelfde ontstaat digitaal met behulp van <i>social media.</i> Niet geheel toevallig worden dit <i>virals </i>genoemd.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[19]</a> Casetti, Fancesco. “The Filmic Experience” Yale, 2007. &lt;http://www.franscescocasetti.net&gt;</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[20]</a> Green, Andy. “The most annoying concert behaviors” Rolling Stone Magazine, 13 januari 2013. http://www.rollingstone.com/music/news/the-10-most-annoying-concert-behaviors-20130114</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[21]</a> Dit is nuttig voor ouderen die vaak een luide ringtone hebben en vergeten dat ze een telefoon (bij zich) hebben, maar ook voor jongeren die de telefoon veel gebruiken zonder geluidsoverlast, maar wel met afleidende oplichtende schermpjes.</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[22]</a> “Sms zaalnummer, plaats en oorzaak naar het nummer ..”</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[23]</a> http://www.filmhuisdenhaag.nl/special/1406/scherp-scherper-scherpst-van-celluloid-naar-4k.aspx</p>
</div>
<div style="text-align: justify;">
<p><a title="" href="#_ftnref">[24]</a> Marlieke Wilders onderzocht dit aspect in: “Theaterbeleving in het belevenistheater: de architectuur van het theatergebouw als context voor de theaterervaring,” 2011.</p>
</div>
<div>
<p style="text-align: justify;"><a title="" href="#_ftnref">[25]</a> “Gebruik second screen bij bioscoopfilm app” 8-3-2013 http://www.marketingonline.nl/nieuws/bericht/gebruik-gsm-in-bioscoop-bij-nieuwe-nederlandse-film-app/</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=463</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Down the Rabbit Hole. Alice in Media Wonderland door Elize de Mul</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=459</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=459#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 12 Mar 2013 08:42:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=459</guid>
		<description><![CDATA[In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan Elize de Mul, winnares van de Publieksprijs, We Play Culture 2012. Down the Rabbithole. Alice in Mediawonderland Elize de Mul Opgroeiend in een technologisch geconstrueerde leefwereld, treft het me telkens weer hoe wonderlijk, ambigue en paradoxaal [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan <strong>Elize de Mul</strong>, winnares van de Publieksprijs, We Play Culture 2012.</p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: medium;"><b>Down the Rabbithole. </b><b>Alice in Mediawonderland</b></span></p>
<p style="text-align: justify;"><em>Elize de Mul</em></p>
<p style="text-align: justify;"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Down-the-rabbit-hole.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-460" alt="Down the rabbit hole" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Down-the-rabbit-hole.jpg" width="402" height="302" /></a></p>
<p style="text-align: justify;">Opgroeiend in een technologisch geconstrueerde leefwereld, treft het me telkens weer hoe wonderlijk, ambigue en paradoxaal de omgeving is die we voor onszelf hebben geschapen. We leven in een wereld waarin er over de stoelgang wordt getwitterd, terwijl het recht op privacy nog nooit een zo belangrijk onderwerp van discussie is geweest. Een wereld waarin we nog nooit zo <i>connected</i> zijn geweest als nu, terwijl we al starend naar de schermen van onze iPhones, laptops en tablets ontsnappen aan de wereld en anderen om ons heen. Een wereld waarin belangrijke nieuwsitems afgewisseld worden met foto’s van lollige katten. Gedurende mijn studieloopbaan als nieuwe media studente trof het me dat huidige nieuwe media theorieën vaak weinig oog lijken te hebben voor de alledaagse paradoxen van een technologische leefwereld en mens.</p>
<p style="text-align: justify;">Mijn veronderstelling is dat dit te maken heeft met de invloed van het moderne dualistische denken op onze alledaagse en wetenschappelijke percepties van onze wereld en onszelf. Door onze werkelijkheid op te delen in overzichtelijke tegenstellingen – natuur/technologie, nieuwe media/oude media, mens/techniek, binnen/buiten et cetera – is het aan de ene kant mogelijk greep te krijgen op de anders chaotische werkelijkheid en daar zin aan te geven. Anderzijds zorgt deze benaderingstechniek er voor dat er grenzen worden getrokken die in werkelijkheid op zijn minst onscherp te noemen zijn. De bril die we onszelf hebben aangemeten, kan ons met andere woorden niet altijd helpen onze wereld scherp(er) te zien. Zoals ik aan het einde van dit artikel kort illustreer, zorgt dit er mijns inziens voor dat wetenschappers die zich bezig houden met nieuwe media en technologie – ook wanneer zij getuigen van een evenwichtig vermogen tot evaluatie – al te extreme conclusies trekken, door uiteindelijk toch naar één van de polen van de genoemde tegenstellingen te trekken. Dit doet geen recht aan de ambivalentie en het paradoxale karakter van onze alledaagse werkelijkheid, evenmin als aan het betoog van deze wetenschappers.</p>
<p style="text-align: justify;">Om ons denken weer ‘open’ te gooien en tot meer evenwichtige conclusies te komen, is er een radicaal andere gedachtewijze nodig. Als onderdeel van de huidige samenleving en wetenschappelijke wereld blijkt het echter verdraaid lastig om aan het gevestigde moderne denkbeeld te ontkomen. In het volgende leg ik kort uit wat dit ‘moderne denken’ inhoudt en introduceer ik Alice en de landschappen van Wonderland als een denkinstrument om ruimte te bieden aan de paradoxen van het alledaagse.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>De moderne mens</b><br />
‘De mens’ is, filosofisch gezien, nog niet zo oud, een denkproduct van het humanisme en de Verlichting. De mens wordt vanaf het eind van de veertiende eeuw steeds meer als de maat der dingen beschouwd, als een subject met rechten dat bovendien zijn eigen werkelijkheid kan vormgeven. Dit denkbeeld – dat zijn wortels heeft in de klassieke Griekse filosofie en tevens doorwerkt in de moderniteit &#8211; is niet enkel van invloed op de filosofie, maar werkt ook (nog steeds) door op onze alledaagse perceptie en interpretatie van de wereld en van onszelf. Door de mens als een subject te plaatsen tegenover een wereld van objecten is er een dualistisch denkmodel ontstaan, waarbij de mens, het ‘subject’, steeds geldt als middelpunt en fundament. Hierdoor ontstaat er een wereldbeeld dat wordt gekenmerkt door strikte ‘grenzen’, tussen subject en object, binnen en buiten, zin en onzin, tussen natuur en technologie.</p>
<p>Men kan zich afvragen in hoeverre mens en techniek ooit werkelijk onafhankelijk van elkaar hebben bestaan, maar de grens tussen mens en techniek, tussen ‘subject’ en ‘object’, lijkt door zich snel ontwikkelende technologieën moeilijker vast te stellen dan ooit. <i>Ambient Intelligence</i> technologieën kunnen in de toekomst wellicht informatie rechtstreeks uit ons brein tappen (Frissen, 2011: 17) en in het geval van <i>deep brain stimulation</i> bevindt de technologie zich al <i>in</i> ons brein, waar het onze ervaring en zelfs ons karakter fundamenteel weet te veranderen (Verbeek, 2011: 11). Het lijkt daarmee weinig vruchtbaar huidige ontwikkelingen te benaderen vanuit een krampachtig dualistisch denken. Het einde van ‘de mens’, het moderne subject, is door filosofen als Nietszche voorspeld en door andere denkers als Heidegger, Latour en Deleuze nagestreefd, maar vooralsnog lijkt ons hedendaagse én wetenschappelijke denken van dualisme doortrokken. In een poging mijn eigen geest open te gooien voor de alledaagse paradox toog ik aan de hand van bovengenoemde ‘anti-dichotomiedenkers’ naar Wonderland waar ik een gesprek aanging met Alice en andere wonderlijke figuren. Wat kunnen we van haar leren? En verschilt ons alledaagse leven wel zoveel van de ambigue landschappen van haar Wonderland?</p>
<p style="text-align: justify;"><b>Down the Rabbithole</p>
<p></b><i></i></p>
<p style="text-align: justify;"><i>1. Deleuze</i><b><br />
</b>Wonderland is een omgeving waarin de paradox een groot toneel aangeboden krijgt. De diverse stellingen die Alice op haar reis voorgelegd krijgt door kleurrijke karakters, volgen vaak een logisch en zinvol schema, maar blijken inhoudelijk totale nonsens. Iedereen in Wonderland beheerst de Engelse taal, maar toch lijken zij elkaar vaak systematisch te misverstaan. Alice groeit meerdere malen uit tot reuzin, maar blijft een ‘klein meisje’. Dit maakt dat wonderland een belangrijke denkinstrument is in het boek <i>Logique du Sens(1969)</i> van de Franse filosoof Gilles Deleuze. Aan de hand van voorbeelden en passages uit <i>Alice in Wonderland</i> en <i>Through the Looking-Glass </i>verkent Deleuze de ‘theorie van de zin’ in een serie van vierendertig verschillende paradoxen.</p>
<p style="text-align: justify;">Ook in ons dagelijks leven blijkt de paradox fundamenteel. Achter ‘helderheid’ en ‘zin’, verbergt zich volgens Deleuze meestal iets anders. Om überhaupt te kunnen beginnen aan het vormen van een begrip van onze paradoxale en beweeglijke leefwereld, moeten we volgens Deleuze ons denken radicaal omgooien en meer experimenteren, bijvoorbeeld zoals een kind dat doet. In die zin is het niet vreemd dat Deleuze juist in Alice – of <i>the</i> <i>little girl</i> zoals hij haar vaak noemt &#8211; zijn muze heeft gevonden; het meisje dat zowel haar omgeving als zichzelf continu bevraagd en daarbij soms een zeer aparte logica hanteert, waarbij ze meer dan een enkele keer breekt met bestaande (filosofische) conventies, bijvoorbeeld door zich af te vragen of ze wellicht haar vriendin Mabel is. Maar Alice biedt meer dan dat, zij blijkt zelf een vleesgeworden paradox, een <i>pur devinir</i> (<i>zuiver worden</i>). <i>Logique du sens</i> vangt aan met Deleuzes essay over de ‘première série de paradoxes du pur devinir’ waarbij de nietsvermoedende lezer al snel een diep, diep konijnenhol in kukelt. In een passage die je hersens doet kraken legt Deleuze uit dat Alice, wanneer ze weer eens plotseling de lucht inschiet, niet enkel ‘groter wordt dan ze was’, maar ook ‘kleiner wordt dan ze is’. Deleuze is (evenals de Duitse filosoof Martin Heidegger)                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     strikt tegen een lineaire opvatting van tijd, wat de bovenstaande paradoxale stelling aangaande Alices lengte zeer bondig illustreert. Alice ‘is’ niet enkel op een gegeven moment, maar ‘was’ ook en ‘zal zijn’, en dat allemaal tegelijkertijd. De paradox van het ‘devient plus grande’ (<i>groter worden</i>) van Alice, is, zoals Deleuze demonstreert, gelegen in het groter worden dan zij was en het kleiner worden dan ze zal zijn in dezelfde beweging. Het <i>worden</i> opvatten als een oneindige gebeurtenis betekent tevens dat – in het voorbeeld van de groeiende Alice – ‘groter’ en ‘kleiner’ niet meer elkaars tegengestelde zijn, maar onderdeel van hetzelfde <i>worden</i>. Zij vinden immers tegelijkertijd plaats! Het <i>worden</i> van de mens omhelst daarmee de paradox.</p>
<p style="text-align: justify;"><i>2. Plessner<br />
</i>Ook de Duitse filosoof Helmuth Plessner tracht het moderne denken open te gooien door de mens te benaderen als een van nature ‘open’ wezen. Hij betoogt deze stelling onder andere in zijn hoofdwerk <i>Die Stufen des Organischen und der Mensch</i> (1928). Dit boek omvat een analyse van de ‘zijnswijze’ van diverse typen organismen, waaronder ook de mens. Levende organismen onderscheiden zich van niet-levende natuur, doordat zij in het bezit zijn van een grens. Ze bezitten dus niet enkel contouren, zoals een steen deze bijvoorbeeld kent, maar worden gekenmerkt door een grens en derhalve ook door grensverkeer, alsmede door een specifieke relatie tot die grens (Plessner 1975, 138f.; vgl. De Mul, 2002: 224). Plessner richt zich in zijn analyse van levende organismes daarom op hun wijze van ‘grensrealisering’, ofwel de wijze waarop organismen “al dan niet een grens afbakenen tussen zichzelf en hun omgeving” (Verbeek, 2011: 75). Hij spreekt in dit geval van hun ‘positionaliteit’.</p>
<p style="text-align: justify;">De positionaliteit van levende wezens blijkt zich te kenmerken door een bi-aspectiviteit, voortkomend uit het feit dat ze door het bezitten van een grens ook een ‘binnen’ en een ‘buiten’ kennen. Door te kijken naar de wijze waarop de <i>positionaliteit</i> van een bepaald organisme is georganiseerd, is het mogelijk een belangrijk verschil tussen planten, dieren en mensen te benoemen. Bij de plant is de organisatie van de positionaliteit ‘open’; het organisme heeft geen relatie tot zijn positionaliteit; een plant verhoudt zich niet tot zijn grens. Bij dieren is dit al anders, zij beschikken over een fysiek centrum (het zenuwstelsel) waar vanuit hun grensverkeer bemiddeld wordt. Waar de plant dus een lichaam <i>is</i>, is én <i>heeft</i> het dier een lichaam. De mens is, net zoals de plant, een lichaam en heeft, net zoals het dier, een lichaam, maar er is hier nog meer aan de hand. Ik verhoud me immers ook tot mijzelf, ik verhoud mij tot mijn eigen centrum. Een mens <i>is </i>dus een lichaam en <i>heeft</i> een lichaam, maar is tegelijkertijd ook altijd <i>buiten</i> zijn lichaam. Dit tegelijkertijd binnen én buiten onszelf zijn is een paradoxaal gegeven, dat geheel tegen onze normale beleving in gaat (ik ben immers toch ‘gewoon’ mezelf?). Maar het feit dat ik niet alleen mijn leven leef en beleef, maar ook nog dit beleven ervaar, maakt dat ik mij altijd zowel in als buiten mijn centrum bevind. Plessner noemt deze specifiek menselijke organisatie van positionaliteit ‘excentrisch’.<a title="" href="#_ftn1">[1]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Maakt Plessners notie van ‘excentrische positionaliteit’ de mens al een paradoxaal wezen in termen van tegelijkertijd ‘binnen’ en ‘buiten’ zichzelf zijn, ook de tegenstelling ‘natuurlijk’/‘artificieel’ blijkt met betrekking tot de mens moeilijk te hanteren. We zijn door deze positionaliteit volgens Plessner namelijk ‘van nature kunstmatig’ (Plessner 1975, 385). We bestaan immers niet gewoon, zoals een opossum, bidsprinkhaan of diepzeehengelvis bestaan, maar we hebben door onze excentriciteit tevens de mogelijkheid om ons te verhouden tot dit bestaan. Sterker; onze excentriciteit  veroorzaakt een fundamentele spanning, aangezien we ons bewust zijn van ons bestaan en daardoor beseffen dat we er zelf iets van kunnen en moeten maken (Verbeek, 2011: 76). Het ‘knutselen’ aan onszelf is daarmee al zo oud als de mens zelf. Wij hebben aan onszelf nooit genoeg om te overleven, we zijn niet in het trotse bezit van een indrukwekkende rij scherpe tanden of klauwen, een lekker harige vacht of uitmuntende zintuigen. Met ‘cultuur’ en ‘techniek’ – in de breedste zin van het woord – in de vorm van dierenvellen, vuur, een pneumatische boor, appelschilmesje of Segway, “schept de mens zichzelf een kunstmatige omgeving om het ervaren gebrek en de ervaren naaktheid te compenseren” (Verbeek, 2011: 76).</p>
<p style="text-align: justify;">In de figuur van Alice vinden beide paradoxen (‘binnen’ en ‘buiten’/ ‘natuur’ en ‘techniek’) een toneel. Waar we doorgaans weinig tot niet direct bewust zijn van het feit dat wij ons excentrisch tot onszelf verhouden (zoals gesteld gaat het ‘buiten jezelf staan’ tegen alle ‘good sense’ in), lijkt Alice regelmatig te spelen met haar positie tegenover haar eigen grens. Zo spreekt ze graag hardop tegen zichzelf, waardoor ze innerlijke gedachten naar buiten brengt om deze vervolgens zelf in gedachte weer in twijfel te stellen (“She was rather glad that there was no one listening this time, as it didn’t sound at all the right word” (editie Gardner, 2001: 13). Ook verbetert ze zichzelf graag en “sometimes she scolded herself so severely as to bring tears into her eyes; and once she remembered trying to box her own ears for having cheated herself in a game of croquet she was playing against herself” (editie Gardner, 2001: 18).</p>
<p>Ook de spanning tussen ‘natuur’ en ‘techniek’ neemt in Alice in Wonderland een belangrijke plaats in. In het geval van Alice is het niet een gebrek aan klauwen, tanden of vacht dat haar tot ‘tekortwezen’ maakt, maar de lengte van haar lichaam. Wanneer zij na haar val in het konijnenhol in een gang vol deuren belandt, blijkt er één deurtje te zijn die naar een prachtige tuin leidt. Alice wil hier dolgraag heen, maar blijkt vele malen te groot voor de deur. Dankzij haar excentrische positionaliteit is zij in staat te reflecteren  op deze gebeurtenis en bovendien haar eigen tekort te (h)erkennen. Haar lichaam staat haar enkel toe haar hoofd door de deur te steken, en zelfs dan zo beredeneert Alice, “It would be of very little use without my shoulders” (editie Gardner, 2001: 16). Om tot een oplossing te komen zoekt zij het tekort niet bij de deur (als zijnde ‘te klein’), maar bij zichzelf (als zijnde ‘te groot’). Alice besluit haar reflectie dan ook dan ook met de verzuchting: “Oh, how I wish I could shut up like a telescope” (editie Gardner, 2001: 16), De oplossing dient zich al snel aan in de vorm van een vloeistof die opgedronken wil worden. Wanneer ze er eenmaal achter is dat bepaalde drink- en etenswaren haar groter en kleiner maken, maakt Alice bewust en veelvuldig gebruik van de mogelijkheid van lengte te wisselen.</p>
<p style="text-align: justify;"><i>3. Latour</i><br />
Latour stelt in zijn <i>Nous n&#8217;avons jamais été modernes : Essai d&#8217;anthropologie symétrique</i> (1991) dat we ondanks het moderne denken zelf nooit écht modern zijn geweest. Het moderne denken, dat een purificatie van onszelf en de wereld nastreeft, is een ideologie, die in wezen niet aansluit bij de werkelijke toestand van de ‘zijnden’ (een term die Latour leent van Heidegger). Het moderne denken is een zwart-wit denken &#8211; mens/techniek, natuur/cultuur, politiek/wetenschap, mensen/niet-mensen (Latour, 1993: 10-11) &#8211; terwijl er in werkelijkheid veeleer sprake is van een grijs gebied, het gebied van wat Latour de ‘hybriden’ noemt. De opkomst van het moderne denken wordt vaak gezien als de geboorte van ‘de mens’, maar deze visie getuigt van een asymmetrie, daar zij geheel voorbij gaat aan de gelijktijdige geboorte van “‘nonhumanity’ – things, or objects, or beasts” (Latour, 1993: 13).</p>
<p style="text-align: justify;">Een van de problematische facetten van het moderne denken is het gegeven dat er verschillende ‘partijen’ bestaan, die zich paradoxaal tonen. Spreken we bijvoorbeeld over ‘society’, dan kan deze zowel zwak als sterk zijn, evenals de natuur zowel zwak als sterk kan zijn. Een vermeende oplossing voor dit probleem is dualisme, waarbij niet het onderzoeken van de ‘zachtheid’ of ‘hardheid’ van bepaalde polen in termen van hun relatie tot de rest van de wereld centraal staat, maar het zoeken van een zachtheid of hardheid als zijnde de essentie van een component (iets <i>is</i> ‘zacht’ of ‘hard’).</p>
<p style="text-align: justify;">Een dergelijke benadering is problematisch omdat het geen oog heeft voor de relaties van één component met andere componenten, terwijl in ons dagelijks leven een component van onze leefwereld niet op zichzelf staat, maar <i>in</i> de wereld. Net als Deleuze pleit Latour voor een ‘herinrichting’ van ons mentale landschap, waarin ook het ‘Middle Kingdom’ van ‘quasi-objects’ (Latour, 1993: 55) een plek krijgt. In plaats van krampachtig te proberen absolute scheidingen te maken, zoals die tussen mens/techniek, moeten we meer oog krijgen voor het geheel, de netwerken waarin de mens en andere ‘zijnden’ zich bevinden. Zijn Actor Network Theory (ANT) biedt een vruchtbaar nieuw kader.</p>
<p style="text-align: justify;">Onze realiteit bestaat volgens Latour uit een serie van onderhandelingen tussen een ontelbare hoeveelheid krachten, waaronder menselijke, maar ook niet-menselijke ‘actoren’ (Latour, 2007: 72). Deze wereld opdelen in ‘schone’ hokjes is onmogelijk, omdat elke actor relaties onderhoudt met talloze andere actoren, hetgeen tot ‘beweging’ in actoren leidt. De verschillende relaties tussen actoren vormen niet één netwerk, maar er bestaan er eerder een heleboel naast elkaar, waarbij één actor deel kan uitmaken van diverse netwerken. Sommige actoren kunnen bovendien zelf óók weer worden opgevat als netwerk. Een belangrijk punt in de ANT is het gegeven dat de verschillende actoren in principe op een zelfde ontologische basis staan, ook niet-menselijke actoren kunnen ‘handelen’.</p>
<p style="text-align: justify;">Waar bij het vormen van dichotomieën het toedichten van een bepaalde essentie van componenten van onze wereld onvermijdelijk lijkt (doordat alles op zichzelf staat), benadert Latour het ‘zijn’ van actoren op een geheel andere wijze. Voor hem heeft een actor geen ‘kern’, maar wordt hij in zijn in-de-wereld-zijn (eveneens een aan Heidegger ontleende term) op een bepaald moment geheel gekarakteriseerd door zijn geheel aan kenmerken. Waar Deleuze en Heidegger tegen een lineaire opvatting van tijd zijn (ik <i>ben</i>, maar <i>was </i>ook en <i>zal zijn</i>), wijst Latour hiermee in feite de hele duurzaamheid van de traditionele substantie af. Een actor <i>is</i> zijn relaties, op een gegeven moment, in een gegeven netwerk.</p>
<p style="text-align: justify;">Wonderland herbergt ook een Latouriaans landschap, waarin ook niet menselijke actoren (soms letterlijk) een stem krijgen. Dieren kunnen praten, drankjes en koekjes manen om gedronken te worden en sommige deuren laten Alice niet door. Er bestaat volgens Latour niet zoiets als essentieel sterkere of zwakkere actoren. Zij kunnen dus wel sterker of zwakker zijn, maar deze ‘gesteldheid’ hangt af van het netwerk en de relaties waarin zij zich begeven. Door het dynamische karakter van netwerken zijn actoren eigenlijk continu bezig met het inzetten of aanpassen van hun eigen krachten. Het effect dat zij hebben op andere actoren bepaald in feite hun ‘kracht’. Latour gaat dus niet uit van een a priori natuurlijke kracht. Alice illustreert dit wanneer ze enorm gegroeid is nadat ze van het mysterieuze flesje gedronken heeft. Ze kan geen kant meer op en huilt dan ook tranen met tuiten. Een traan lijkt een weinig ‘machtige’ actor op het eerste gezicht, al helemaal wanneer geplaatst in relatie tot een menselijke actor. Wanneer Alice echter plotseling krimpt, komt zij na een val terecht in een zee… van tranen. Alice dreigt te verdrinken in haar eigen tranenzee, wat haar tranen tot een onverwacht machtige actor maakt.</p>
<p style="text-align: justify;">Zoals opgemerkt gaat Latour niet uit van een ‘essentie’ noch van de ‘duurzaamheid’ van een actor. Het idee van duurzaamheid is een thema dat de kleine Alice goed bezighoudt. De magische ‘vruchten’ van Wonderland komen niet alleen in allerlei soorten en maten; zij hebben eenzelfde effect op Alices lichaam. Gedurende haar avontuur in Wonderland verandert zij enkele malen drastisch van uiterlijk, nu eens langer dan een boom met een nek als een slang, dan weer piepklein met haar hoofd op haar voeten. Ondanks deze radicale lichamelijke veranderingen blijft Alice op zoek naar een ‘Alice-essentie’. Zo verbindt ze haar ‘Alice-zijn’ aan de kennis die ze bezit, door te testen of ze de tekst van gedichtjes op kan  zeggen. Wonderland blijkt echter een vreemde uitwerking op haar voordrachten te hebben en de teksten krijgen ineens een eigenaardige inhoud. Zo leert Alice al snel dat een dergelijke poging tot zelfdefinitie in feite niets uithaalt. In ‘WonderlANT’ en in het bijzonder in de figuur van Alice wordt duidelijk hoe actoren in een ‘netwerk’ functioneren en wat dit betekent voor het ‘zijn’ van een actor. Wat we vooral van Latour (en met Alice) kunnen leren, is het open staan voor de wereld, waarbij we moeten proberen te vermijden om alles in vooraf gegeven begrippen te dwingen. Doen we dat wel dan gaan we voorbij aan werkelijke toestand van actoren, waar we ook zelf onderdeel van zijn.</p>
<p style="text-align: justify;"><i>Mediawonderland<br />
</i>Onze technologische samenleving is – net als Wonderland &#8211; doortrokken van een voortdurende beweeglijkheid die niet te reduceren valt tot gefixeerde polen, hoezeer de nieuwe media wetenschappen dat soms ook proberen te doen. Onze wereld kenmerkt zich door paradoxen, alhoewel hierbij moet worden gezegd dat ‘paradox’ wellicht een ietwat ongelukkige term is, daar deze gestoeld is op het moderne denken waartegen anti-dichotomie denkers zich juist verzetten. Immers, het naast elkaar bestaan van ‘tegendelen’ is altijd zo geweest, het is door het denken in dichotomieën dat dit naast elkaar bestaan van tegendelen ineens een ‘paradoxaal’ karakter krijgt.</p>
<p style="text-align: justify;">De ‘anti-dichotomische’ Alice en haar Wonderland, die een open manier van denken bewerkstelligen, ontdaan van het hokjessyndroom van het moderne denken, kunnen ons helpen de digitale cultuur waarin we leven en de manier waarop we hier een begrip van vormen beter te begrijpen. Zoals gesteld lijkt de grens tussen mens en techniek door snel ontwikkelende technologieën steeds lastiger te definiëren, als dit al ooit mogelijk was. Toch blijkt het moderne denken zich vaak nog (ongemerkt) meester te maken van wetenschappers die zich over dergelijke materie buigen. Zo biedt Nicholas Carr in zijn boek <i>The Shallows </i>- <i>What the Internet is Doing to our Brains</i> (2010) een mooi overzicht van de overgang van de orale cultuur naar de schriftcultuur en van de schriftculuur naar de internet- en hypertekst cultuur met grote aandacht voor de complexe wisselwerking tussen mens en techniek. Hoewel hij in de eerste instantie de problemen van het dichotmisch denken lijkt te onderkennen, schiet hij in het laatste deel van zijn boek plots terug in een strikt onderscheid tussen mens en techniek, wat zich onder meer vertaalt in een romantisch technologiepessimisme waarbij het internet volgens hem een grote bedreiging vormt voor de mens. Een dergelijke pessimistische kijk zien we ook terug bij Turkles <i>Alone Together</i> (2011). Ze behandelt interessante paradoxen van deze tijd, zoals menselijke techniek en technologische mensen, maar ziet het feit dat we robots menselijke trekjes toekennen of onszelf vergelijken met techniek als bedreigend, omdat ze mens en techniek als twee losstaande dingen tracht te zien. Dit zijn slechts twee mogelijke voorbeelden van nieuwe media wetenschappers die tot op zekere hoogte getuigen van een evenwichtige kijk op de technologie en de relatie met de mens, om vervolgens toch weer te vervallen in een al te eenslachtige conclusie.</p>
<p style="text-align: justify;">Het is goed om stil te staan bij de invloed die onze technologische leefwereld heeft op ons en onze kijk op de wereld en andersom. Dit moeten we echter wel doen met oog voor de veelzijdigheid en ambiguïteit van het alledaagse bestaan. We moeten de wonderlijke wereld die we voor onszelf geschapen hebben met een open blik betreden, zoals Alice in Wonderland. <i>Down the rabbit hole we go.</i></p>
<p style="text-align: justify;"><b>Literatuurlijst:</b></p>
<p>Carr, N. The Shallows – <i>What the internet is doing to our brains</i>. New York: W. W. Norton &amp; Company, 2010.</p>
<p>Deleuze, G. <i>Logique du sens</i>. Paris: Les Editions de Minuit, 1969.</p>
<p>Frissen, V. et al. (red.) <i>De Transparante Samenleving – Jaarboek ICT en Samenleving 2011</i>. Gorredijk: Media Update Vakpublicaties, 2011.</p>
<p>Gardner, M. <i>The</i> <i>Annotated Alice – The definitive edition</i>. London: Penguin Books, 2001.</p>
<p style="text-align: justify;">Latour, B. <i>We have never been Modern</i>. Cambridge:  Harvard University Press, 1993.</p>
<p style="text-align: justify;">Mul, J. de. Cyberspace Odyssee. Kampen: Klement, 2002.</p>
<p style="text-align: justify;">Plessner, H. <i>Die Stufen des Organischen und der Mensch: Einleitung in die philosophische Anthropologie. </i>Frankfurt, Suhrkamp, 1975.</p>
<p style="text-align: justify;">Turkle, S. <i>Alone Together. Why We Expect More from Technology and Less from Each Other</i>. New York: Basic Books, 2011.</p>
<p style="text-align: justify;">Verbeek, P. <i>De grens van de mens. Over techniek, ethiek en de menselijke natuur</i>. Rotterdam: Lemniscaat, 2011.</p>
<div style="text-align: justify;"><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[1]</a> Traditioneel wordt dit kenmerk ook wel aangeduid met de term reflexiviteit. Zo gebuikt bijvoorbeeld Plato in de dialoog <i>Alcibiades  </i>(133b) in verband met de menselijke zelfkennis het beeld van een oog dat zichzelf in de spiegel ziet (Plato,  1975, deel III, 58)</p>
</div>
</div>
<div>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<div>
<p>&nbsp;</p>
</div>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=459</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waarom zou je meedoen? Door Anne Last</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=454</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=454#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Mar 2013 06:50:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=454</guid>
		<description><![CDATA[In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan Anne Last. Waarom zou je meedoen? Een kritisch betoog over de participatie-ideologie van de e-democratie door Anne Last Inleiding: De paradox van e-participatie Sinds de jaren ’90 werd er door enkele optimisten het idee van de [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan <strong>Anne Last</strong>.</p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: medium;"><b>Waarom zou je meedoen? </b></span><i>Een kritisch betoog over de participatie-ideologie van de e-democratie </i></p>
<p style="text-align: justify;"><i>door Anne Last</i></p>
<p style="text-align: justify;"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/E-democracy.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-455" alt="E-democracy" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/E-democracy.jpg" width="455" height="293" /></a></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Inleiding: De paradox van e-participatie</span></h1>
<p style="text-align: justify;">Sinds de jaren ’90 werd er door enkele optimisten het idee van de een digitale democratie geopperd. Een nieuwe overheid gemedieerd door de destijds nieuwe technologie van het internet. Pessimisten wezen juist op de mogelijke gevaren van meer overheidsregulatie van ICT’s en voorspelden zelfs een daling van burgerparticipatie op deze wijze (Van Dijk 2006: 104). Nu, meer dan 20 jaar later is de discussie opnieuw leven ingeblazen mede door de gebeurtenissen omtrent de Arabische Lente in het Midden-Oosten. Echter ook in Nederland zijn er meerdere grote initiatieven om burgerparticipatie via digitale communicatiemedia te laten verlopen, zoals Verbeterdebuurt.nl.</p>
<p style="text-align: justify;">In dit betoog wordt het idee van het technologisch imaginair besproken in het licht van macht en democratie. In het eerste hoofdstuk wordt de aanname uiteengezet van het vooruitgangsdenken dat techniek en digitale communicatiemedia de burger in het digitale tijdperk anno 2012 daadwerkelijk handelingsvermogen en hiermee meer macht zou geven. Doordat iedereen een stem lijkt te krijgen via de digitale snelweg kan technisch gezien iedereen gehoord worden met tot gevolg dat iedere stem de potentie heeft bij te dragen aan een groter draagvlak. Dat deze potentie niet per definitie bijdraagt aan een directe democratie wordt in hoofdstuk twee besproken, waar met name onzichtbare disciplinerende machten worden uitgelicht. Hier staat de vraag of de huidige representatieve democratie door de burger als een meer directe democratie gepercipieerd wordt door het gebruik van nieuwe media centraal. Dit leidt ten slotte tot het laatste hoofdstuk waar ik beargumenteer dat de utopische aanname over de democratiserende kracht van e-participatie niet terecht is en genuanceerd dient te worden.</p>
<p style="text-align: justify;">De inspraak van een participerende burger lijkt het schoolvoorbeeld van een democratie. Steeds meer gemeentes maken gebruik van e-participatie, een manier waarop de burger een stem krijgt via de digitale media (Verbeterdebuurt.nl 2012a). In dit onderzoek gebruik ik als voorbeeld van e-participatie het platform Verbeterdebuurt.nl. De burger kan zijn stem laten horen via dit platform om vervolgens direct naar de gemeente doorgespeeld te worden. De keerzijde van e-participatie en de schijnbare macht die de burger lijkt te krijgen is de onzichtbare commerciële kant van dit plaatje. Het handelingsvermogen van de burger wordt meestal gefaciliteerd door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Het ontbreken van online transparantie is een cruciale reden die het naar mijn inzicht noodzakelijk maakt dit betoog te schrijven. Trebor Scholz verwoordt dit als volgt: “[t]he problem is not that Web presence is monetized but that more often than not, the social contract between user and platform owner is breached through a lack of transparency such as privacy ‘agreements’ in the small print” (Scholz 2008). Kwesties als privacy, verzameling van persoonsgegevens en groei van het marktaandeel zijn vaak niet direct zichtbaar maar kunnen wel indirect ten grondslag liggen aan initiatieven als Verbeterdebuurt.nl.</p>
<p style="text-align: justify;">In dit betoog poog ik ernaar een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van kennis in het huidige discours rondom het gebruik van digitale communicatiemedia. Het geeft inzichten vanuit een historisch perspectief in beoefening van democratie waarbij de rol van onzichtbare vormende machten en het technologisch imaginair gecombineerd wordt met de kennis van e-participatie om hiermee tot nieuwe inzichten te komen en de wetenschappelijke relevantie van dit onderzoek vorm te geven. Daarnaast ligt de maatschappelijke relevantie in het vergroten van de kennis en transparantie voor de burger, waarbij het maatschappelijk debat in kaart wordt gebracht. Tevens streef ik binnen deze context voor bewustwording onder burgers. Het is in het publieke belang dat de burger voorzien wordt van objectieve, belangeloze informatie en niet in de ideologische schijn van participatie leeft. Daarom wordt de stelling “Het technologisch imaginair wat gepaard gaat met e-democratie laat de burger verkeren in een participatie-ideologie” in dit betoog onderbouwd. De deelvragen richten zich op de geschiedenis van macht en democratie in de samenleving waarna ik in zal gaan op de hedendaagse opvatting van het technologisch imaginair en de uitvoering van de moderne vormen van democratie. Hierbij wordt onder andere de theorie van de Frankfurter Schule en Michel Foucault gebruikt. Vervolgens wordt het begrip e-participatie uiteen gezet en wat dit concreet kan betekenen voor de burger. Ten slotte wordt er geconcludeerd dat we leven binnen een heersende participatie-ideologie die mede door het technologisch imaginair wordt vormgegeven.</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Het technologisch imaginair: de droom van participatie</span></h1>
<p style="text-align: justify;">Zo ver de ontwikkeling van de technologische geschiedenis reikt, gaat de komst van een nieuw medium gepaard met het idee van het revolutionaire; uitvindingen die grote gevolgen hebben voor de processen in de Westerse samenleving. Mijlpalen uit de geschiedenis van grote veranderingen door de komst van technologie zijn bijvoorbeeld de introductie van de drukpers en de stoomtrein (Snooks 2002). Dat beide uitvindingen een onuitwisbare invloed op de facetten van het dagelijks leven hebben gehad behoeft hier geen nader betoog. Echter een fenomeen dat minder direct zichtbaar is en mede daarom zinvol om te benoemen, gaat tevens gepaard met de komst van nieuwe technologische uitvindingen. Het is de utopische droom die het ideaalbeeld van gebruikers van genetwerkte draadloze technologieën kan waarmaken. Er lijkt keer op keer een nieuwe wereld open te gaan wanneer er een technologische inventie gedaan wordt, waarbij het geprojecteerde verlangen telkens een beetje dichterbij lijkt te komen. In dit hoofdstuk wordt dit verlangen besproken in het licht van de opkomst van nieuwe technologieën aan de hand van het begrip technologisch imaginair.</p>
<p style="text-align: justify;">De komst van het World Wide Web (WWW) zoals Tim Berners-Lee dit in 1994 ontwikkelde is tevens te zien als een mijlpaal (Castells 2002: 16). Sindsdien is het dagelijks leven van een burger fundamenteel veranderd. Dit geldt voor de manier waarop we onze vrije tijd en entertainment ervaren, maar ook hoe we vriendschappen opnieuw vormgeven. Manuel Castells, informatiewetenschapendeskundige, opent het eerste hoofdstuk van zijn boek <i>The Internet Galaxy </i>(2002) met de woorden dat het internet het weefsel van ons leven is (Castells 2002: 1). Met deze metafoor demonstreert hij de impact van het internet waardoor iedereen met elkaar verbonden is. Door de digitalisering van technologische netwerken staan gebruikers van mobiele communicatie apparaten (denk hierbij aan <i>smartphones, </i>laptops en andere draadloze genetwerkte nieuwe media) continu met elkaar in verbinding in een hybride ruimte (De Souza e Silva 2006). Via de interface van een mobiel apparaat dat verbinding heeft met een netwerk wordt deze hybride ruimte gecreëerd,<i> </i>een onzichtbare digitale laag die alle gebruikers met elkaar in een netwerk verbindt.</p>
<p style="text-align: justify;">Deze hybride ruimte wordt gecreëerd door de gebruikers van nieuwe mediatechnologieën, een veelgehoorde term in het populaire discours anno 2012. Zoals aan het begin van dit hoofdstuk het revolutionaire van de komst van nieuwe technologieën benoemd is, is dit tevens terug te vinden in de draadloze genetwerkte nieuwe media. De Engelse professor Kevin Robins vat dit aspect van de huidige techno-cultuur samen: “[a]s if the technological future would be another world, a utopian world, a world more in conformity with our desires and our ideals”<i> </i>(Robins 1996: 11). Wat Robins hier zegt is dat de perceptie van de komst van nieuwe technologieën gepaard gaan met een positieve connotatie, waarbij technologie een belangrijke vervullende rol speelt. Technologie kan immers nieuwe producten zoals robots ontwikkelen en de ideale omgeving creëren. Kortom, technologie kan dromen tot werkelijkheid maken.</p>
<p style="text-align: justify;">Binnen de cultuur- en mediastudies wordt deze gedachte geconceptualiseerd tot het begrip technologisch imaginair. Bij deze vorm van vooruitgangsdenken kunnen we de vraag stellen hoe een fysiek onzichtbaar fenomeen dat zich op de achtergrond in de hybride ruimte afspeelt, idealistische gedachten projecteert op de samenleving. Het imaginair vindt haar oorsprong in de psychoanalysetheorie van Franse postmodernist Jacques Lacan waarbij het imaginair als aanvulling wordt gezien op iemands zijn, een projectie op datgene wat iemand nastreeft om zich compleet en volledig te voelen. Concreet genomen is de ‘iemand’ in deze context een gebruiker van nieuwe mediatechnologieën, die bijvoorbeeld zijn ideale zelf creëert middels een fictieve avatar in een web community (Robins 1996: 15, Lister <i>et al. </i>2009: 67, De Vries 2009: 83).</p>
<p style="text-align: justify;">Ook digitale gebruikersparticipatie gaat gepaard met het technologisch imaginair. Denk hierbij aan de niet onrealistische gedachte dat iedere gebruiker van <i>YouTube</i> vanuit zijn slaapkamer beroemd kan worden. Dit resulteert in een compleet nieuwe stroming artiesten, zoals de Nederlandse Esmée Denters die ontdekt is via haar filmpjes op YouTube. Een van de nieuwe manieren waarop een internetgebruiker zijn droom om beroemd te worden kan verwezenlijken. In het boek <i>Bastard Culture!</i> (2011) laat Mirko Tobias Schäfer zien dat deze vorm van participatiecultuur niet alleen maar lovende woorden toekomt, maar dat er ook gekeken moet worden naar de context waarin een productie tot stand komt.</p>
<p style="text-align: justify;">In dit betoog kijk ik kritisch naar de context waarin e-participatieplatform Verbeterdebuurt.nl tot stand komt. Verbeterdebuurt stimuleert burgerparticipatie binnen de lokale gemeente waardoor ideeën gedeeld en problemen opgelost kunnen worden die door de burger gemeld zijn via het platform middels hun smartphone of computer. Dergelijke initiatieven wekken de indruk dat zij zorgen voor vooruitgang; een verbetering van het huidige klimaat waarbij de rol van de burger van grote invloed kan zijn. Een stap in de richting van een directe en verbeterde democratie middels e-participatie. De kaders waarbinnen deze gebruikersparticipatie tot stand komt worden in de volgende twee hoofdstukken besproken.</p>
<p style="text-align: justify;">In het debat van het huidige discours zijn de meningen verdeeld over de vraag of e-participatie een democratiserende werking heeft. Er zijn kortweg twee dominante meningen te onderscheiden: de <i>cyberutopians</i> en de <i>tech-pessimists. </i>In de media wordt met name de nadruk gelegd op de utopische kant van het imaginair waar veelal positieve connotaties worden gedaan. Het kamp van de cyberutopians wordt onder andere vertegenwoordigd door Paul Levinson die zich hoofdzakelijk profileert als volger van mediawetenschapper Marshall McLuhan. Levinson ziet het digitale tijdperk als een tijdperk van verbetering en stelt onder andere dat online participatie kan leiden tot een directe democratie. Hier tegenover staan de tech-pessimists die het technologisch imaginair juist op de tegenovergestelde manier interpreteren, waarbij het imaginair gezien wordt als een vervreemding van de verbeelding en het verlangen. Onderzoeker Evgeny Morozov vertegenwoordigt het laatstgenoemde standpunt in dit debat. In zijn recent gepubliceerde boek <i>The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom </i>(2011) positioneert Morozov zich lijnrecht tegen Levinsons standpunt. In de volgende hoofdstukken belicht ik beide standpunten in dit debat. Ik maak duidelijk waarom Levinsons visie te rooskleurig is aan de hand van diverse voorbeelden en waarom een genuanceerde kritische blik die Morozov aanreikt noodzakelijk is.</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Een kritische blik op macht en democratie</span></h1>
<p style="text-align: justify;">In het Volkskrant artikel ‘Internet kan onze democratie verdiepen en versterken’ van de zogenoemde 2.0-ambtenaar Davied van Berlo wordt de positieve connotatie tussen internet en democratie wederom opgeroepen (Van Berlo 2011). Van Berlo refereert in dit artikel naar Isaac Asimovs idee uit 1955 over het sciencefictionverhaal <i>Franchise</i>, waarin een elektronische democratie gesticht wordt. Met de term democratie 3.0 vertaalt Van Berlo Asimov naar ons huidige tijdperk, waarin op bijna wiskundige wijze de data van burgerbehoeftes gemonitord kan worden en tegelijkertijd ten uitvoering gebracht wordt. Een in mijn ogen onterecht geïdealiseerde gedachte die de schijnbare cohesie tussen gebruik van nieuwe mediatechnologieën en een verbeterde democratische maatschappij probeert te bevestigen.</p>
<p style="text-align: justify;">In dit hoofdstuk wordt duidelijk waarom het continu verzamelen van burgerdata en e-participatie geen verbetering zal zijn van de huidige representatieve democratie zoals Van Berlo dit voorstelt. Voordat hier op wordt ingegaan is het eerst zinvol om een duidelijk beeld te schetsen middels het werk van Michel Foucault, hoe macht en discipline in de democratische samenleving ontstaan is en welke vormen hiervan te onderscheiden zijn<i>. </i>Ten slotte wordt het hoofdstuk afgesloten met het antwoord op waarom er sprake is van een schijnmacht binnen digitale participatiemogelijkheden. De suggestie die dikwijls gewekt wordt in artikelen zoals hierboven beschreven is bijvoorbeeld dat de participatiemogelijkheden van het internet de individuele gebruiker meer macht en vrijheid geeft, zoals het dit geval zou zijn bij Verbeterdebuurt.nl. Heeft de gebruiker hier daadwerkelijk macht of leeft hij alleen in deze waan?</p>
<p style="text-align: justify;">De Franse postmodernistische denker Michel Foucault zet het ontstaan van een gedisciplineerde maatschappij uiteen in zijn artikel ‘Discipline and Punish: The Birth of the Prison’ (1977), waarbij hij het ontwerp van het panopticon van de Britse filosoof Jeremy Benthams centraal stelt. Dit ontwerp van de perfecte gevangenis maakt gebruikt van wat Foucault noemt <i>power-knowlegde</i>. Het concept is gebaseerd op het feit dat kennis macht is, de gevangene weet door de architectuur van de gevangenis niet of hij wel of niet bewaakt wordt. Dit resulteert in het feit dat hij zich continu bewust is dat er mogelijk een bewaker aanwezig is en hier zijn gedrag op aanpast. Foucault stelt dat macht altijd aanwezig is, al dan niet onzichtbaar werkt. Niet alleen binnen de deuren van de gevangenis werkt deze vorm van macht, maar deze wordt bijvoorbeeld ook zichtbaar op school, op de werkvloer, in het ziekenhuis en binnen het gezin. Net zoals in het panopticon is de onderdrukte gedisciplineerd geraakt door de zijn omgeving en gedraagt hij zich hiernaar. De machthebbende hoeft dus geen continue druk uit te hoeven om autoriteit af te dwingen maar gaat uit van geïnternaliseerde zelfdiscipline (Foucault 1977).</p>
<p style="text-align: justify;">Foucault overdenkt dergelijke maatschappelijke veranderingen. Hoe heeft het tonen van macht en autoriteit in de maatschappij zich van publiek vierendelen naar een gedisciplineerde samenleving kunnen verschuiven binnen een eeuw? Waar vroeger terechtstelling publiekelijk plaatsvond, dus transparant was, werd later steeds meer achter gesloten deuren gehouden, zoals in het panopticon. Wanneer deze gedachte doorgetrokken wordt naar ons huidige digitale tijdperk, kan er gesteld worden dat we leven in een moderne versie van het panopticon (Rheingold 1993: 14). Terwijl internet transparant lijkt te zijn, is er altijd een hogere disciplinerende macht waarin de gebruiker zich schikt. Enerzijds is er een oneindige stroom van informatie en zijn er talloze participatiemogelijkheden die internetgebruikers tot hun beschikking hebben, terwijl anderzijds <i>Google</i> en <i>Facebook</i> technisch gezien de hogere autoriteit vormen die hun gebruikers faciliteren en hiermee indirect disciplineren (Morozov 2011: 159-60). De overtreffende trap hiervan zijn overheden die internetgebruik beperken en reguleren, echter dat wordt hier buiten beschouwing gelaten. Het idee van het moderne panopticon kan op het platform van Verbeterdebuurt.nl gelegd worden, het een lijkt transparante stichting zonder commerciële belangen, terwijl de data van participerende burgers buiten het zicht van hen om verkocht wordt aan gemeentes via het moederbedrijf CreativeCrowds BV. Dit bedrijf werkt volgens het <i>freemium</i>-model, volgens Chris Anderson is dit model “one of the most common Web business models” (Anderson 2008). Door het basisgebruik van de site gratis beschikbaar te stellen komt dit de expansie van het platform ten goede. Hierbij worden <i>premium</i>-producten aangeboden in de vorm van Verbeterdebuurt Plus, om gemeentes goed gebruik te laten maken van de data voorziet CreativeCrowds tegen betaling in diverse software services (Lens 2012). Deze betaalde diensten legitimeren het bestaan van Stichting Verbeterdebuurt en zijn hiermee de onmisbare bron van inkomsten die CreativeCrowds bestaansrecht geven.</p>
<p style="text-align: justify;">Het hiaat wat hier naar mijn inzicht benoemd moet worden is hoe gebruikersdata ongemerkt veranderen in handelswaar ten behoeve van CreativeCrowds. Ervan uitgaande dat niet alle gebruikers dit problematisch vinden, mist er wel degelijk transparantie in deze constructie. Een gebruiker zou hierin tenminste de keuze om wel of niet bij te dragen aan commerciële doeleinden moeten krijgen. Volgens het huidige model is de gebruiker is in de veronderstelling dat hij een actief participerende burger is die zijn steentje bijdraagt aan de democratie, terwijl zijn data zonder medeweten als input voor commerciële doeleinden dient.</p>
<p style="text-align: justify;">In een later werk richt Foucault (1982) richt zich wederom op de ontsluiering van machtsrelaties. In ‘The Subject and Power’<i> </i>beschrijft de filosoof hoe een subject in de samenleving gevormd wordt door onzichtbare machten. Middels deze tekst benadrukt Foucault dat het van belang is bewust te zijn van vormende machten om ons heen, om deze op te zoeken en tevens te bevragen. Foucault streeft er naar om normaliseringsprocessen bloot te leggen middels het subject-denken (Foucault 1982). Door alles te bevragen wat wij als normaal ervaren worden machtsrelaties zichtbaar. Door te bevragen hoe Facebook omgaat met onze gegevens blijkt dat gebruikers vaak meer van hun privacy opgeven dan zij daadwerkelijk bewust van zijn (boyd en Hargittai 2010).</p>
<p style="text-align: justify;">Een individu is zich volgens Foucault niet bewust van macht, omdat hij deze als normaal ervaart en geaccepteerd heeft (Foucault 1982). De participatiemogelijkheden op het internet geven de gebruiker het idee dat hij zich vrij kan uiten en binnen zijn eigen mogelijkheden macht kan ervaren. Echter, wanneer we deze situatie kritisch bekijken blijkt dat de gebruiker binnen de dominante macht gestuurd en gedisciplineerd wordt. De macht, ofwel invloed, die de gebruiker voelt is naar mijn mening relatief. Gebruikers kunnen alleen onder bepaalde voorwaarden participeren en zo hun bijdrage aan de democratie leveren.</p>
<p style="text-align: justify;">Dit zijn de disciplinerende kaders die Verbeterdebuurt.nl stelt, zoals de kennis van het bestaan van de site, het vereiste van internet(vaardigheden), meldingen worden tegen betaling doorgestuurd met gekoppelde gemeentes, zoals bij Gemeente Leerdam gebeurt (Verbeterdebuurt 2012b). Bij nieuwe ideeën moet de gebruiker eerst tien stemmen verzamelen via sociale media om überhaupt gehoord te worden (Verbeterdebuurt 2012c). Van Berlo verwoordt het probleem van deze geaccepteerde zelfdiscipline als: “[I]s dat een 2.0-alternatief voor de representatieve democratie of een opmaat voor kortetermijndenken en de terreur van de meerderheid? Democratie is er ook voor de rechten van de minderheid” (Van Berlo 2011). Net zoals in de offline democratie bestaat er online ook het gevaar dat alleen de meest dominante stem gehoord en gerepresenteerd wordt.</p>
<p style="text-align: justify;">Terug naar het debat van de cyberutopians en de tech-pessimists, om de discussie van een abstracter macroniveau te belichten. Paul Levinson stelt dat iedereen via het gebruik van digitale communicatiemedia gehoord kan worden en dit de samenleving een stap dichterbij een directe democratie brengt.<a title="" href="#_ftn1">[1]</a> Hij illustreert dit met de volgende woorden: “the age of mass media and representative democracy may well be in irreversible decline, replaced by the more equitable system of direct democracy in which the majority not only truly rules, but in which everyone&#8217;s views can get a public hearing, and everyone can vote at any and all times” (Levinson 2011). Doordat technisch gezien de vorm van een directe democratie binnen de mogelijkheden lijkt te komen heeft iedere stem de potentie gehoord te worden. Levinsons woorden zijn beladen met het technologisch imaginair zoals in hoofdstuk <em>één beschreven is, waarbij hij van een vorm van ultieme participatie uitgaat. Hij stelt dat een directe democratie een betere democratie is en dicht hierbij digitale communicatiemedia een niet geringe rol toe.</em> Naar mijn inzicht slaat Levinson door in deze stellingname. Een betere democratie is niet per se een directe democratie waarbij iedereen digitaal kan participeren. Ten tijde van het ontstaan van de oorspronkelijke Griekse democratie was deze ook niet direct en niet al helemaal niet toegankelijk voor iedereen (Williams 1976).</p>
<p style="text-align: justify;">Evgeny Morozov is van mening dat het promoten van vrijheid en democratie via het internet een “naïef concept” is (Morozov 2011b). Hij ontkent niet dat deze nieuwe media geen invloed hebben, maar stelt dat juist dat de rol hiervan overschat wordt. Met name in landen waar er een autoritair regime heerst, waar burgers alleen de bevrijdende kracht van technologie zien en hun ogen sluiten voor politieke en economische macht in hun land. Juist hier wordt internet gebruikt om protest te verbannen, zoals recentelijk in Egypte gebeurde waardoor het regime internet werd afgesloten. In het hoofdstuk ‘You Can’t Be a “Little Bit Free” on the Internet’ laat Morozov in zijn laatste boek de paradox zien van Westerse overheden die vooral de vrijheid van het internet promoten, maar anderzijds niets melden over de controle die zij uitvoeren op het internet (Morozov 2011a). Hij suggereert dus dat de overheid een schijn van internetvrijheid laat zien. Deze suggestie is toepasselijk op de casus van Verbeterdebuurt.nl. In een video op het PICNIC Festival promoot minister Piet Hein Donner Verbeterdebuurt.nl en noemt het: “een slimme en innovatieve toepassing die bijdraagt bij aan burgerparticipatie” (Donner 2011). Donner schaart zich hier te makkelijk achter de lovende woorden van e-participatie en het technologisch imaginair naar mijn mening. Hij maakt het hiermee aannemelijk, met Foucaults woorden over disciplinerende machten in het achterhoofd, dat Verbeterdebuurt het antwoord van de burgers is op de massale invloedrijke corporaties en overheden die ons controleren. E-participatie geeft de burger een stem. Ik ontken hier niet dat e-participatie de burger geen stem geeft, integendeel, maar juist via het freemium-model duwt Donner ons weer in de fuik van het massale systeem. Een gebaar wat ik van hem als minister hierdoor als twijfelachtig beschouw.</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">De schijnmacht van de individuele gebruiker</span></h1>
<p style="text-align: justify;">In het vorige hoofdstuk heb ik aangetoond dat in een samenleving macht altijd onzichtbaar ‘aan het werk is’, terwijl gebruikers of burgers zich hieraan conformeren en macht hiermee accepteren werken zij tevens zelf deze macht in de hand. Door een kritische blik op burgerparticipatie en de context hiervan wordt duidelijk waar en bij wie de macht ligt. Wederom wordt in dit hoofdstuk de grens van de eigenlijke macht van burgerparticipatie opgezocht middels het begrip e-participatie en door het Marxisme geïnspireerde gedachten. Tot waar ligt de grens van gepercipieerde digitale vrijheid van gebruikers?</p>
<p style="text-align: justify;">Tijdens de opkomst van het WWW in het jaar 1993 sprak Howard Rheingold al over de potentiële democratische functie van nieuwe communicatietechnologieën. Rheingold schreef dit voor de crash van de ‘dotcom-bubbel’ in het jaar 2000, waarbij hij destijds al veelvoudig het idee van de elektronische democratie bekritiseerd. Met de woorden “[w]hy should this new medium be any less corruptible than previous media?” relativeert hij naar mijn mening duidelijk de tijdelijkheid van een hype waar de komst van elk nieuw medium of technologie mee gepaard gaat (Rheingold 1993: 240).</p>
<p style="text-align: justify;">In het tijdperk van het door Tim O’Reilly benoemde Web 2.0 heeft het WWW een enorme groei doorgemaakt. Nieuwe technologieën zorgen voor een sociaal internet met oneindige participatiemogelijkheden (O’Reilly 2005). Alles en iedereen staat continu met elkaar in verbinding, maar de vraag is of we voorbij de hype kunnen kijken. Hoe sociaal en democratisch is dit web en heeft de gebruiker inspraak zoals bij Verbeterdebuurt.nl gesuggereerd wordt? Met andere woorden, verbetert de buurt daadwerkelijk door zoveel mogelijk e-participanten die ideeën via de applicatie van het platform melden? Mediacriticus Trebor Scholz kijkt voorbij de rooskleurige wereld van O’Reilly en benadrukt de commerciële kant van het Web 2.0 waar interesses van marketeers en gebruikers op basis van uiteenlopende belangen gevoed worden (Scholz 2008).</p>
<p style="text-align: justify;">Door de participatiecultuur als gevolg van het Web 2.0 verschuift de traditionele relatie tussen consument en producent stelt Mirko Tobias Schäfer in zijn boek <i>Bastard Culture!</i> (2011). Consumenten produceren en distribueren hun eigen media, bijvoorbeeld via YouTube. Dit wekt de indruk dat de consument aan zet is en met een scala aan e-participatiemogelijkheden zijn macht in eigen handen heeft. Producenten worden genoodzaakt hun businessmodel te herzien, waarbij de data gecreëerd door gebruikers (<i>user generated content, </i>UGC) een belangrijke rol spelen (Schäfer 2011: 125-7). Echter juist de rol van deze UGC wordt binnen het discours vaak kritisch benaderd (Andrejevic 2009, McChesney 2009, Schäfer 2011). Snijdt het mes aan twee kanten of worden de producenten alleen maar groter en zijn de consumenten ongemerkt online <i>crowdsourced</i> <i>free labor</i> die louter voor data zorgen?</p>
<p style="text-align: justify;">In ‘Exploiting YouTube’ toont Mark Andrejevic hoe een platform als YouTube profiteert van de UGC door het verkopen van reclameruimte aan adverteerders. Het is geen geheim binnen de traditionele mediawereld dat meer dan driekwart van het totale marktaandeel wereldwijd door slechts zes grote mediagiganten vertegenwoordigd wordt (Kazemier 2010). Robert McChesney benoemt deze zes pioniers als het <i>corporate media cartel</i> (McChesney 1999). Het gevolg van deze concentratie is een buitenproportioneel machtsvertoon wat zich uit in kartelvorming. Dit sluit andere, vaak kleinere partijen, buiten en is daarmee per definitie geen bijdrage aan een democratisch beleid. De kans op het gebrek aan diversiteit in de nieuwe digitale mediawereld is groot volgens Jeffrey Chester, Executive Director van <i>Centre for Digital Democracy </i>als we niet tijdig ingrijpen (Chester 2007). Met name in de Verenigde Staten is de lijn tussen de overheid en mediagiganten niet eenduidig. Waar financiële belangen de boventoon voeren, kan het pluriforme publieke belang van de bevolking niet de prioriteit hebben. Volgens Chester lobbyt het machtige corporate media cartel binnen de politiek en zet hun belangen uit bij non-profit organisaties om zo beetje bij beetje de wet naar hun hand te zetten (Chester 2007). Hoewel het Amerikaanse systeem niet met het Nederlandse systeem vergeleken kan worden, kan hier toch een les uit getrokken worden. Overheid en bedrijven moeten naar mijn mening gescheiden functioneren. Volksvertegenwoordigers dienen hun functie in het kader van het publieke belang uit te oefenen en zouden zich niet in moeten laten met commerciële partijen. Het eerdergenoemde promotiefilmpje van Donner voor Verbeterdebuurt.nl passeert in mijn visie de scheidslijn tussen overheid en bedrijven.</p>
<p style="text-align: justify;">Dat de commercie in het weefsel van mediaproducties zit blijkt uit de praktijk. Een complete media-economie gaat schuil achter deze industrie, ondanks de politieke regulering. In ‘The Culture Industry Reconsidered: 1975’ van Theodor Adorno wordt expliciet gemaakt hoe het economische winstoogmerk de drijvende kracht achter cultuur en maatschappij is. Adorno was een van de grondleggers van de <i>Frankfurter Schule</i>, een door het Marxisme geïnspireerde beweging die zich kritisch uitliet over massacultuur. Mediaproductie is volgens hem veranderd in een cultuurindustrie waar het alleen draait om winst. Net zoals Foucault spreekt Adorno over onderliggende machtstructeren waar de massa zich blind conformeert aan een onbekend ideaal (Adorno 1991: 85-6). Cultuurproductie krijgt hiermee een <i>top-down</i> benadering waar individuele artistieke vrijheid plaatsmaakt voor herhaling van handelswaar. Telkens in een nieuw jasje gestoken, waardoor het de schijn van iets nieuws heeft. De massa laat zich sturen door deze ideologie waar consumeren als normaal wordt beschouwd. Het gevaar van deze ideologie is dat de massa denkt een stem en keuzevrijheid te hebben, terwijl de keuze al voor hen bepaald is door de industrie. Door de schijn van nieuwe producties, die telkens in een andere vorm terugkomt, lijkt het alsof de consument macht heeft om te kiezen terwijl de kapitalistische kaders dit al ingeperkt hebben (Adorno 1991: 87-8).</p>
<p style="text-align: justify;">Bij de productie van Verbeterdebuurt.nl wordt het concept burgerparticipatie in een nieuw jasje gestoken, zoals hiervoor bij Adorno benoemd is. Burgerparticipatie is een van de grondbeginselen van een democratie en kent hiermee bestaansrecht sinds de invoering van de eerste Griekse democratie. De komst van nieuwe digitale technieken maken de weg vrij voor e-participatie van burgers, via bijvoorbeeld smartphone of computer. Internetbedrijf CreativeCrowds heeft van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt om dit te faciliteren middels het freemium-businessmodel. Door in de vorm van een stichting de burgerparticipant van een gratis platform gebruik te laten maken kan de data die dit oplevert als handelswaar verkocht worden via het bedrijf aan gemeentes. Terwijl burgerparticipatie niet nieuw is, is deze manier van commercialisatie van burgerdata wel nieuw. In het Financiële Dagblad<i> </i>bevestigt medeoprichter van Verbeterdebuurt Stijn van Balen: “[h]et is een nieuw economisch domein waarin nog van alles kan gebeuren” (Cohen 2011). Zoals bij het technologisch imaginair eerder omschreven is, gaan nieuwe technologieën gepaard met een utopische verbeelding, waar alles nog beter wordt dan voorheen. Door het gebrek aan transparantie is de burger in de waan dat deze manier van participatie ook daadwerkelijk beter is, evenals de naam van het platform ook suggereert: een verbetering van de buurt.</p>
<p style="text-align: justify;">Net zoals in Adorno’s theorie wekt Verbeterdebuurt de indruk dat het <i>bottum-up</i> werkt, vanuit de massa naar bedrijven of overheid. Terwijl tevens met zijn theorie gesteld kan worden dat digitaal participeren via Verbeterdebuurt juist top-down werkt; net zoals in de cultuurindustrie wordt hier door enkele organisaties bepaald op welke manier de burger zijn stem mag laten horen. De gepercipieerde invloed van de gebruiker is daardoor beperkt. Deelnemende gemeentes geven bepaalde de affordances aan e-participatie.<a title="" href="#_ftn2">[2]</a> Zij sturen de burger al in een bepaalde richting, zoals het gebruik van digitale media waardoor het handelingsvermogen van de burger beperkt wordt. De burger dient binnen de grenzen van Verbeterdebuurt zijn stem te laten horen. Het gevolg is dat hij deze voorwaarden accepteert als zijnde ‘normaal’ en door het gebrek aan transparantie zich onbewust conformeert aan een onbekend ideaal.</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Conclusie: De participatie-ideologie van de e-democratie</span></h1>
<p style="text-align: justify;">In dit betoog heb ik aangetoond dat participatiemogelijkheden op het WWW niet altijd transparant voor gebruikers zijn. Het gevolg hiervan is dat gebruikers daardoor zich niet altijd bewust zijn van het feit dat hun gebruikersdata voor commerciële doeleinden kan dienen. In deze scriptie is het begrip e-participatie uitgelicht aan de hand van de case Verbeterdebuurt.nl. Burgers die gebruik maken van de toepassingen van het platform Verbeterdebuurt.nl zijn in de veronderstelling, mede door aanmoediging voor het gebruik door minister Donner, dat ze bijdragen aan een betere samenleving. Ze verbeteren hun buurt middels opvolging te geven aan hun participatierecht binnen het democratisch burgerschap. Wat zij niet direct zien is de freemium-constructie van CreativeCrowds BV, waarbij data van burgerparticipatie als primaire input voor een commercieel businessmodel geldt.</p>
<p style="text-align: justify;">CreativeCrowds maakt op deze wijze gebruik van de positieve connotatie die gepaard gaat met de opkomst van online burgerparticipatie. De komst van nieuwe digitale mediatechnologieën is sterk beladen met het utopische idee van het technologisch imaginair; dat door online participatie een directe democratie verwezenlijkt kan worden. Zoals ik met Trebor Scholz in de inleiding van dit betoog argumenteer is het niet de commercialisatie van het web waar deze scriptie zich op focust, hier is immers niet aan te ontsnappen. Echter ligt de focus op het gebrek aan transparantie waarmee data als handelswaar gecreëerd wordt. Aan de hand van het werk van Theodor Adorno is gebleken dat online data van burgerparticipatie als onderdeel van de cultuurindustrie een commercieel doel dient. Middels Michel Foucault heb ik aangetoond dat gebruikers vaak onbekende privacy regels accepteren en zich hiermee schikken zonder tegengeluid in de macht van de commercie, zoals CreativeCrowds. Door alsmaar data te verstrekken worden commerciële partijen steeds groter en kunnen ze vergeleken worden met het moderne panopticon.</p>
<p style="text-align: justify;">Op deze wijze werkt e-participatie niet per se democratiserend, maar juist ten behoeve van<i> </i><em>één partij. De gedachte van Paul Levinson </em>dat meer e-burgerparticipatie leidt tot een directe democratie en dit een betere uitgangspositie is heb ik tegengesproken. Voordat het idee ‘hoe meer stemmen, hoe meer draagvlak voor een representatieve democratie’ ingevoerd kan worden moeten er verstrekkende maatregelen genomen worden in de basisprincipes van de huidige uitoefening van de democratie. In dit betoog heb ik de sceptische positie ingenomen waarbij ik aansluiting vind bij tech-pessimist Evgeny Morozov. Hiermee sluit ik niet uit dat er geen mogelijkheden zijn dat nieuwe mediatechnologieën een bijdrage kunnen leveren aan een democratisch beleid. Echter, een e-democratie is gezien deze context een utopische aanname. De democratiserende kracht van e-participatie kan middels Morozovs werk genuanceerd worden en geeft een verfijnder inzicht in de heersende participatie-ideologie.</p>
<p style="text-align: justify;">
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Bibliografie</span></h1>
<p style="text-align: justify;">Adorno, Th.W. 1991. <i>The culture industry: Selected essays on mass culture. </i>Londen en New York: Routledge.</p>
<p style="text-align: justify;">Anderson, C. 2008. Free! Why $0.00 Is the Future of Business<b>. </b><i>Wired.</i> [Geraadpleegd op: 16 januari 2012]. Beschikbaar via http://www.wired.com/techbiz/it/magazine/16-03/ff_free?currentPage=all.</p>
<p style="text-align: justify;">Andrejevic, M. 2009. Exploiting YouTube. Contradictions of user-generated content in <i>The Youtube reader. </i>Red. P. Snickars &amp; P. Vonderau. Stockholm: National Library of Sweden. 406-423.</p>
<p style="text-align: justify;">Berlo, D. van. 2011. Internet kan onze democratie verdiepen en versterken. <i>Volkskrant</i>.<br />
[Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via http://www.volkskrant.nl/vk/nl/6164/Overheid-2-0/article/detail/3057263/2011/11/30/Internet-kan-onze-democratie-verdiepen-en-versterken.dhtml.</p>
<p style="text-align: justify;">boyd, d. en Hargittai, E. 2010. Facebook privacy settings: Who cares? <i>First Monday.</i> [Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via http://firstmonday.org/htbin/cgiwrap/bin/ojs/index.php/fm/issue/view/317.</p>
<p style="text-align: justify;">Castells, M. 2002. <i>The Internet Galaxy. </i>Oxford: University Press.</p>
<p style="text-align: justify;">Chester, J. 2007. <i>Digital Destiny: New Media and the Future of Democracy</i>. New York: The New Press.</p>
<p style="text-align: justify;">Cohen, R. 2011. Schatkamer aan overheidsdata opengesteld. <i>Financiële Dagblad. </i>[Geraadpleegd op: 14 januari 2012]. Beschikbaar via http://www.verbeterdebuurt.nl/blog/2011/11/10/open-data-in-de-buurt/.</p>
<p style="text-align: justify;">De Souza e Silva, A. 2006. From Cyber to Hybrid: Mobile Technologies as Interfaces of Hybrid Spaces. <i>Space and culture </i><i>9</i> (3) 261-278.</p>
<p style="text-align: justify;">Dijk, J. van. 2006. <i>The Network Society</i>. <i>Social Aspects of New Media. </i>Londen: Sage Publications Ltd.</p>
<p style="text-align: justify;">Donner, P.H. 2011. Minister Donner noemt Verbeterdebuurt een voorbeeld. <i>PICNIC Festival. </i>[Geraadpleegd op: 15 januari 2012]. Beschikbaar via: http://www.verbeterdebuurt.nl/blog/2011/09/16/minister-donner-noemt-verbeterdebuurt-een-voorbeeld/.<b></b></p>
<p style="text-align: justify;">Foucault, M. 1977. Discipline and Punish: The Birth of the Prison. New York: Vintage. [Origineel 1975]</p>
<p style="text-align: justify;">Foucault, M. 1982. The Subject and Power. <i>Critical Inquiry, </i>Vol. 8 No. 4<i>.</i> Chicago: University Press. 777-795.</p>
<p style="text-align: justify;">Gergen, K.J. 2008. Mobile Communication and the Transformation of the Democratic Process in <i>Handbook of Mobile Communication Studies</i>. Londen: MIT Press. 297-310.</p>
<p style="text-align: justify;">Kazemier, B.J. 2010. The Masters Of The Media. <i>This is Propaganda. </i>[Geraadpleegd op: 5 januari 2012]. Beschikbaar via: http://www.youtube.com/watch?v=6m-g3UmkmHs.</p>
<p style="text-align: justify;">Lens, C. 2012. Verbeterdebuurt / Creative Crowds. E-mail van Anne Last naar Carl Lens. 19 januari 2012.</p>
<p style="text-align: justify;">Levinson, P. 2011. Occupy Wall Street, Direct Democracy, Social Media: A Thumbnail History of Media and Politics Since Ancient Athens. <i>Paul Levinson&#8217;s Infinite Regress.</i> [Geraadpleegd op:  21 december 2011]. Beschikbaar via http://paullevinson.blogspot.com/2011/10/occupy-wall-street-direct-democracy.html.</p>
<p style="text-align: justify;">Lister, M. <i>et al</i>. 2009. <i>New Media: A Critical Introduction. </i>Londen: Routledge.</p>
<p style="text-align: justify;">McChesney, R. 1999. <i>Rich media, poor democracy: Communication politics in dubious times.</i> Urbana: University of Illinois Press.</p>
<p style="text-align: justify;">Morozov, E. 2011a. <i>The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom. </i>New York: Public Affairs.</p>
<p style="text-align: justify;">Mozorov, E. 2011b. What role does technology really play in pro-democracy revolutions? <i>Stream</i>. [Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via http://stream.aljazeera.com/story/cyber-realism-versus-cyber-utopians.</p>
<p style="text-align: justify;">Norman, D. A. 2002. <i>The design of Everyday Things.</i> New York: Basic Books.</p>
<p style="text-align: justify;">O’Reilly, T. 2005. What Is Web 2.0: Design patterns and business models for the next generation of software. <i>O’Reilly Media, Inc.</i> [Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via <a href="http://oreilly.com/web2/archive/what-is-web-20.html">http://oreilly.com/web2/archive/what-is-web-20.html</a>.</p>
<p style="text-align: justify;">Rheingold, H. 1993. <i>The Virtual Community</i>. <i>Homesteading on the Electronic Frontier</i>. Reading, Massachusetts: Addison-Wesley.</p>
<p style="text-align: justify;">Robins, K. 1996. <i>Into the Image: Culture and Politics in the Field Of Vision</i>. Londen en New York: Routledge.</p>
<p style="text-align: justify;">Schäfer, M.T. 2011. <i>Bastard Culture!</i> Amsterdam: Amsterdam University Press.</p>
<p style="text-align: justify;">Scholz, T. 2008. Market Ideology and the Myths of Web 2.0 in <i>First Monday</i>. [Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via http://firstmonday.org/htbin/cgiwrap/bin/ojs/index.php/fm/article/view/2138/1945.</p>
<p style="text-align: justify;">Snooks, G.D. 2000. <i>Was the Industrial Revolution Necessary?</i> Londen en New York: Routledge.</p>
<p style="text-align: justify;">Verbeterdebuurt.nl, 2012a. Meer dan 300 gemeentes nemen deel aan het Verbterdebuurt.nl platform. <i>Verbeterdebuurt.nl. </i>[Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via http://www.verbeterdebuurt.nl/blog/uitleg/hoe/.</p>
<p style="text-align: justify;">Verbeterdebuurt.nl, 2012b. Leerdam is gekoppeld. <i>Verbeterdebuurt.nl.</i> [Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via http://www.verbeterdebuurt.nl/blog/plus/voorbeelden/leerdam/.</p>
<p style="text-align: justify;">Verbeterdebuurt.nl, 2012c. Uitleg meldingen. <i>Verbeterdebuurt.nl.</i> [Geraadpleegd op: 4 januari 2012]. Beschikbaar via http://www.verbeterdebuurt.nl/blog/uitleg/faq/.</p>
<p style="text-align: justify;">Vries, I. de. 2009. The vanishing points of mobile communication in digital material tracing new media in <i>Everyday Life and Technology</i>. Amsterdam: Amsterdam University Press. 81-94.</p>
<p style="text-align: justify;">Williams, R. (1976). <i>Keywords: A Vocabulary of Culture and Society. </i>Londen: Fontana Press.</p>
<div style="text-align: justify;"><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[1]</a> We leven in Nederland in een representatieve democratie (ook wel indirecte democratie genoemd), waar een door het volk verkozen parlement de stem van de burger vertegenwoordigd wordt. Een directe democratie zou inhouden burgers</p>
<p>direct inspraak hebben, waarbij er geen vertegenwoordiging van een parlement is (Rijksoverheid 2011).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[2]</a> Een affordance is een term uit de design industrie en omschrijft tot welke acties of eigenschappen een apparaat of ding ons uitnodigt (Norman 2002).</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=454</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mobile Augmented Reality door Marieke Pots</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=444</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=444#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 10 Mar 2013 13:57:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=444</guid>
		<description><![CDATA[In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij elke dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan Marieke Pots. Mobile Augmented Reality en de Staat van Absent Presence Een explorerend onderzoek naar de houdbaarheid van de theorie over absent presence (Gergen, The Challenge of the Absent Presence) in het licht van de nieuwe [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij elke dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan Marieke Pots.</p>
<p style="text-align: justify;"><b>Mobile Augmented Reality en de Staat van Absent Presence</b></p>
<p style="text-align: justify;"><em>Een explorerend onderzoek naar de houdbaarheid van de theorie over absent presence (Gergen, The Challenge of the Absent Presence) in het licht van de nieuwe ontwikkelingen rondom augmented reality op de smartphone anno 2013.</em></p>
<p style="text-align: justify;"><em>Marieke Pots</em><b> </b></p>
<p style="text-align: justify;">Het huidige medialandschap kenmerkt zich door vele en snelle veranderingen. De mobiele telefoon past in dit beeld. Terwijl de eerste mobiele telefoon al werd gemaakt in de jaren ’50, kwam de technologie pas echt op met de komst van het GSM-netwerk in de jaren ’90 (Baron). Een mobiele telefoon is nu, ongeveer 20 jaar later, behoorlijk geëvolueerd. Natuurlijk kan een mobiele telefoon nog steeds gebruikt worden om te bellen, maar een smartphone met een camera, een internetverbinding en een GPS-functie, biedt nog veel meer mogelijkheden.</p>
<p style="text-align: justify;">In de wetenschap werd vanaf de jaren ’90 veel geschreven over de gevolgen van een mobiele telefoon op de dagelijkse praktijken van mensen in een ruimte. Kenneth J. Gergen beschrijft met het concept “absent presence” het verschijnsel waarbij mensen fysiek aanwezig zijn, maar door technologie ondergedompeld worden in een andere wereld (Gergen, <i>The Challenge of the Absent Presence 227)</i>. Hij doelt hierbij echter niet op de mobiele telefoon, maar op alle andere media uit de 20<sup>e</sup> eeuw. Gergen spreekt van “monologic” communicatietechnologieën, zoals de televisie, de radio en de walkman (229). Een eigenschap van deze monologic communicatietechnologieën is dat zij steeds meer de potentie hebben om mensen onder te dompelen in private werelden met als gevolg dat de ruimtes waarin men zich bevindt, worden geprivatiseerd. Zo hebben veel gezinnen nu meerdere televisies in huis waardoor ieder gezinslid zijn eigen programma kan kijken, en zo worden mensen op straat ondergedompeld in hun muziek door een walkman. Het belangrijkste punt van Gergen is dat een mobiele telefoon zich op een zeer positieve wijze onderscheidt van deze monologic communicatietechnologieën, omdat het de nadruk legt op intermenselijke communicatie en daarmee sociale interactie weer uitbreidt.</p>
<p style="text-align: justify;">Gergen zet uiteindelijk kanttekeningen bij deze uitspraak omdat de mobiele telefoon in 2002 al de potentie had om eigenschappen van de tv en radio over te nemen. Hierdoor zou een telefoon uiteindelijk weer kunnen veranderen in een monologic communicatietechnologie. Aangezien de mobiele telefoon sinds het essay van Gergen uit 2002 erg veranderd is, moet opnieuw gekeken worden naar de theorie over absent presence. De positieve blik van Gergen moet opnieuw bekeken worden in het licht van de nieuwe affordances van de smartphone in 2013.</p>
<p style="text-align: justify;">Augmented reality (AR) is een voorbeeld van een nieuwe toepassing op mobiele telefoons. AR is een techniek waarbij de omgeving van de gebruiker wordt aangevuld met virtuele informatie. In dit artikel staat de bekendste toepassing van mobile AR centraal; de AR-browser Layar. Layar is een applicatie voor smartphones waarmee een gebruiker digitale “lagen” met virtuele informatie over het beeld van zijn of haar fysieke omgeving kan projecteren middels de camera, de GPS-functie en het internet.</p>
<p style="text-align: justify;">Er zal gekeken worden naar de manier waarop er bij een smartphone met mobile AR (nog) sprake is van het positieve beeld, dat Gergen met het concept absent presence had, over de minder privatiserende invloed op de gebruikers van een mobiele telefoon. De manier waarop de AR-browser Layar zich verhoudt tot de staat van absent presence (onderdompeling) en de mogelijkheid tot sociale interactie zal worden onderzocht. Door het dagelijks gebruik van toepassingen van mobile AR te analyseren, kunnen de eventuele sociale implicaties voor gebruikers worden begrepen. Hierbij zal worden beschreven dat onze perceptie van een ruimte, en de manier waarop wij hierbij omgaan met anderen, radicaal kan gaan veranderen met mobile augmented reality.</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Absent presence &amp; het wetenschappelijke debat</span></h1>
<p style="text-align: justify;">Kenneth J. Gergen beschrijft met het concept “absent presence” de grote veranderingen in de ontwikkelingen van communicatietechnologieën in de 20<sup>e</sup> eeuw. Gergen beschrijft in de inleiding van zijn essay hoe absent presence opgevat dient te worden: “One is physically present, but is absorbed by a technologically mediated world of elsewhere” (<i>The Challenge of the Absent Presence</i> 227). Met deze opvatting verwijst hij vooral naar alle communicatietechnologieën uit de 20<sup>e</sup> eeuw, zoals de televisie en de radio. Het domein van de absent presence is door die technologieën vergroot, met destructieve gevolgen. De invloed van face-to-face communicatie werd verzwakt en de manier waarop mensen hun identiteit vormden in een lokale gemeenschap werd weggevaagd. Het centrale punt is hierbij dat deze technologieën steeds meer de potentie kregen om mensen onder te dompelen in private werelden.</p>
<p style="text-align: justify;">Maar, de mobiele telefoon is een uitzondering op die technologieën. De mobiele telefoon zorgt namelijk voor een andere vorm van absent presence. Gergen beschrijft dit in een ander artikel: “More broadly, it may be said, that the mobile phone has lent itself to the pervasive state of an absent presence: the continuous presence at hand of family, friends and colleagues who are physically absent” (Gergen, <i>Self and Community in the New Floating Worlds</i>). Gergen is positiever over de mobiele telefoon dan over andere technologieën uit de 20<sup>e</sup> eeuw. De mobiele telefoon staat namelijk in dienst van intermenselijke communicatie, doordat men familie, vrienden en collega’s altijd bij zich draagt. De mobiele telefoon is daarmee minder privatiserend dan andere media.</p>
<p style="text-align: justify;">Bij het essay van Gergen kunnen twee kanttekeningen geplaatst worden. Als eerste kan worden afgevraagd of deze opvatting over de mobiele telefoon in 2002 nog wel van toepassing is op de smartphone anno 2013. De tweede kanttekening die gezet kan worden is de manier waarop Gergen niet lijkt in te gaan op de vraag of een mobiele telefoon ook kan vallen onder zijn eerste opvatting van absent presence (waarbij men fysiek aanwezig is, maar mentaal ondergedompeld is in een andere wereld). Gergen beredeneert terecht dat een mobiele telefoon, in tegenstelling tot de tv en de radio, weer de intermenselijke communicatie voorop stelt, maar hij gaat hierbij niet meer in op een eventuele onderdompelende werking van de mobiele telefoon. De vraag die alsnog gesteld dient te worden is of de huidige smartphone (anno 2013, met een internverbinding, een GPS-functie en een camera) net als een tv en een radio, de gebruiker kan onderdompelen in een andere wereld.</p>
<p style="text-align: justify;">Jukka-Pekka Puro schrijft dat een mobiele telefoon de intrinsieke eigenschap heeft om publieke ruimtes te privatiseren (23). Iemand die aan het bellen is, creëert zijn eigen privéruimte in het openbaar, waardoor er een sociale absentie ontstaat in de ruimte waarin men zich bevindt. De spreker mag dan fysiek aanwezig zijn, zijn mentale oriëntatie is bij iemand die niet in diezelfde ruimte is. Scott W. Campbell and Yong Jin Park beschrijven, net als Puro, dat mensen die aan het bellen zijn zich afsluiten van anderen die zich in diezelfde ruimte begeven (378).</p>
<p style="text-align: justify;">Adriana de Souza e Silva stelt dat smartphones zich onderscheiden van de manier waarop in eerdere artikelen geschreven werd over een mobiele telefoon. De mobiele telefoon moet volgens haar gereconceptualiseerd worden als meer dan alleen een “two-way voice communication technology” (121). De Souza e Silva beweert dat de smartphone als sociale interface gezien kan worden: “[T]he development of new technologies such as location awareness and 4G will most likely reinforce this shift in the meaning of the mobile device: originally an emergency item, now a social network maker” (De Souza E Silva 121).</p>
<p style="text-align: justify;">De tekst van Humphreys vat bovenstaande opvattingen samen door te beschrijven dat een mobiele telefoon een publieke ruimte kan privatiseren, maar dat dit is erg contextafhankelijk van de manier waarop de mobiele telefoon wordt gebruikt (828). Om uitspraken te kunnen doen over de hedendaagse validiteit van het positieve standpunt van Gergen over een mobiele telefoon, dient geanalyseerd te worden hoe een smartphone met augmented reality zich enerzijds verhoudt tot de staat van absent presence, en anderzijds de mogelijkheden voor sociale interactie.</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Augmented reality en onderdompeling</span></h1>
<p style="text-align: justify;">Augmented reality kan letterlijk naar het Nederlands vertaald worden als toegevoegde realiteit. Ronald Azuma definieert AR op een duidelijke wijze: “Augmented reality combines real and virtual, is interactive in real time and is registered in 3-D” (2). Deze definitie zal centraal staan, omdat deze niet technologiespecifiek is. Er zijn namelijk meerdere toepassingen van AR mogelijk. Ivan Sutherland beschreef de eerste vorm van AR in 1968 aan de hand van een head-mounted display (HMD). Deze vorm is nooit op grote schaal te zien geweest in de maatschappij, maar de smartphone biedt nieuwe mogelijkheden en maakt mobile AR steeds breder toegankelijk. In dit artikel zal de AR-browser Layar steeds als voorbeeld worden genomen. Dit omdat deze applicatie de meeste aandacht krijgt, de meeste investeringen ontvangt, en daarnaast veel gedownload wordt door gebruikers (Groenhart). Layar is een applicatie voor smartphones die de omgeving van een gebruiker op het scherm laat zien, en dit aanvult met virtuele informatie (zie figuur 1). De eerste vraag die gesteld dient te worden is: op welke wijze verhoudt Layar, en daarmee mobile AR, zich tot de staat van absent presence zoals Gergen dit beschreef?</p>
<p style="text-align: left;" align="center"> <a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Layar1.jpg"><img class="aligncenter size-medium wp-image-451" alt="Layar" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Layar1-300x168.jpg" width="300" height="168" /></a></p>
<p style="text-align: justify;" align="center">Figuur 1: Layar: Een mobile AR-browser</p>
<p style="text-align: justify;">De manier waarop Gergen spreekt over absent presence waarbij een persoon fysiek aanwezig is, maar waarbij de mentale oriëntatie van die persoon in een andere wereld is, kan niet worden doorgetrokken naar mobile AR. AR onderscheidt zich namelijk van alle andere mobiele toepassingen doordat de AR-interface altijd een dominante rol toekent aan de fysieke omgeving waarin de gebruiker zich bevindt (Höllerer and Feiner). Deze dominante rol van de fysieke omgeving komt ook naar voren bij alle definities van AR (Manovich; Milgram et al.; Azuma). Door deze dominante rol van de fysieke omgeving, moet de mentale oriëntatie van de gebruiker ook altijd deels bij zijn fysieke omgeving zijn. De gebruiker is daarom nooit volledig ondergedompeld in een gemedieerde wereld. Dit is vanuit het oogpunt van Gergen een zeer positief gegeven.</p>
<p style="text-align: justify;">Maar, Gergen was niet alleen negatief over de onderdompelende werking van andere media, hij was juist positief over de mobiele telefoon in 2002 omdat het sociale aspect naar voren kwam. De tweede vraag is dan ook: tot in hoeverre is er bij de AR-browser Layar sprake van een sociale interactie?</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Augmented reality en sociale interactie</span></h1>
<p style="text-align: justify;">In juni 2011 publiceerde Layar een blogpost met als titel “Come Get Social with Layar!”(Cameron). Maar in hoeverre kunnen we stellen dat Layar een <i>sociale</i> applicatie is? Om deze vraag te kunnen beantwoorden dienen eerst de kenmerken van sociale applicaties op mobiele apparaten te worden verkend. Het onderzoek van Eriksson et al. is een leidraad.</p>
<p style="text-align: justify;">Eriksson et al. stellen dat mobiele technologie gebruikt kan worden om interactieve en sociale systemen in een openbare ruimte te ontwikkelen. De meerderheid van de mobiele applicaties heeft op dit moment echter een hoge mate van informatie push, wordt gebruikt in de persoonlijke sfeer en wordt door een instantie gereguleerd. In figuur 2 wordt dit aangegeven met de gestippelde cirkeltjes. Applicaties die deze kenmerken vertonen privatiseren openbare ruimtes volgens Eriksson et al. Maar, mobiele applicaties die juist een informatie dialoog stimuleren, sociale interactie bevorderen, en zelfregulerend zijn, kunnen nieuwe mogelijkheden bieden om de publieke ruimtes te veranderen in een socialere ruimte. Drie aspecten staan hierbij dus centraal: de mate van informatie-uitwisseling, sociale ondersteuning en regulering.</p>
<p style="text-align: justify;">Als eerste wijzen Eriksson et al. op de mate van informatie-uitwisseling in publieke ruimtes (2). Er zijn veel voorbeelden te noemen van publieke ruimtes waarbij commerciële partijen strijden om de aandacht van mensen in die publieke ruimte. Op Times Square in New York strijden de grote reclameborden om de aandacht van mensen, waardoor er een grote mate van informatie push ontstaat. Publieke ruimtes zouden echter de mogelijkheid moeten bieden om elementen in de ruimte te veranderen. Hierdoor wordt de publieke ruimte gevormd door de mensen. Het eerste aspect, informatie-uitwisseling, draait dan ook om het veranderen van publieke ruimtes met een hoge mate van informatie push naar een ruimte met een hoge mate van informatiedialoog. Bij het tweede aspect kijken Eriksson et al. naar de mogelijkheid die een mobiele telefoon kan bieden om te engageren in publieke activiteiten. Hierdoor verandert de mobiele telefoon van een introvert medium naar een medium dat de toegang biedt tot digitale interactie en aanwezigheid in een publieke ruimte. De mate van sociale ondersteuning richt zich dus op het gebruik van de mobiele telefoon in de persoonlijke sfeer, tegenover het gebruik van de mobiele telefoon waarmee een sociale interactie kan worden aangegaan met mensen in diezelfde omgeving. Het derde aspect, de mate van regulering, richt zich vooral op de vrijheid die mensen in publieke ruimtes hebben om zichzelf uit te drukken. De huidige trend is dat er steeds meer regels en surveillancemaatregelen komen in publieke ruimtes. Maar, een publieke ruimte zou juist moeten bestaan uit een hoge mate van zelfregulering, zodat mensen worden geïnspireerd en de publieke ruimtes levendiger worden.</p>
<p style="text-align: center;" align="center"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/pots-III.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-447" alt="pots III" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/pots-III.jpg" width="609" height="285" /></a></p>
<p style="text-align: justify;" align="center">Figuur 2: Drie designaspecten voor sociale interactie in een publieke ruimte (Eriksson et al. 2)</p>
<p style="text-align: justify;">Eriksson et al. stellen dus dat een applicatie die beschikt over een hoge mate van informatiedialoog, sociale interactie en zelfregulering de potentie heeft om sociale interactie in een publieke ruimte te stimuleren. Tot in hoeverre beschikt Layar over deze eigenschappen?</p>
<p style="text-align: justify;">Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig te geven. Layar beschikt namelijk over verschillende “lagen” die kunnen worden geactiveerd. Een gebruiker kan zelf kiezen welke laag hij of zij wil zien, en dit loopt uiteen van de dichtstbijzijnde pinautomaten tot real-time informatie over de vliegtuigen in de lucht. Uit analyse blijkt dat Layar een aantal sociale mogelijkheden biedt.</p>
<p style="text-align: justify;">In 2009 heeft Layar de functionaliteit toegevoegd waarbij alle lagen kunnen worden gedeeld via Facebook, Twitter en email (Kirkpatrick). Hierbij maakt het niet uit welke informatie de laag geeft, de laag kan worden gedeeld met iedereen. In principe is hierbij zowel de mate van informatie-uitwisseling als de mate van sociale interactie niet hoog. Een andere manier waarop Layar een sociale bezigheid kan zijn, wordt beschreven door Paul Stork. Stork schrijft over het experiment “Ik op het museumplein,” waarbij virtuele kunst via Layar te zien was op het Museumplein in Amsterdam. Stork beschrijft dat dit een interessante sociale bezigheid bleek te zijn, doordat er steeds kleine groepjes mensen over het Museumplein liepen die druk aan het discussiëren waren terwijl zij naar het mobiele schermpje keken. In 2010 werd daarnaast AR-messaging toegevoegd aan Layar (Starkenburg). Vanaf dat moment konden gebruikers berichten achterlaten in de verschillende lagen van Layar. Het was hierbij ook mogelijk om te reageren op de berichten van anderen. Deze functionaliteit vergroot de mate van informatie-uitwisseling en sociale interactie. Bovendien heeft het AR-messaging systeem een hoge mate van zelfregulering doordat andere gebruikers het bericht een zogenaamd “cookie” kunnen geven waardoor de levensduur van het bericht wordt verlengd. Op het moment dat een bericht geen cookies ontvangt van andere gebruikers, wordt het bericht na een bepaalde tijd automatisch verwijderd. In dit geval zorgen de gebruikers er dus voor dat het systeem zelfregulerend is. AR-messaging kan dus gezien worden als een voorbeeld dat een sociale interactie in een publieke ruimte kan stimuleren.</p>
<p style="text-align: justify;">Met bovenstaande voorbeelden kan beargumenteerd worden dat alle lagen van Layar in principe een sociale mogelijkheid bieden op drie manieren. De eerste manier werkt via het delen van virtuele lagen met vrienden. De tweede manier ontstaat doordat meerdere mensen samen met een mobiele telefoon virtuele lagen bekijken, zoals dat bij de virtuele kunst op het Museumplein het geval was. De derde manier ontstaat via het systeem van AR-messaging.</p>
<p style="text-align: justify;">Met deze bevindingen kan gesteld worden dat mobile AR nog steeds vanuit het positieve oogpunt van Gergen bekeken kan worden. Maar bovenstaande voorbeelden lijken zich op een andere manier te verhouden tot de manier waarop Gergen schrijft over de sociale mogelijkheden van een mobiele telefoon. Het delen van virtuele lagen komt dicht in de buurt van de manier waarop Gergen schreef over de mobiele telefoon in 2002. Er ontstaat namelijk een sociale interactie met (vooral) vrienden, familie en collega’s die op dat moment niet aanwezig zijn in die omgeving.</p>
<p style="text-align: justify;">De andere twee toepassingen van mobile AR, het rondlopen op het museum plein en AR-messaging, stijgen echter boven de betekenis van absent presence uit. Er is geen sprake meer van enige absentie. Gebruikers zijn én present in hun fysieke omgeving, én kunnen een sociale interactie aangaan met mensen in die omgeving. De manier waarop wij ons verhouden tot de mensen in die omgeving kan daarom radicaal veranderen ten opzichte van de manier waarop Gergen deze verhouding tussen technologie, gebruiker en omgeving beschreef met absent presence.</p>
<p style="text-align: justify;">Doordat er een aantal duidelijke sociale mogelijkheden zijn voor een gebruiker van mobile AR kan geconcludeerd worden dat de smartphone op deze manier (nog) geen overeenkomsten vertoont met de privatiserende (monologic) communicatietechnologieën. De positieve manier van denken over een mobiele telefoon, zoals Gergen dit deed, kan worden doorgetrokken naar de smartphone anno 2013.</p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Conclusie</span></h1>
<p style="text-align: justify;">In dit artikel is beschreven op welke wijze er bij mobile AR nog sprake is van het positieve beeld dat Kenneth J. Gergen met het concept absent presence had over de bevordering van sociale interactie via een mobiele telefoon. Gergen stelde dat een mobiele telefoon zich op een zeer positieve wijze onderscheidt van alle andere media omdat het de gebruiker niet onderdompelt in een andere wereld maar de nadruk op het sociale vooropstelt. Er is gebleken dat er bij Mobile AR geen sprake kan zijn van een volledige onderdompeling. Ook is beschreven dat AR een sociale interactie kan ondersteunen. Hiermee kan een smartphone met AR met de theorie van Gergen nog steeds vanuit eenzelfde positief oogpunt worden bekeken.</p>
<p style="text-align: justify;">Daarnaast is gebleken dat diverse toepassingen van AR het concept absent presence overstijgen doordat men met de technologie fysiek aanwezig blijft in de omgeving, en zelfs een sociale interactie kan aangaan met mensen in diezelfde omgeving. Dit betekent dat onze perceptie van het lopen door een ruimte radicaal kan gaan veranderen. Ten eerste verandert hierbij de relatie die wij met anderen in dezelfde ruimte hebben. We zijn namelijk op een geheel nieuwe manier aanwezig in een ruimte waarbij vreemdelingen kunnen veranderen in sociale contacten met mobile AR. Ten tweede verandert onze opvatting van een publieke ruimte fundamenteel. Veel publieke ruimtes die nu in een grote mate gecommercialiseerd zijn, zoals Times Square, kunnen interactiever en socialer worden. Dit gevolg was bijvoorbeeld op een kleine schaal te zien op het Museumplein op het moment dat er via Layar virtuele kunst bekeken kon worden. Dit betekent dat er nog minder sprake is van een privatiserende invloed en dat een mobiele telefoon nog meer sociale mogelijkheden kan bieden dan Gergen in 2002 kon voorzien.</p>
<p style="text-align: justify;">Aan de andere kant kunnen hier kanttekeningen worden geplaatst. Zoals ook Starkenburg beschrijft, maken de meeste AR-diensten nog geen deel uit van het dagelijkse leven van de gebruiker. Het is daarmee nog onduidelijk op welke wijze mobile AR eventueel een inpassing vindt in de dagelijkse praktijken. De positieve kijk op mobile AR nog kan daarom veranderen in de toekomst. Toekomstige mobile AR applicaties in de toekomst kunnen wellicht het sociale weer ondermijnen, en wel een privatiserende en onderdompelende werking hebben. Het is daarom van belang om de komende jaren te blijven reflecteren op de manier waarop mobile augmented reality sociale en culturele veranderingen teweegbrengt in de dagelijkse ruimtelijke en sociale praktijken van mensen.</p>
<p><b>Literatuurlijst</b></p>
<p>Azuma, Ronald T. “A Survey of Augmented Reality.” <i>Media</i> 6.4 (1997): 355–385.</p>
<p>Baron, Naomi S. “Concerns About Mobile Phones: A Cross-national Study.” <i>First Monday</i> 16.8 (2011).</p>
<p>Cameron, Chris. “Come Get Social with Layar!” <i>Blog </i>16 Jun 2011. 29 Dec. 2011 &lt; http://www.layar.com/blog/2011/06/16/come-get-social-with-layar/&gt;.</p>
<p>Campbell, Scott W, and Yong Jin Park. “Social Implications of Mobile Telephony: The Rise of Personal Communication Society.” <i>Sociology Compass</i> 2.2 (2008): 371–387.</p>
<p>Eriksson, Eva, et al. “Reclaiming Public Space: Designing for Public Interaction with Private Devices.” <i>1st International Conference on Tangible and Embedded Interaction TEI 07</i>. ACM Press, 2007.</p>
<p>Gergen, Kenneth J. “Self and Community in the New Floating Worlds.” Ed. János Kristóf Nyíri. <i>Mobile democracy essays on society self and politics</i> (2002): 103–114.</p>
<p>&#8212;. “The Challenge of the Absent Presence.” <i>Perpetual Contact Mobile Communication Private Talk Public Performance</i>. Ed. J Katz &amp; M Aakhus. Cambridge University Press, 2002. 227–241.</p>
<p>Groenhart, Maurice. “Layar Opens for Mainstream Business.” <i>Blog </i>15 feb 2010. 28 Dec. 2011 &lt; http://www.layar.com/blog/2010/02/15/layar-opens-for-mainstream-business/&gt;.</p>
<p>Humphreys, L. “Cellphones in Public: Social Interactions in a Wireless Era.” <i>New Media &amp; Society</i> 7.6 (2005): 810–833.</p>
<p>Höllerer, Tobias, and Steven Feiner. “Mobile Augmented Reality.” Ed. H Karimi And A Hammad. <i>Science</i> (2004): 1–39.</p>
<p>Kirkpatrick, Marshall. “New Version of Layar Makes Augmented Reality Social.” <i>Readwrite</i> 30 Aug 2009. 11 Dec. 2011 &lt;http://readwrite.com/2009/08/30/new_version_of_layar_makes_augmented_reality_socia&gt;.</p>
<p>Manovich, Lev. “The Poetics of Augmented Space.” <i>Visual Communication</i> 5.2 (2006): 219–240.</p>
<p>Milgram, P. et al. “Augmented Reality: A Class of Displays on the Reality-virtuality Continuum.” Ed. Hari Das. <i>Systems Research</i> 2351.Telemanipulator and Telepresence Technologies (1994): 282–292.</p>
<p>Puro, Jukka-Pekka. “Finland: a Mobile Phone Culture.” <i>Perpetual Contact Mobile Communication Private Talk Public Performance</i>. Ed. James E Katz &amp; M Aakhus. Cambridge University Press, 2002. pp 19–29.</p>
<p>De Souza E Silva, Adriana. “Re-Conceptualizing the Mobile Phone – From Telephone to Collective Interfaces.” <i>Society</i> 4.2 (2006): 108–127.</p>
<p>Starkenburg, Jannemiek. “Layar Zet Eerste Stappen Op Sociaal Pad.” <i>Emerce</i> 21 Jun 2010. 11 Dec. 2011.</p>
<p>Stork, P. “Layar Next: What’s Next in Mobile Augmented Reality &#8211; Frankwatching.” 2010. Web. 11 Dec. 2011 &lt; http://www.emerce.nl/nieuws/layar-zet-eerste-stappen-op-sociaal-pad&gt;.</p>
<p>Sutherland, Ivan. “A Head-mounted Three Dimensional Display.” <i>Proceedings of the December 911 1968 fall joint computer conference part I on AFIPS 68 Fall part I</i> 1866.16 (1968): 757.</p>
<p><b> </b></p>
<p><b> </b></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=444</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Threat #1: The Conservative Idea of America door Pauline Le</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=429</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=429#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Mar 2013 12:19:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=429</guid>
		<description><![CDATA[In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan Pauline Le. Threat #1: The Conservative Idea of America. Satire aan het werk in &#8216;The ThreatDown&#8217; van The Colbert Report. Door Pauline Le Abstract In media en populaire cultuur is satire een expressievorm die dominante vertogen [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small; font-family: arial,helvetica,sans-serif;">In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan <strong>Pauline Le. </strong></span></h1>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small; font-family: arial,helvetica,sans-serif;"><span style="font-size: medium;"><strong>Threat #1: The Conservative Idea of America.</strong> </span></span></h1>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small; font-family: arial,helvetica,sans-serif;"><em>Satire aan het werk in &#8216;The ThreatDown&#8217; van The Colbert Report. Door Pauline Le</em><br />
</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Colbert-Report.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-430" alt="Colbert Report" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Colbert-Report.jpg" width="455" height="342" /></a></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Abstract</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">In media en populaire cultuur is satire een expressievorm die dominante vertogen in de maatschappij ondermijnt, denaturaliseert en bekritiseert. In dit artikel wordt aangetoond hoe satire ingezet kan worden als een politiek middel. Opinie- en punditprogramma&#8217;s op Fox News—waarin de extreemrechts conservatieve (geo)politieke agenda centraal staat—stellen dat de machtige Verenigde Staten beschermd moeten worden tegen negatieve en niet-Amerikaanse invloeden. Dit artikel haakt in op de manier waarop het segment ‘The ThreatDown’ van het satirisch (nieuws)programma <i>The Colbert Report</i> (Comedy Central, 2005-heden) satire gebruikt om Fox News en de bijbehorende conservatieve politieke agenda aan de kaak te stellen. Aan de hand van een combinatie van genre- en discoursanalyse wordt geclaimd dat ‘The ThreatDown’ parodie en humor inzet om de dominante conservatieve vertogen over de nationale identiteit van de VS te denaturaliseren. ‘The ThreatDown’ biedt ruimte voor onderhandeling met die vertogen. De case-study pleit voor de (politieke) relevantie van satire en parodie in het kritisch begrijpen van mediateksten in de hedendaagse politieke en populaire mediacultuur. De werking van parodie wordt in kaart gebracht, en deze wordt gerelateerd aan parodie in bredere context ten einde bij te dragen aan het theoretische debat over satire en populaire geopolitiek in het veld van Mediastudies.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span id="more-429"></span></p>
<p style="text-align: justify;"><strong><span style="font-size: small;">Introductie</span></strong></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;"><em>Nation, as a newsman it is my duty to keep you informed, by which I mean terrified. If you&#8217;re not stockpiling ammunition, learning Mandarin Chinese and cooking squirrel, then I am not doing my job. That is why ‘The ThreatDown’ is such an important part of my show […]. You may recall in about two weeks ago I issued a monkey threat […]. Well, folks, you can come out of your panic room, because as it turns out that contrary to credible media reports the Taliban are probably not training monkey terrorists. I only warned you because the story was given to me by the higher primates over at Fox and Friends</em>. (Stephen Colbert in <i>The Colbert Report</i>, seizoen 6, aflevering 98)</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;"> Bovenstaand citaat, afkomstig van het segment ‘The ThreatDown’ van het satirisch (nieuws)programma <i>The Colbert Report</i> (Comedy Central, 2005-heden, <i>TCR</i>), geeft een aantal zaken weer. Ten eerste staat de tactiek van ‘fear mongering’ centraal; een tactiek waarbij op een overdreven en sensationele manier angst over bepaalde onderwerpen wordt verspreidt via media en die erop gericht is om steun van de kijker te winnen (Debrix 146; Molek-Kozakowska 93). Met andere woorden, de kijker wordt door presentator Stephen Colbert een beangstigend beeld opgedrongen. In de mediacultuur heeft deze tactiek veel voet aan de grond gekregen (Meddaugh 385) en wordt op de veelbekeken Amerikaanse conservatieve nieuwszender Fox News Channel (1996-heden) door pundits ingezet. Pundits—ook wel ‘[those] who give[s] opinions in an authoritative manner usually through the mass media’ (Merriam-Webster Online)—doen dit om de wereld naar hun eigen conservatieve beeld te construeren en hun eigen agenda te waarborgen (Debrix 146). Ten tweede wordt het Fox News programma <i>Fox and Friends</i> (1998-heden) direct aangehaald. Een derde en de overkoepelende zaak is dat het satire en parodie betreft en dat het in die zin op een speelse en humoristische wijze kritiek geeft op het gebruik van ‘fear mongering’ op Fox News. Duidelijk is dat Colbert de schuld van zijn slecht geïnformeerde berichtgeving over de zogenaamde bedreiging van de Taliban en ‘monkey terrorists’ legt bij de presentatoren van <i>Fox and Friends</i> wie hij vervolgens ironisch ‘higher primates’ noemt. Het citaat heeft in dit aspect als functie het bespotten van Fox News en de daarmee gepaarde conservatieve vertogen.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Satire speelt in media en populaire cultuur een prominente rol. Door media zijn er in de hedendaagse samenleving, evenals in de populaire cultuur, vertogen die dominanter en algemener aanvaard zijn dan andere (Creeber 35). Als expressievorm kan satire echter in de postmoderne cultuur onderhandelen met de dominante vertogen of ze zelfs volledig verwerpen en eigen vertogen creëren (Quintero 31). Dustin Griffin stelt dat satirische teksten dit doen door een fictieve wereld te creëren om te verwijzen naar sub- en objecten in de ‘echte wereld’ (1). Zo zijn <i>TCR</i> en het personage dat Colbert speelt fictief, maar refereren ze constant aan het ‘echte leven’ dat buiten hun eigen fictieve universum bestaat. Tegelijkertijd betreft <i>TCR</i> parodie—een onderdeel van satire dat door Art Silverblatt omschreven wordt als ‘a presentation that is designed to ridicule or criticize the original presentation’ (144). Parodie staat ruimte toe ‘voor (&#8216;politieke&#8217;) zelfbewuste kritiek’ op zowel zichzelf als zijn intertekst (Pisters 270; Gray, Jones en Thompson 17). Dusdanig imiteert <i>TCR</i> conservatieve nieuws- en opinieprogramma&#8217;s die met name uitgezonden worden op Fox News om kritiek te leveren op die programma&#8217;s en de rechtse en conservatieve politieke agenda.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Hoewel satire en parodie op het nieuws en nieuwsuitzendingen zeker niet van recente tijden zijn, spelen ze hoofdzakelijk na de terroristische aanvallen op de Verenigde Staten op 11 september 2001 een andere rol in Amerikaanse vertogen dan voorheen (Gournelos en Greene xi, xii). Jason Dittmer schrijft in zijn boek <i>Popular Culture, Geopolitics, and Identity</i> dat we leven in een wereld van populaire culturen. Hij noemt die wereld ook wel een ‘space of geopolitical action’ (1). Recente satirische televisieprogramma&#8217;s bieden ‘a new kind of space that provides a real form of political participation’ (Cogan en Kelso 118-119; Day 45). Zulke programma&#8217;s zijn immers platformen die open zijn voor standpunten in politieke debatten die voorheen niet op Amerikaanse mainstream televisie hebben (kunnen) bestaan (Jones 15). Satirische teksten bevatten meerdere mogelijke betekenissen, waardoor ze middelen zijn voor sociale en politieke discussies en de deconstructie van bestaande dominante vertogen. Ze zorgen ervoor dat het publiek bewust wordt van de vertogen en bieden ruimte voor onderhandeling met die vertogen (Gray, Jones en Thompson (16-18). Ideologie is hard aan het werk op het moment dat een tekst slechts gezien wordt als vermaak en er niet meer nagedacht wordt over de mogelijke boodschap erachter. Dit gegeven benadrukt het belang en de relevantie van populaire satirische en parodistische geopolitieke teksten voor het kritisch begrijpen van zowel mediateksten als de maatschappij. Om deze reden wordt de rol die het programma speelt bij het blootleggen en bekritiseren van huidige genaturaliseerde conservatieve geopolitieke vertogen in kaart gebracht, en wordt hier binnen Mediastudies een bijdrage geleverd aan de erkenning van satirische televisieprogramma&#8217;s op politiek gebied.</span></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Methodologie</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Televisieprogramma&#8217;s volgen herkenbare genreregels, zodat het publiek zich met de programma&#8217;s kan identificeren en de programma&#8217;s succesvol functioneren (Silverblatt 2007, 31). <i>TCR</i> valt onder meerdere categorieën, zoals satire, parodie en entertainment/humor. De toepassing van de genreanalyse voorziet in een benadering van de verschillende genres waar <i>TCR</i> onderdeel van uitmaakt. Door het programma ook als nieuws te benaderen wordt het mogelijk om zowel Fox News en <i>TCR</i> te vergelijken als na te gaan hoe satire omgaat met genreconventies. Verder produceren media en teksten vertogen die vervolgens bruikbaar zijn om de wereld te begrijpen. De discoursanalyse is geïnteresseerd in de manieren waarop verschillende vertogen binnen de maatschappij strijden om betekenis (Creeber 35). Met behulp van een literatuuronderzoek en een combinatie van twee soorten methoden van tekstanalyse—de genreanalyse en de discoursanalyse—blijkt dat ‘The ThreatDown’ de genoemde vertogen bekritiseert aan de hand van satirische middelen zoals het imiteren van de conservatieve presentatoren, het gebruik van extreemstereotypering, overdreven beweringen, referenties aan actuele gebeurtenissen, arbitraire connecties en spelingen van taal en (nieuws)conventies.<a title="" href="#_ftn1">[1]</a></span></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Colbert&#8217;s reactie op Fox News</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">De context van Fox News als een nieuwszender creëert een indruk dat de verslaggeving in haar programma&#8217;s inhoudelijk objectief is, maar ‘opinie’ staat centraal. Dat komt door verschillende redenen, zoals de verandering in de mediacultuur, aanbod aan zenders en kijkcijfers. Mediateksten spelen een prominente rol bij de constructie van de nationale identiteit (Anderson; Debrix 98-99). Omdat de conservatieve invalshoek door vele kijkers aanvaard wordt, is Fox News in staat om de VS volgens zijn eigen ideaalbeeld te construeren. De manier waarop dat gedaan wordt trekt aandacht. Pundits en rechtse politici die in de programma&#8217;s voorkomen construeren de nationale identiteit van de VS namelijk door onevenwichtig veel positieve verslaggeving te wijden aan rechts conservatieve items, nieuws te personificeren, niet-conservatieve subjecten te etiketteren en te stereotyperen en de tactiek van ‘fear mongering’ in te zetten. Zowel de hoeveelheid en het offensieve karakter van de etikettering bepalen de aard van de Amerikaanse geopolitieke vertogen (Molek-Kozakowska 94).</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">De uiteenzetting van deze strategieën biedt een beginsel waarop de parodie van <i>TCR</i> voortbouwt. Vanwege de notie dat dominante conservatieve opvattingen genormaliseerd zijn in de Amerikaanse cultuur is het van belang ze aan de kaak te stellen en te ontmantelen. Door middel van satire en parodie functioneert <i>TCR </i>als kritiek op de dominante vertogen. Het programma is een steek op het genre van extreem conservatieve nieuwsprogramma&#8217;s op Fox News, de pundits die in die programma&#8217;s voorkomen en de rechtse politieke agenda.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Zoals eerder aangegeven bieden satire en parodie een alternatieve manier van kijken naar een tekst. Nieuwsprogramma&#8217;s werken aan de hand van genreregels om zich te presenteren als reflecties van de ‘werkelijkheid.’ De humor van parodie berust in het geval van <i>TCR</i> op het gegeven dat het publiek vertrouwd is met de genreconventies van nieuwsorganisaties (Silverblatt 31; Morreale 112). In <i>TCR</i> komt de parodie terug in de imitatie van de vormgeving, de esthetiek en de stijl van nieuwsprogramma&#8217;s. <i>TCR</i> wordt gepresenteerd door een nieuwslezer die aan een bureau zit; de set is gedecoreerd met lichten, grafische beelden en een strakke achtergrond. De kleuren van de Amerikaanse vlag en Amerikaanse symbolen (zoals de zeearend) zijn prominent aanwezig, waardoor het vergelijkbaar is met de pundit-programma&#8217;s. Het dominante vertoog dat uit deze mise-en-scene spreekt is die van de Amerikaanse identiteit als machtig en dominant.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Naast amuseren, informeert en provoceert <i>TCR</i>. De nieuwslezer geeft ‘feiten’ en is ‘objectief,’ maar acteur Colbert speelt een pundit met een knipoog. Hoe hij het nieuws interpreteert en presenteert is vergelijkbaar met de verslaggeving van ‘echte’ nieuwsorganisaties, maar voor een lach brengt Colbert als ‘nep-nieuwslezer’ het nieuws over op een faux autoritaire manier. Uit de toon die Colbert gebruikt is af te leiden dat zijn uitspraken en beweringen belachelijk zijn. Door de openbaarmaking van deze belachelijkheid spoort Colbert de kijker aan om het oorspronkelijke nieuws te beoordelen en er een andere betekenis aan te geven. Daarnaast is het belangrijk om op te merken dat de werking van satire in <i>TCR</i> gevormd wordt door het live publiek in de studio. De lach van het publiek gedurende de uitzending duidt aan dat de extreme beweringen van de pundits niet serieus te nemen zijn. De parodie van <i>TCR</i> bouwt hiermee voort op de imitatie van punditsprogramma&#8217;s.</span></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">‘This is ‘The ThreatDown’’: Satire aan het werk</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Colbert neemt een alternatieve positie in met als doel Fox News programma&#8217;s en het rechtse conservatieve vertoog te bespotten. Tegelijkertijd biedt hij ruimte voor het kritisch denken over de werking van nieuwsmedia en de politiek. ‘The ThreatDown’ stelt specifiek de constructie van beide gebieden ter discussie.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;"><em>Like any good newsman, I believe that if you&#8217;re not scared, I&#8217;m not doing my job. So let&#8217;s run down the top threats to America and see if we can wipe that peaceful smile off your face with something we call ‘The ThreatDown.’</em> (Stephen Colbert in <i>TCR</i>, seizoen 1, aflevering 1)</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;"> Sinds de eerste aflevering van <i>TCR</i> in 2005 zijn er tot nu toe achtentachtig ‘ThreatDown’s uitgezonden, die elk rond de vijf minuten duren. In oplopende volgorde maakt Colbert meestal drie tot en met vijf bedreigingen voor de identiteit van de VS als natiestaat bekend. Dat zijn er in totaal 351. Blijkend uit de sleutelwoorden gerelateerd aan het segment op de officiële website &lt;<a href="http://www.colbertnation.com/">www.colbertnation.com</a>&gt; en uit eigen onderzoek komen onder andere de thema&#8217;s politieke overtuiging, terrorisme, religie en andere natiestaten vaak terug.<a title="" href="#_ftn2">[2]</a> Deze hebben te maken met de ontmaskering van de eerder benoemde conservatieve geopolitieke vertogen van Fox News. Van belang is om in de gaten te houden dat satire werkt op meerdere niveaus. Aan de ene kant legt het segment de werking van nieuwsorganisaties bloot. Aan de andere kant toont het de schijnheiligheid en de onverantwoordelijkheid van de conservatieve vertogen aan.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Net als de Fox News presentatoren maakt Colbert het nieuws persoonlijk, waardoor elk thema op parodistische wijze steeds te maken heeft met de identiteit van Colbert zelf en de kijkers als Amerikanen. De bedreigingen van de ‘other’ bevatten zowel andere naties of noties die afwijken van de Amerikaanse conservatieve ‘norm,’ aldus het Colbert-personage. De bedoeling van ‘The ThreatDown’ is het in twijfel trekken van de benoeming van de ‘bedreigingen,’ de door de tactieken van pundits (als ‘fear mongering’) en de daarmee gepaarde nationalistische vertogen. Verder gebruikt Colbert satirisch en ironische stereotyperingen, overdreven beweringen, spelingen van taal en (nieuws)conventies om de conservatieve vertogen te bespotten en hiermee bloot te leggen. Op deze manier werpt Colbert vragen op over de vertogen. In plaats van die vertogen als algemeen aanvaard te beschouwen biedt het segment ruimte voor onderhandeling.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Zoals vermeld haalt satire inspiratie uit de ‘echte wereld’ (Griffin 1). De tekst waarop de parodie gericht is wordt geïmiteerd om aan te duiden dat die bespottelijk is. In de verschillende thema&#8217;s is af te leiden dat Colbert de tactieken van Fox News parodieert. Colbert drijft in ‘The ThreatDown’ niet zozeer de spot met de subjecten in kwestie of de gestereotypeerde, maar met de manier waarop rechtse pundits simplistische tegenstellingen en stereotypes hanteren. Zo ook met de gemaakte over-the-top en absurde beweringen in de media om hun beeldvorming van de VS als een natie kracht bij te zetten. Colbert gebruikt zijn parodiërende persona om de gebrekkige logica en de holle retoriek achter conservatieve beweringen te onthullen. Hij past de stereotypen in verband met parodie toe om de (vertekende) conservatieve visie te benadrukken. Door de stereotyperingen zo radicaal aan te dikken, ontstaat er een andere laag van betekenis. Zo bespot hij de conservatieve zienswijze op de natie en de wereld.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Naast stereotyperen speelt Colbert met taal, die een zekere rol speelt bij satire (zie Rossen-Knill en Henry; Simpson). De constructie van een talige zin en het gebruik van bepaalde woorden zijn van belang. Colbert draait gemaakte conservatieve beweringen om om aan te tonen dat die te simplistisch en onverantwoord zijn. Naast de rechtse conservatieve overtuiging zijn er ook andere. De conservatieven houden daar echter geen rekening mee. Wanneer Colbert iets betoogt correspondeert hij aanvankelijk met beweringen van de pundit, maar door een verdraaiing van woorden of door over te gaan naar een ander onderwerp maakt hij die oorspronkelijke conservatieve beweringen tot voorwerpen van spot.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">In het segment worden ook uitspraken van pundits overdreven. Parodie doet dit door het maken van ‘an abstract pattern of the original and [to] produce new utterances on the basis of that pattern only by supplying it with new items. What is imitated here is then an abstract pattern of grammar’ (Ikegami 18). Ten eerste dikt Colbert de originele uitspraken in Fox News aan om het conservatieve standpunt duidelijk te maken. Vervolgens haalt hij ze uit hun context om het absurdistische aspect van de uitspraken te extraheren en daarop in te gaan. Uitspraken kunnen verschillende betekenissen hebben afhankelijk van de context waarin ze zich bevinden. In dit geval worden de conservatieve beweringen in een satirisch context geplaatst om aan te duiden dat ze in de oorspronkelijke context niet terecht zijn. Zo duidt Colbert aan dat de hardnekkige, conservatieve retoriek aangepakt moet worden.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Verder gebruikt <i>TCR </i>net als nieuwsprogramma&#8217;s conventionele (audio)visuele fragmenten ter ondersteuning van nieuwsitems. In een groot aantal gevallen zet ‘The ThreatDown’ niet alleen fragmenten in ter verduidelijking of ter begeleiding van een item, maar ook om datgene wat Colbert mondeling communiceert tegen te spreken. Soms zijn de fragmenten van conservatieve pundits of van politici die op Fox News verschijnen; soms zijn ze op- en/of bijschriften. In ieder geval onderbreken de beelden het conservatieve vertoog dat Colbert uiteenzet met als gevolg dat het conservatieve punt wordt betwist. De interactie tussen de beelden en Colbert biedt een ideologisch dialoog met de belachelijke claims van Colbert aan de ene kant en de meestal tegensprekende beelden aan de andere kant. Het gevolg is dat Colbert pundit-programma&#8217;s en de rechtse politieke agenda onderuit haalt. Parodie staat dan ruimte toe voor alternatieve interpretaties.</span></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Conclusie</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Uiteindelijk is deze werking van satire en parodie in ‘The ThreatDown’ in een bredere context te plaatsen. Satirische en parodistische mediateksten spelen een aanzienlijke rol bij het deconstrueren en denaturaliseren van dominante vertogen. Door het onthullen van genaturaliseerde geopolitieke vertogen kunnen satire en humor gezien worden als politieke middelen. Niet alleen spreken ze tot het publiek op toegankelijke en humoristische wijze, ze bekritiseren datgene wat algemeen aanvaard beschouwd wordt en bieden tegelijkertijd alternatieve manieren van denken over media, het politieke landschap en de maatschappij. ‘The ThreatDown’ onthult het absurde karakter van de angst gecreëerd via nieuwsmedia. Het beeld van de natiestaat waar de pundits naar toe streven is te vergezocht en niet wenselijk. Vandaar dat Colbert pleit voor een afzwakking van die retoriek in zowel media als de politiek. Zodanig functioneert ‘The ThreatDown’ als verzet tegen de ontwikkeling van het politieke landschap in de VS.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Hoewel Colbert in ‘The ThreatDown’ nauwelijks antwoorden geeft op de problemen die hij voorstelt, vestigt hij aandacht op de gebreken van het hedendaagse politieke discours. Het segment spoort het publiek aan tot kritisch nadenken over hun eigen inzichten over de normen van nieuwsmedia en de onderwerpen waarover bericht wordt. Zo draagt <i>TCR</i> bij aan de vorming van het hedendaagse politieke landschap en de rol van media daarbinnen. Dit proces is prominent in de populaire geopolitieke werking. Programma&#8217;s als <i>TCR</i> zijn zodanig gebouwd waardoor ze kritiek kunnen leveren op actuele zaken. Het is dan belangrijk die programma&#8217;s te erkennen als ‘spaces of geopolitical action’ (Dittmer 1) waarin dominante vertogen gedenaturaliseerd en geëvalueerd worden. Verder komt het deconstructieve standpunt van <i>TCR</i> op den duur terug in de mainstream en bij een divers publiek (Day 97). Zo bestaat er een relatie tussen de satirische (nieuws)programma&#8217;s en de ‘echte’ nieuwsprogramma&#8217;s (Peters 225). Satire en parodie hebben de macht om politieke opvattingen te vormen en zijn daarom relevant voor de wereld buiten de mediatekst zelf. Vanuit deze invalshoek is het van belang om satirische televisieprogramma&#8217;s te begrijpen; <i>TCR</i> biedt een spiegel voor zowel de nieuws- en pundit-programma&#8217;s als voor de samenleving.</span></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Nawoord</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Mijn dank gaat (nogmaals) uit naar mijn bachelorscriptiebegeleider Emiel Martens, medestudenten onderzoekswerkgroep Populaire cultuur, geopolitiek en identiteit, en Jason Dittmer voor hun feedback tijdens het schrijven van mijn oorspronkelijke scriptie in 2011/2012. Verder dank ik We Play Culture voor de zenuwslopende scriptiepitch in 2012 en Sanne Kraijenbosch voor haar commentaar.<br />
</span></p>
<h1 style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Bronnenlijst</span></h1>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Anderson, Benedict. <i>Imagined Communities. Reflections on the Origin and Spread of Nationalism</i>. Londen: Verso, 1983.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Cogan, Brian, en Tony Kelso. <i>Encyclopedia of Politics, the Media, and Popular Culture</i>. Santa Barbara: Greenwood Press, 2009.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Creeber, Glen. “Analysing Television: Issues and Methods in Textual Analysis.” <i>Tele-Visions: An Introduction to Studying Television</i>. Red. Glen Creeber. Londen: British Film Institute, 2006.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Day, Amber. <i>Satire and Dissent: Interventions in Contemporary Political Debate</i>. Indiana: Indiana University Press, 2011.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Debrix, François. <i>Tabloid Terror: War, Culture and Geopolitics</i>. Londen: Routledge, 2007.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Dittmer, Jason. <i>Popular Culture, Geopolitics, and Identity</i>. Lanham: Rowman &amp; Littlefield, 2010.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Gournelos, Ted, en Viveva S. Greene, reds. <i>A Decade of Dark Humor. How Comedy, Irony and Satire Shaped Post-9/11 America</i>. Mississippi: University Press of Mississippi, 2011.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Griffin, Dustin H. <i>Satire: A Critical Reintroduction</i>. Kentucky: University Press of Kentucky, 1994.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Gray, Jonathan A., Jeffrey P. Jones en Ethan Thompson. “The State of Satire, the Satire of State.” <i>Satire TV: Politics and Comedy in the Post-Network Era</i>. Reds. Jonathan A. Gray, Jeffrey P. Jones en Ethan Thompson. New York: New York University Press, 2009: 3-36.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Ikegami, Yoshihiko. “A Linguistic Essay on Parody.” <i>Linguistics</i> 7.55 (1969): 13-31.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Jones, Jeffrey P. <i>Entertaining Politics: Satiric Television and Political Engagement</i>. Lanham: Rowman &amp; Littlefield, 2010.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">LaMarre, Heather L., Kristen D. Landreville en Michael A. Beam. “The Irony of Satire: Political Ideology and the Motivation to See What You Want to See in <i>The Colbert Report</i>.” <i>The International Journal of Press/Politics</i> 14.2 (2009): 212-31.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Meddaugh, Priscilla Marie. “Bakhtin, Colbert and the Center of Discourse: Is There No ‘Truthiness’ in Humor?” <i>Critical Studies in Media Communication</i> 27.4 (2010): 376-90.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Merriam-Webster Online. “Pundit.” <i>Merriam-Webster Inc</i>. 2011. 2 oktober 2011. &lt;<a href="http://www.merriam-webster.com/dictionary/pundit">http://www.merriam-webster.com/dictionary/pundit</a>&gt;.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Molek-Kozakowska, Katarzyna. “Labeling and Mislabeling in American Political Discourse: A Survey Based on Insights of Independent Media Monitors.” <i>Perspectives in Politics and Discourse</i>. Reds. Urszula Okulska en Piotr Cap. Amsterdam: John Benjamins Publishing Co., 2010.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Morreale, Joanne. “Jon Stewart and <i>The Daily Show</i>: I Thought You Were Going to Be Funny!” <i>Satire TV: Politics and Comedy in the Post-Network Era</i>. Reds. Jonathan Gray, Jeffrey P. Jones en Ethan Thompson. New York: New York University Press, 2009: 104-23.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Peters, Chris. “The Truthiness Factor: Blurring Boundaries and the Shifting Status of Objectivity and Emotion in Television News.” Ongepubliceerde scriptie (Doctoraalscriptie). Carleton University, 2009.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Pisters, Patricia. <i>Lessen van Hitchcock.</i> Amsterdam: Amsterdam University Press, 2007.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Quintero, Ruben. <i>A Companion to Satire</i>. Hoboken: Wiley-Blackwell, 2007.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Rossen-Knill, Deborah F., en Richard Henry. “The Pragmatics of Verbal Parody.” <i>Journal of Pragmatics</i> 27 (1997): 719-52.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Silverblatt, Art. <i>Genre Studies in Mass Media:</i> <i>A Handbook</i>. New York: M. E. Sharpe, 2007.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">Simpson, Paul. <i>On the Discourse of Satire. Towards a Stylistic Model of Satirical Humour</i>. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Co., 2003.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">“Stone Philips.” Seizoen 1, aflevering 1. <i>The Colbert Report</i>. Comedy Central. 17 oktober 2005.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;">“Michael Posner.” Seizoen 6, aflevering 98. <i>The Colbert Report</i>. Comedy Central. 4 augustus 2010.</span></p>
<div><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div style="text-align: justify;">
<p><span style="font-size: small;"><a title="" href="#_ftnref">[1]</a> Overigens is het belangrijk te noteren dat dit geen receptieonderzoek is. Uit een sociaalwetenschappelijk onderzoek van LaMarre, Landreville en Beam blijkt dat de reactie en interpretatie van politieke satire varieert tussen verschillende politieke groeperingen. Degene die het bedoelde discours of de lezing van <i>TCR</i> echter verkeerd begrijpen, verzuimen het satirische aspect van het programma en satire als strategie om kritisch te zijn te zien. Omdat dit een tekstuele analyse is wordt er vanuit gegaan dat de lezing van de satirische tekst de ‘dominante’ lezing is van het discours van satire.</span></p>
</div>
<div>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: small;"><a title="" href="#_ftnref">[2]</a> Zo ook Colbert&#8217;s persoonlijke angst voor beren. De benoeming van beren geeft weer hoe instinctief de lijsten van bedreigingen zijn. Volgens het Colbert-personage hebben de genoemde bedreigingen een negatieve invloed op zijn Amerikaanse identiteit, maar sommige bedreigingen betreffen persoonlijke angsten. Dit laat zien hoe het benoemen van bedreigingen en het gebruik van &#8216;fear mongering&#8217; egoïstisch zijn, wat weer deel uitmaakt van de parodie en satire.</span></p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=429</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sociaal Kapitaal door Michelle Oosthuyzen</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=413</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=413#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 07 Mar 2013 08:48:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=413</guid>
		<description><![CDATA[In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan Michelle Oosthuyzen. Sociaal kapitaal: de ideologische discussie voorbij Een analyse van het discours omtrent de sociale en maatschappelijke effecten van nieuwe mediatechnologieën in het licht van sociaal kapitaal. Door Michelle Oosthuyzen. Het debat Sinds jaar en [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">In de aanloop naar de ScriptiePitch posten wij iedere dag een artikel van een oud-pitcher. Vandaag de beurt aan <strong>Michelle Oosthuyzen</strong>.</p>
<p style="text-align: justify;"><span style="font-size: medium;"><strong>Sociaal kapitaal: de ideologische discussie voorbij</strong></span></p>
<p style="text-align: justify;"><em>Een analyse van het discours omtrent de sociale en maatschappelijke effecten van nieuwe mediatechnologieën</em> <em>in het licht van sociaal kapitaal. Door Michelle Oosthuyzen.</em></p>
<p><em><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/sociaal-kapitaal.jpg"><img class="size-full wp-image-424 aligncenter" title="sociaal kapitaal" alt="" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/sociaal-kapitaal.jpg" width="455" height="261" /></a></em><strong>Het debat </strong></p>
<p style="text-align: justify;">Sinds jaar en dag worden nieuwe technologieën instinctief gewaardeerd en afgemeten aan de (menselijke) lat van sociale impact: wat voor invloed hebben technologieën op ons als mensen? Als het gaat om het discours rondom de sociale impact van nieuwe mediatechnologieën, zien we hoe steeds dezelfde debatpartners een plaats tegenover elkaar innemen. De binaire splitsing tussen cyberoptimisten en cybersceptici wordt gedurende de jaren gecreëerd door representaties van nieuwe mediatechnologieën binnen het populair en academisch discours, die gepaard gaan met zowel utopische als dystopische uitspraken over de sociale effecten van technologie.<a title="" href="#_ftn1">[1]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Over één ding lijken de debatpartners het eens te zijn: ons menselijk bestaan ​​is intens verweven met technologieën. Het cyberoptimistisch gedachtegoed draagt hierbij een sterk vooruitgangsgeloof uit, waarbij mensen wereldwijd verbonden zouden raken door middel van nieuwe communicatietechnologieën. Zoals virtuele gemeenschappen in de jaren negentig, zorgen het concept ‘web 2.0’ en ‘sociale media’ vanaf de jaren nul voor utopische uitspraken over connectiviteit en sociale vooruitgang, mede mogelijk gemaakt door het internet. Cybersceptici waarschuwen daarentegen dat het internet tot sociale vervreemding van het ‘echte’ leven leidt, waarbij online vormen van communicatie de plaats zouden innemen van waardevolle face-to-face interactie, met als gevolg een verzwakking van de gemeenschap. Deze opvatting wordt ook wel de<em> time displacement hypothesis</em> genoemd en werd in 2002 gesteund door het onderzoek van Norman Nie en Lutz Erbring, die concluderen dat de tijd die men spendeert op het internet ten koste gaat van tijd gespendeerd met ‘echte’ mensen.<a title="" href="#_ftn2">[2]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Ondanks dat het debat zich voortzet met dezelfde debatpartners, zien we dat door het gebruik van nieuwe concepten en metaforen het debat een nieuwe vorm kan aannemen. Een voorbeeld van zo’n concept is <em>sociaal kapitaal</em>: een metafoor waarbinnen de sociale structuur wordt gepresenteerd als kapitaal dat voor bepaalde individuen, groepen en maatschappijen een competitief en/of productief voordeel kan opleveren in het nastreven van bepaalde doelen. Dit roept de vraag op in hoeverre het concept ‘sociaal kapitaal’ handvaten biedt om de tegenstellingen binnen dit debat te analyseren en te begrijpen. Door het analyseren van dit discours zal ik dit concept daarom beoordelen op zijn werkzaamheid en vruchtbaarheid voor de analyse van de effecten van het internetgebruik op het maatschappelijke en sociale leven. Dit onderzoek geeft antwoord op vragen als: ‘Waar liggen de aanknopingspunten met reeds bestaande opvattingen?’ en ‘In hoeverre worden bestaande tegenstellingen bevestigd met het oog op vooraannames?’ Waar zijn nieuwe discussiepunten te erkennen en in hoeverre bieden deze nieuwe inzichten, waardoor er aan ideologische discussies voorbij kan worden gegaan? Het doel is om middels deze analyse een bepaald zwart-witdenken uit de weg te gaan, door de vooraannames van zowel cyberoptimisten als cybersceptici expliciet te maken en vervolgens ruimte te creëren voor een analyse van nieuwe patronen van sociabiliteit binnen de transformerende gemeenschap, die voortvloeien uit het gebruik van het internet. Vervolgens zal ik een nieuw concept introduceren om deze nieuwe patronen van sociabiliteit als basis van de gemeenschap beter te kunnen begrijpen.</p>
<p style="text-align: justify;"><span id="more-413"></span></p>
<p style="text-align: justify;"><strong>Het concept: sociaal kapitaal</strong></p>
<p style="text-align: justify;">Hoewel het concept sinds 1916 wordt getheoretiseerd door sociologen zoals Glenn Loury, Pierre Bourdieu en James Coleman, heeft Robert Putnam een belangrijke bijdrage geleverd aan de conceptualisering van het begrip ‘sociaal kapitaal’. Aan de hand van de verschillende definities en opvattingen concludeert Putnam dat sociaal kapitaal op zowel individueel als collectief niveau voordelen kan opleveren.<a title="" href="#_ftn3">[3]</a> Putnam en zijn voorgangers erkennen dat sociale netwerken, gekenmerkt door sterke normen van wederkerigheid en sociaal vertrouwen, leiden tot een individueel en gezamenlijk streven naar wederzijdse en collectieve voordelen. Daarnaast stelt Putnam dat de kwaliteit van het openbare leven en de prestatie van sociale instellingen binnen een maatschappij sterk worden bepaald door normen en netwerken van maatschappelijke betrokkenheid. Economische en politieke onderhandelingen binnen dichte netwerken van sociale interactie laten bijvoorbeeld weinig ruimte over voor opportunisme. Ook stimuleren netwerken coördinatie en communicatie, wat een voorwaarde vormt voor collectieve actie.<a title="" href="#_ftn4">[4]</a> De afname van sociaal kapitaal heeft daarentegen negatieve gevolgen op onder andere onze gezondheid, democratie en veiligheid.<a title="" href="#_ftn5">[5]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Nieuwe mediatechnologieën worden terecht, zowel op negatieve als op positieve wijze, geassocieerd met sociaal kapitaal. Ook binnen de discussie over de effecten van het internet op sociaal kapitaal zijn grofweg twee tegenstrijdige visies te onderscheiden. Aan de ene kant heerst de gedachte dat het internet een waardevolle aanvulling op het sociaal kapitaal vormt, waarbij<em> Social Networking Sites</em> (SNS) vaak worden genoemd als belangrijk aspect voor het genereren en behouden van sociaal kapitaal.<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> Aan de andere kant leeft het idee dat het internet juist verantwoordelijk is voor de afname van sociaal kapitaal, aangezien mensen door gebruik van het internet minder betrokken raken bij en vervreemden van het maatschappelijke en sociale leven.<a title="" href="#_ftn7">[7]</a></p>
<p style="text-align: justify;"><strong>De vooronderstellingen</strong></p>
<p style="text-align: justify;">Middels een analyse van dit debat kan ik concluderen dat de zwart-witargumentatie van zowel cyberoptimisten als cybersceptici berust op ideologische vooraannames over de aard van de gemeenschap en de manier waarop gemeenschappen en relaties tussen mensen zijn georganiseerd. Hoewel ik het utopische en vooringenomen karakter van de argumentatie en de concepten van cyberoptimisten erken, zal ik binnen dit artikel voornamelijk ingaan op het cybersceptisch discours.</p>
<p style="text-align: justify;">Aan de claims van cybersceptici liggen namelijk belangrijke vooronderstellingen ten grondslag. Ten eerste wordt de virtuele wereld over het algemeen niet beschouwd als een bron van waardevolle sociale interactie, en dus voor sociaal kapitaal. Ten tweede suggereren zij dat <em>face to face</em>-communicatie superieur is ten opzichte van andere vormen van (online) communicatie, als het aankomt op het generen van sociaal kapitaal. Deze vooronderstellingen vinden hun oorsprong in de ideologische connotaties die ten grondslag liggen aan het begrip <em>community</em>. Volgens socioloog Manuel Castells, bekend om zijn uitvoerige studie naar de netwerkmaatschappij, is het begrip community opgebouwd rond ideologische opposities tussen “the harmonious local community of an idealized past and the alienated existence of the lonely netizen, too often associated in the public image with the stereotype of a computer nerd”.<a title="" href="#_ftn8">[8]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Naarmate mensen meer tijd online doorbrengen, hebben mediawetenschappers zoals Sherry Turkle en Robert Putnam getracht om te begrijpen wat er gebeurt met offline sociale netwerken en traditionele vormen van <em>face-to-face</em> interactie die sociaal kapitaal genereren. Het probleem binnen dit soort onderzoek is echter dat er geen rekening wordt gehouden met andere vormen van sociale interactie die niet gericht zijn op <em>face to face</em>-activiteiten, maar wellicht wel sociaal kapitaal kunnen genereren. “Thus, socializing online can never compensate for lost socializing offline”, aldus Dimitri Williams, onderzoeker op het gebied van sociale effecten van nieuwe media en online communities.<a title="" href="#_ftn9">[9]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Daarnaast wordt zowel binnen het utopische als het dystopische discours de ideologische scheiding tussen de virtuele en ‘echte’ wereld erkend. Door de jaren heen hebben academici echter beargumenteerd en aangetoond dat het internet geen afzonderlijke, virtuele wereld is: het maakt onafscheidelijk deel uit van die ene wereld die er is, zoals geïllustreerd door de toenemende aanwezigheid van het internet in het dagelijks leven. Bovendien maken dit soort ideologische dichotomieën het moeilijk om de nieuwe patronen van sociale interactie, die voortvloeien uit het gebruik van het internet, aan te wijzen en te beoordelen. Er is dan ook geen sprake van een simpele verplaatsing van de traditionele plaatsgebonden community naar een online omgeving, zoals sommige cyberoptimisten beweren, maar juist van een transformatie op het gebied van sociabiliteit. Dit nieuwe patroon van sociabiliteit wordt door academici aangeduid als <em>networked individualism</em>.<a title="" href="#_ftn10">[10]</a> Dat er sprake is van een afname van traditionele sociale interactie binnen formele organisaties of publieke ruimtes ten opzichte van vroeger, zoals gemeten door Putnam, betekent niet automatisch dat het individu in een sociaal isolement leeft. Integendeel: individualisme is volgens Castells een sociaal patroon.</p>
<p style="text-align: justify;"><em>Individualism is not social isolation or even alienation, as superficial observers or nostalgic commentators often suggest. It is a social pattern, it is a source of meaning, of meaning constructed round the project and desires of the individual<a title="" href="#_ftn11">[11]</a></em></p>
<p style="text-align: justify;">Individualisme wordt door cybersceptici vaak automatisch in verband gebracht met sociale isolatie en vervreemding, wat weer ten grondslag ligt aan de angst voor het afzwakken van het gemeenschapsgevoel en het verliezen van de authentieke community<em> </em>als gevolg van internetgebruik. Volgens William Galston staat deze angst in verband met het spanningsveld tussen ons verlangen naar autonomie en ons verlangen naar verbinding. Hij concludeert dat het internet als bron van sociale interactie heeft geleid tot een toename van de individuele keuzevrijheid omtrent de manier waarop gemeenschappen en relaties tussen mensen zijn georganiseerd. De toename van de individuele keuzevrijheid resulteert in de verzwakking van de banden die ons koppelen aan anderen en gaat daarom vaak gepaard met een tegenstrijdig gevoel van verlies van authenticiteit en angst voor het afzwakken van het gemeenschapsgevoel, dat wordt geïnterpreteerd als een verlangen naar gemeenschap (zie figuur 1).<a title="" href="#_ftn12">[12]</a></p>
<p style="text-align: justify;"> <a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Fig-1-Michelle.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-416" title="Fig 1 Michelle" alt="" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Fig-1-Michelle.jpg" width="381" height="135" /></a></p>
<p style="text-align: justify;">                                                       Figuur 1. Het verlangen naar gemeenschap</p>
<p style="text-align: justify;"> <strong><em>Bonding</em></strong><strong> en <em>bridging</em> kapitaal</strong></p>
<p style="text-align: justify;">Binnen het huidige onderzoek bestaat een gebrek aan wetenschappelijk onderbouwde analyses en worden vaak verouderde modellen gebruikt om het sociale internetgebruik te meten, die slechts rekening houden met offline contexten en niet meten waar eventuele effecten vandaan komen en naartoe gaan.<a title="" href="#_ftn13">[13]</a> Dit wil niet zeggen dat alle online activiteiten automatisch sociaal van aard zijn, maar dit betekent wel dat online sociale activiteiten op een eerlijke manier moeten worden meegenomen in het onderzoek als eventuele bron van sociaal kapitaal. Gezien het gebrek aan effectieve meetmethoden, introduceerde Dimitri Williams een nieuw model genaamd the <em>Internet Social Capital Scale</em> (ISCS), waarmee hij belangrijke inzichten heeft geboden binnen het onderzoek naar de uitwerking van internetgebruik op het sociaal kapitaal. Deze onderzoeksmethode houdt wel rekening met het onderscheid tussen oude en nieuwe media en offline en online sociale contexten, om vast te kunnen stellen waar effecten vandaan komen en naartoe gaan.<a title="" href="#_ftn14">[14]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Bovendien concludeert Williams dat de aard van relaties binnen sociale netwerken kan resulteren in verschillende soorten van sociaal kapitaal: <em>bonding</em> en <em>bridging</em> kapitaal, oftewel bindend versus overbruggend kapitaal.<a title="" href="#_ftn15">[15]</a> <em>Bonding</em> kapitaal komt voort uit hechte persoonlijke relaties en sterke banden zoals familierelaties en resulteert in normen van wederkerigheid die leiden tot emotionele steun. Deze vorm van sociaal kapitaal is exclusief en wordt geassocieerd met wat Mark Granovetter <em>strong ties</em> noemt: hechte homogene banden tussen mensen die gelijkwaardig zijn op basis van bijvoorbeeld leeftijd, ideologie, etniciteit, interesse of religie. <em>Bridging</em> kapitaal komt voort uit minder hechte, zwakke banden binnen wijdverspreide sociale netwerken en slaat bruggen tussen groepen mensen, waardoor individuen met verschillende achtergronden en visies met elkaar in contact komen. Bridging kapitaal wordt geassocieerd met Granovetter’s <em>weak ties </em>en slaat bruggen tussen verschillende (groepen) mensen, wat resulteert in het verbreden van de sociale en intellectuele horizon door wegen te openen naar nieuwe informatie, ideeën en wereldvisies.<a title="" href="#_ftn16">[16]</a></p>
<p style="text-align: justify;">Uit het onderzoek gedaan met behulp van de ISCS blijkt dat de <em>time displacement</em> hypothese van cybersceptici wordt bevestigd en dat het internet inderdaad een <em>displacing effect</em> vertoont: tijd die online wordt gespendeerd leidt tot de afname van zowel offline bridging als bonding kapitaal. Het internet vormt daarentegen ook een bron voor een kwalitatief ander soort sociaal kapitaal: online bridging sociaal kapitaal.<a title="" href="#_ftn17">[17]</a> Williams concludeert dus dat het internetgebruik resulteert in een toename van bridging<em> </em>sociaal kapitaal, maar ook in een afname in bonding sociaal kapitaal. Hierbij nemen zwakke banden (weak ties) online toe en sterke banden (strong ties) offline af (zie figuur 2).</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Fig-2-Michelle.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-415" title="Fig 2 Michelle" alt="" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Fig-2-Michelle.jpg" width="452" height="152" /></a>                                       Figuur 2. De effecten van internetgebruik op sociaal kapitaal</p>
<p style="text-align: justify;">Dit betekent dat zowel de argumentatie van cyberoptimisten als cybersceptici in grote lijnen wordt bevestigd. Aan de ene kant blijkt het internet inderdaad geen ideale omgeving voor het ontwikkelen van hechte persoonlijke vriendschappen die sociale en psychologische steun geven. Aan de andere kant biedt het internet wel degelijk een waardevolle bron voor het ontstaan van bridging kapitaal en zwakkere, maar wijd verspreide sociale netwerken van wederkerigheid.</p>
<p style="text-align: justify;">Onderzoek gebaseerd op het onderscheid tussen bonding en bridging kapitaal legt bovendien nog een andere belangrijke vooronderstelling bloot. Hoewel beide soorten kapitaal niet exclusief zijn en het ene kapitaal niet superieur is ten opzichte van het andere, lijken cybersceptici dit wel te suggereren. Zo stelt Turkle bijvoorbeeld dat “The ties that we form on the internet are not, in the end, the ties that bind. But they are ties that preoccupy”.<a title="" href="#_ftn18">[18]</a> Volgens Turkle bieden virtuele relaties in online communities<em> </em>niet dezelfde emotionele steun en wederkerigheid als hechte sociale relaties in de ‘echte’ wereld.<a title="" href="#_ftn19">[19]</a> Hoewel dit inderdaad het geval kan zijn, suggereert deze uitspraak onterecht dat bonding kapitaal en dus hechte sociale netwerken (zoals families) waardevoller zijn voor de maatschappij en het individu dan bridging kapitaal, dat voortkomt uit minder hechte maar wijd verspreide sociale netwerken.</p>
<p style="text-align: justify;">Turkle lijkt hier voorbij te gaan aan de waarde van <em>weak ties</em>. In <em>The Strength of Weak Ties </em>beargumenteert Granovetter echter dat juist de zwakke banden binnen de maatschappij zeer waardevol kunnen zijn. Het bridging karakter van weak ties speelt bijvoorbeeld een grote rol in de kansen die een individu in zijn leven geboden krijgt door de effectieve verspreiding van informatie en middelen tussen netwerken. In andere woorden: het uitblijven van een verband tussen internetgebruik en bonding kapitaal doet niet af aan de waarde van bridging kapitaal en de weak ties die hier onderdeel van zijn. Bovendien wordt hier wederom een onterechte ideologische scheiding gemaakt tussen de fysieke offline wereld en de virtuele online wereld. Williams en anderen signaleren echter een sterke relatie tussen online en offline sociaal gedrag waarbij factoren zoals persoonlijkheid, geslacht en vriendschap een significante invloed hebben op het wel of niet ontstaan van sociaal kapitaal. Online ervaringen van sociale, extraverte mensen met veel sociale contacten leiden eerder tot toename in beide typen van offline sociaal kapitaal dan bij verlegen, introverte mensen met weinig sociale contacten.<a title="" href="#_ftn20">[20]</a> Deze stellinginname past bij de bevindingen van Hampton en Wellman, en Wellman, Boase en Chen die ook een sterke relatie signaleren tussen online en offline sociaal gedrag. Sociale interactie middels het internet vormt dus pas een waardevolle aanvulling op bestaande sociale interactie wanneer de sociale relaties binnen het netwerk al in de offline wereld sterk zijn en worden bevestigd door internetgebruik.</p>
<p style="text-align: justify;"><strong><em>Community bubbles</em></strong><strong>: het dualisme voorbij</strong><strong></strong></p>
<p style="text-align: justify;">Het onderzoek gebaseerd op het onderscheid tussen bonding en bridging kapitaal leert ons hoe internetgebruik op verschillende manieren tot sociaal kapitaal kan leiden en wat de wisselwerking is tussen verschillende online en offline sociale contexten. Het verleent ons daarnaast echter ook nieuwe inzichten binnen de discussie over de effecten van internetgebruik op onze maatschappelijke en sociale betrokkenheid en de manier waarop de traditionele gemeenschap lijkt te zijn veranderd. Het internet faciliteert het ontstaan van een gefragmenteerde gemeenschap die is opgemaakt uit kleine <em>bubbles </em>die zich richten op individuele interesses.<a title="" href="#_ftn21">[21]</a> Dit betekent noch een winst, noch een verlies voor de gemeenschap, maar eerder een complexe, fundamentele verandering in de aard van de gemeenschap. Er heeft een verschuiving plaatgevonden van geografisch gebonden gemeenschappen, zoals wijken en dorpen, naar flexibel ingerichte gemeenschappen die uit netwerken en <em>networked individuals</em> bestaan (Wellman e.d. 2003).<a title="" href="#_ftn22">[22]</a> Deze trend vraagt om nieuwe conceptuele en theoretische ontwikkelingen binnen het onderzoek naar de effecten van internetgebruik en dus het ‘meten’ van gemeenschap. In een poging hiertoe introduceer ik tot slot daarom de metafoor van de <em>community bubble(s)</em>.</p>
<p style="text-align: justify;">Community bubbles kunnen worden geïnterpreteerd als een sociaal netwerk met de focus op het individu, dat kan schakelen tussen meerdere bubbles binnen zijn of haar netwerk. De afzonderlijke bubbles hebben deels een homogeen karakter, aangezien zoekmachines en informatiestromen de neiging hebben om internetgebruikers bloot te stellen aan persoonlijk toegesneden informatie en mensen met gedeelde belangen.<a title="" href="#_ftn23">[23]</a> Deze community bubbles zijn echter niet het soort bubbles dat leidt tot <em>cyberbalkanization</em>, zoals Eli Pariser en Brynjolfsson<strong> </strong>en van Alstyne lijken te suggereren. De metafoor van een bubble leent zich dan ook uitstekend voor de beschrijving van dit sociale fenomeen.</p>
<p style="text-align: justify;">Ten eerste zorgt het doorzichtige karakter van de bubble ervoor dat men niet afgesloten is voor mensen, kansen en middelen afkomstig uit andere bubbles. Ten tweede kleven de bubbles aan elkaar, zodat mensen binnen hun community-netwerk van de ene naar de andere bubble verschuiven, net zoals interesses dat ook doen. Het gehele netwerk van community bubbles van een individu zal daarom een heterogeen karakter hebben, aangezien elk persoon meerdere interesses en belangen heeft. Bovendien kunnen individuen hun tijd in verschillende bubbles investeren, omdat deze gekenmerkt zijn door zowel lage <em>opportunity costs</em> als lage <em>entry en exit costs</em> .<a title="" href="#_ftn24">[24]</a> Opportunity costs refereren hier naar het meten van effecten in termen van gemiste voordelen: voordelen die men zou kunnen hebben ontvangen door het kiezen van een alternatief. Entry en exit costs refereren naar de tijd, geld en/of energie die worden geassocieerd met het toetreden of verlaten van een community. Deze lage ‘kosten’ hebben een tweevoudige uitwerking: enerzijds zorgt deze laagdrempeligheid voor een bepaalde mate van flexibiliteit, die vraagt om een laag niveau van engagement. De community bubbles bestaan daarom niet uit hechte sociale relaties, maar uit weak ties. Het fragiele karakter van de bubble betekent echter niet dat deze community bubbles geen sociale waarde hebben. Zo beargumenteert ook Castells: “If the specific connections are not durable, the flow lasts, and many participants in the network use it as one of their social manifestations.”<a title="" href="#_ftn25">[25]</a> Anderzijds resulteert de laagdrempeligheid in een grotere en gevarieerdere groep mensen binnen een community bubble. Bovendien leidt het overbruggende karakter tot het ontstaan van bridging sociaal kapitaal. Het doorzichtige karakter van community bubbles is immers niet alleen transparant richting andere online sociale netwerken, maar ook richting offline sociale netwerken. Zo concludeert Castells dat “Individuals build their networks, online and off-line on the basis of their interests, values, affinities and projects”.<a title="" href="#_ftn26">[26]</a> De community bubbles vormen op deze manier een hybride tussen de fysieke offline wereld en de virtuele online wereld.</p>
<p style="text-align: justify;">Community bubbles zijn slechts een enkel concept, zoals de <em>network society</em> van Castells of de <em>personal communities</em> van Wellman, om de transformerende gemeenschap en de sociale structuren als gevolg van internetgebruik te analyseren. Het onderzoek naar de sociale effecten van het internet zal zich verder inhoudelijk en conceptueel moeten herpositioneren, om boven de ideologische discussie tussen cyberoptimisten en cybersceptici over de aard van de gemeenschap uit te stijgen. Er zou meer aandacht moeten komen voor de manier waarop het internet kan bijdragen aan nieuwe vormen van interactie en gemeenschap, die niet kunnen worden gemeten met behulp van de standaardindicatoren voor bijvoorbeeld sociaal kapitaal.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Bibliografie</strong></p>
<p>Bourdieu, Pierre. 1983. Forms of Capital. <em>Handbook of Theory and Research for the Sociology of Education</em>. New York: Greenwood Press.</p>
<p>Brynjolfsson, Erik en Marshall van Alstyne. 1996. <em>Electronic Communities: Global Village or Cyberbalkans?</em> http://www.mit.edu/people/marshall/papers/CyberBalkans.pdf.</p>
<p>Bugeja, Michael. 2005.<em> Interpersonal Divide: The Search for Community in a Technological Age. </em>Oxford: Oxford University Press.</p>
<p>Castells, Manuel. 2001. <em>The Internet Galaxy.</em> Oxford: Oxford University Press.</p>
<p>Castells, Manuel. 2002. Series Editor’s Preface: The Internet and the Networked Society. In <em>The Internet and Everyday Life</em>. Barry Wellman en Caroline Haythornthwaite<strong>, </strong>xxvii – xxix<strong>. </strong>Oxford: Blackwell Publishers Ltd.</p>
<p>Coleman, James.1988. Social Capital in the Creation of Human Capital. <em>American Journal of Psychology</em>. 94: 95-120.</p>
<p>Donath, Judith en danah boyd. 2004. Public Displays of Connection. <em>BT Technology Journal</em>, 22 (4): 1-71.</p>
<p>Galston, William. 1999. Does the Internet strengthen community?<strong> </strong><em>National Civic Review</em>. 89 (3): 193-202.</p>
<p>Granovetter, Mark. 1973. The Strength of Weak Ties. <em>American Journal of Sociology</em> 87 (6): 1360-1380.</p>
<p>Hampton, Keith en Barry Wellman. 2003. Neighboring in Netville: How the Internet Supports Community and Social Capital in a Wired Suburb. <em>City and Community </em>2 (3).</p>
<p>Kraut, Robbert, Vicki Lundmark, Michael Patterson, Sara Kiesler, Tridas Mukopadhyay, Wiliam Scherlis, 1998. Internet paradox: A social Technology That Reduces Social Involvement and Psychological Well-being? <em>American Psychologist </em>53(9): 1017-1031.</p>
<p>Loury, Glenn. (1977). A Dynamic Theory of Racial Income Differences. <em>Women, Minorities, and Employment Discrimination</em>. Lexington: Lexington Books.</p>
<p>Nie, Norman en Lutz Erbring. 2002. Internet and Society: A Preliminary Report. <em>IT&amp;Society</em>. 1 (1): 275-283.</p>
<p>Pariser, Eli. 2011. <em>The Filter Bubble: What the Internet is Hiding From You.</em> New York: The Penguin Press.</p>
<p>Putnam, Robert. 1995. Bowling Alone: America&#8217;s Declining Social Capital. Interview in <em>Journal of Democracy </em>6 (1): 65-78.</p>
<p>Putnam, Robert. 2000. <em>Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community.</em> New York: Simon &amp; Schuster.</p>
<p>Quan-Haase, Anabel en Barry Wellman. 2002. How Does the Internet Affect Social Capital.<em> </em><em>IT and Social Capital</em>. 4.</p>
<p>Resnick, Paul. 2002. Beyond Bowling Together: SocioTechnical Capital. <em>HCI in the New Millenium</em> 3: 1-24.</p>
<p>Schäfer, Mirko Tobias. 2011. <em>Bastard Culture! How User Participation Transforms Cultural Production.</em> Amsterdam: Amsterdam University Press.</p>
<p>Turkle, Sherry. 2011. <em>Alone Together: Why We Expect More from Technology and Less from Each Other.</em> New York: Basic Books.</p>
<p>Vitak Jessica, Nicole Ellison, Charles Steinfield. 2011. The Ties That Bond: Re-examining the Relationship Between Facebook use and Bonding Social Capital. <em>Computer Society Press.</em></p>
<p><em></em>Wellman, Barry, Jeffrey Boase, Wenhong Chen. 2002. The networked nature of community: Online and offline. <em>IT &amp; Society</em> 1(1): 151-165.</p>
<p>Wellman, Barry, <a href="mailto:aquan@chass.utoronto.ca">Anabel Quan-Haase, </a><a href="mailto:jeff.boase@utoronto.ca">Jeffrey Boase</a>, Wenhong Chen, Keith Hampton. 2003. The Social Affordances of the Internet for Networked Individualism. <em>Journal of Computer-Mediated Communication</em> 8(3). http://jcmc.indiana.edu/vol8/issue3/wellman.html</p>
<p>Williams, Dimitri. 2006. Measuring Bridging and Bonding Online and off: The Development and Validation of a Social Capital Instrument. <em>Journal of Computer-Mediated Communication</em> 11(2). http://jcmc.indiana.edu/vol11/issue2/williams.html</p>
<p>Williams, Dimitri, 2007. The Impact of Time Online: Social Capital and Cyberbalkanization. <em>CyberPsychology &amp; Behavior </em>8: 580–584.</p>
<div><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[1]</a> Schäfer, 25-26.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[2]</a> Williams, 2007, 5; Nie en Ebring, 280.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[3]</a> Putnam, 2000<em>, </em>20.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[4]</a> Ibidem, 21.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[5]</a> Putnam, 1995, 65-67.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[6]</a> Resnick; Quan-Haase en Wellman; Hampton en Wellman; Donath en Boyd; Williams, 2007; Vitak, Ellison en Steinfield .</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[7]</a> Kraut et al.; Nie en Ebring; Putnam, 1995; Bugeja; Turkle.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[8]</a> Castells, 2001, 117.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[9]</a> Williams, 2006, 596.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[10]</a> Castells, 2001; Wellman, Boase en Chen; Wellman et al.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[11]</a> Castells, 2002, xxx.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[12]</a> Galston,195.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[13]</a> Castells, 2001, 117; Williams, 2006, 594-596.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[14]</a> Williams, 2006.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[15]</a> Ibidem, 599.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[16]</a> Putnam, 2000, 22-24.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[17]</a> Williams, 2007, 9-10.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[18]</a> Turkle, 313.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[19]</a> Ibidem, 268-269.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[20]</a> Williams, 2007, 9.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[21]</a> Castells, 2001, 129.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[22]</a> Wellman et al.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[23]</a> Pariser.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[24]</a> Resnick; Galston.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[25]</a> Castells, 2001, 129.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref">[26]</a> Ibidem, 131.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=413</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>SCRIPTIEPITCH: 13 maart @ De Balie</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=356</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=356#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 06 Mar 2013 22:34:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=356</guid>
		<description><![CDATA[We Play Culture presenteert, i.s.m. Studievereniging AKT (Theater- Film- en Televisiewetenschap, UU) en Off-Screen (Media en Cultuur, UvA): ScriptiePitch In een avondvullend programma krijgen 6 mediastudenten van verschillende universiteiten de kans hun Bachelorscripties te pitchen voor een deskundige jury, en voor jullie! Doe ideeën op voor je eigen scriptie, netwerk met medestudenten uit andere steden [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;">We Play Culture presenteert, i.s.m. Studievereniging AKT (Theater- Film- en Televisiewetenschap, UU) en Off-Screen (Media en Cultuur, UvA): <span style="font-size: medium;"><strong>ScriptiePitch</strong></span></p>
<p><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Pitch.jpg"><img class="size-full wp-image-389 aligncenter" title="Pitch" alt="" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2013/03/Pitch.jpg" width="455" height="685" /></a></p>
<p style="text-align: justify;">In een avondvullend programma krijgen 6 mediastudenten van verschillende universiteiten de kans hun Bachelorscripties te pitchen voor een deskundige jury, en voor jullie! Doe ideeën op voor je eigen scriptie, netwerk met medestudenten uit andere steden en borrel gezellig met ons door na afloop.</p>
<p style="text-align: justify;">Op 13 Maart om 19:30u openen wij de deuren van de Balie voor mediastudenten uit het hele land. Om 20:00u zal het programma ingeleid worden door Marc Josten (eindredacteur bij Argos-TV, schrijver en hoofdredacteur bij Het Filosofisch Kwintet). Hierna is het tijd voor de pitches. De 6 studenten presenteren hun scripties in Pecha-Kucha vorm waarna deze door een deskundige jury zullen worden beoordeeld. Daarnaast mag het publiek zijn oordeel geven.</p>
<p>De volgende vier pitchers zijn al bekend:<br />
- Charlotte Dwyer<br />
Hoe zie jij de toekomst eigenlijk? De representatie van de Nederlandse culturele identiteit in de cinema.<br />
- Ryanne Turenhout<br />
Wikileaks en het naïeve idee over wat het toegankelijk maken van informatie teweeg zal brengen.<br />
<em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel">- Sandra Bouten<br />
</em></em></em><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel">De invloed van diëgetische geluiden in games en de bijdrage daarvan aan immersie.<br />
</em></em></em><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel">- Linda Roos<br />
</em></em></em><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel"><em id="__mceDel">Twee-eenheid: Documentaires en opdrachtfilms van Musch en Tinbergen.</em></em></em></em></em></em></em></em></em></em></em></em></p>
<p style="text-align: justify;">Na afloop van de ScriptiePitch is er gelegenheid om onder muzikale begeleiding van DJ Mikko nog een drankje te drinken en te netwerken met je medestudenten; voor alle aanwezigen dus een buitenkans om je naast je studie te verdiepen in de studiemogelijkheden bij andere universiteiten en het studentenleven in andere steden.</p>
<p>Kortom:<br />
SCRIPTIEPITCH (<a href="http://www.debalie.nl/artikel.jsp?articleid=473246" target="_blank" rel="nofollow nofollow">www.debalie.nl/<wbr />artikel.jsp?articleid=47324<wbr />6</a>)<br />
Datum: 13 Maart 2013, 19:30 &#8211; 01:00<br />
Locatie: De Balie Amsterdam<br />
Prijs: Gratis!<br />
Plaatsen reserveren: <a href="http://debalie2012.activetickets.com/ProgrammaDetail.aspx?id=10721010" target="_blank" rel="nofollow nofollow">http://<wbr />debalie2012.activetickets.c<wbr />om/<wbr />ProgrammaDetail.aspx?id=107<wbr />21010</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=356</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>OPENING: Maurice Seleky</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=339</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=339#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 May 2012 20:25:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Opening]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=339</guid>
		<description><![CDATA[Naast een ideale locatie om te netwerken, je studieloopbaan te plannen, interessante lezingen te volgen en met interactief vermaak bezig te zijn is We Play Culture ook een podium voor veelbelovende talenten. Zo wordt de dag geopend door Maurice Seleky, schrijver van Ego Faber, door BN de Stem geroemd als de &#8216;Titaantjes van de tegenwoordige [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2012/05/264px-Maurice-seleky-1308736588.jpg"><img class="size-medium wp-image-340 alignleft" title="Maurice Seleky" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2012/05/264px-Maurice-seleky-1308736588-226x300.jpg" alt="" width="226" height="300" /></a>Naast een ideale locatie om te netwerken, je studieloopbaan te plannen, interessante lezingen te volgen en met interactief vermaak bezig te zijn is We Play Culture ook een podium voor veelbelovende talenten. Zo wordt de dag geopend door Maurice Seleky, schrijver van Ego Faber, door BN de Stem geroemd als de &#8216;Titaantjes van de tegenwoordige tijd.&#8217; Seleky ontving voor zijn boek de BoArte Cultuurprijs. Tijdens deze opening zal Seleky zijn blik op het overkoepelende thema &#8220;Power to the People&#8221; geven.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=339</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Life Needs Internet?!</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=309</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=309#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 May 2012 08:20:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interactief Vermaak]]></category>
		<category><![CDATA[Lezing]]></category>
		<category><![CDATA[Digital divide]]></category>
		<category><![CDATA[Jeroen van Loon]]></category>
		<category><![CDATA[Life needs internet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=309</guid>
		<description><![CDATA[De democratisering van de media; een vervlogen gelijkheidsideaal uit het – eveneens vervlogen – Cyberspace tijdperk. Tegenwoordig spreken we van “digital divide” en niet voor niets, zo toont Life Needs Internet, de installatie van Jeroen van Loon. De centrale vraag &#8211; aan de kijker om die te beantwoorden: is toegang tot het internet noodzakelijk voor [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2012/05/Life-Needs-Internet.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-310" title="Life Needs Internet" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2012/05/Life-Needs-Internet-300x225.jpg" alt="" width="300" height="225" /></a></p>
<p style="text-align: justify;">De democratisering van de media; een vervlogen gelijkheidsideaal uit het – eveneens vervlogen – Cyberspace tijdperk. Tegenwoordig spreken we van “digital divide” en niet voor niets, zo toont <em>Life Needs Internet</em>, de installatie van Jeroen van Loon. De centrale vraag &#8211; aan de kijker om die te beantwoorden: is toegang tot het internet noodzakelijk voor een goed leven anno 2012?</p>
<p style="text-align: justify;">Jeroen van Loon reisde de wereld over en verzamelde, heerlijk traditioneel, handgeschreven brieven over de invloed van toegang tot het internet op het eigen leven. Het resultaat is een indrukwekkend kunstproject dat uiteenlopende perspectieven naast elkaar zet. Van de uithoeken van Azie tot hier in Nederland heeft de komst van digitale media levens beinvloed en veranderd. In West-Papua is internet een onbekend fenomeen – het is als vragen naar een omschrijving van het uiterlijk van Ronald McDonald – in Singapore bruist de metropool dankzij toegang tot de digitale media en, wellicht ten overvloede, in Nederland is een leven offline ondenkbaar.</p>
<p style="text-align: justify;">Deze, en meer visies zijn te zien op We Play Culture: in de Kleine Zaal wordt <em>Life Needs Internet </em>vertoond tussen het reguliere programma door en in de Grote Zaal geeft Jeroen van Loon een lezing over zijn kunstprojecten. Voor nu, meer informatie is te vinden op <a href="http://www.jeroenvanloon.com">www.jeroenvanloon.com</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=309</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Interactief Vermaak: de PanoptICONS</title>
		<link>http://weplayculture.nl/home/?p=303</link>
		<comments>http://weplayculture.nl/home/?p=303#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 May 2012 12:04:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interactief Vermaak]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weplayculture.nl/home/?p=303</guid>
		<description><![CDATA[De brandstapel en de guillotine vinden als eliminator van het kwaad een subtiele opvolger in de hedendaagse beveiligingscamera. Onraad is overal, zo luidt het credo ter rechtvaardiging van cameratoezicht. Volgens Thomas en Bas, de leden van kunstenaarsduo Front404 en bedenkers van de PanoptICONS, gaan we te ver. Camera’s verspreiden zich als een plaag door de [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;"><a href="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2012/05/propagandautrecht.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-304" title="PanoptICONS" src="http://weplayculture.nl/home/wp-content/uploads/2012/05/propagandautrecht-211x300.jpg" alt="" width="211" height="300" /></a></p>
<p style="text-align: justify;">De brandstapel en de guillotine vinden als <em>eliminator </em>van het kwaad een subtiele opvolger in de hedendaagse beveiligingscamera. Onraad is overal, zo luidt het credo ter rechtvaardiging van cameratoezicht. Volgens Thomas en Bas, de leden van kunstenaarsduo Front404 en bedenkers van de PanoptICONS, gaan we te ver. Camera’s verspreiden zich als een plaag door de stad; onze privacy moet wijken voor de illusie van veiligheid.</p>
<p style="text-align: justify;">Ook de bedrijvigheid op We Play Culture zal nauwlettend in de gaten gehouden worden zij het niet door regulier cameratoezicht, maar door de PanoptICONS; een disciplinerende macht in de vorm van cameravogels die als vanzelf goed gedrag – dat is de intellectuele participatie! – bewerkstelligt. REC, je wordt gefilmd en, belangrijker, je weet dat je gefilmd wordt. En daar is het de bedenkers van de PanoptICONS om te doen: om het besef van draaiende camera’s in het dagelijkse leven en om het provoceren van de vraag naar het waarom.</p>
<p style="text-align: justify;">Zie voor meer informatie en filmpjes <a href="http://www.panopticons.nl">www.panopticons.nl</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weplayculture.nl/home/?feed=rss2&#038;p=303</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
